|
|
|
| |
| | | | | |
Eerste toneel
Fathema. Hassan.
HEt is zeer waar, Hassan, dat ik begon te vreesen
Dat Fathema alhier de laatste zoude weezen
315
Die u betuigen zou haar' vreugde, dat uw hand
De rust weer heeft hersteld op Java's Wester-strand!
Myn eerste werk na ik hier weder was gekomen,
Is geweest, dat ik heb na Fathema vernomen: 318
En, na dus d' eerste zorg van myn hart was voldaan, 319
320
Heb ik volvoerd de plicht van soon en onderdaan; 320
Myn Vader en Sulthan geëerd, en in 't begroeten, 321
Myn zegeteekenen gelegd aan syne voeten,
Tartassa's ryke buyt gesteld in syne macht,
En hare sleutelen voor syne Throon gebracht. 324
325
Ik ben door hem gelast t' aanbieden deeze panden
Aan de toekomende Vorstinne van die Landen; 326
Hy wil dat uw gezag en wet, by d' onderdaan 327
| | | |
Geëerbied, en gevolgd zal zyn, van nu af aan: 328
En ik, die reeds zoo lang leef onder uwe wetten, 329
330
Ik koom my aan het hoofd der onderdaanen zetten,
Met haar myn' huld' en trouw' u voor altoos aanbiên, 331
En myn lot in uw oog, en nu, en altoos, zien. 332
Hassan, uw is bekend, dat van all' myne Staaten,
't Noodlot het allerminst aan my niet heeft gelaaten,
335
Dat ik aan myn Gemaal, tot myne groote smart,
Geen Scepters, maar alleen aanbieden kan myn hart;
Maar zoo de Hemel my 't ryk' Oosten had gegeeven,
Zoo ik gansch Asien zag aan myn voeten beeven,
Zoo 'k all' haar' Koningen na myne hand zag staan, 339
340
Geen een', die in myn hart zou boven Hassan gaan:
Myn keur zou hem tot Vorst over hen alle kroonen,
En ik de eerst' aan haar 't voorbeeld van eerbied toonen! 342
Maar, Hassan, heeft uw hart wel ernstig overdacht
Wat al het Lot heeft op Fathema's Huys gebracht? 344
345
Weet gy dat om 't Altaar, 't geen ons' trouw gaat ontvangen 345
Zweeven Fathema's haat en bloedige belangen, 346
Maccassars Kroon in 't stof, voor Nederlands hoogmoed,
En 't rystveld van het Oost verdronken in het bloed; 348
Samboepo's wal verwoest, en haar verbrande straaten
350
Vertonende allom myn Moeders leedemaaten
Verstrooyd, wanneer 't geweld van 't ysselyk geschut 351
| | | |
De voorzorg van de kunst voor 't leven maakt' onnut; 352
Myn Vader vluchtende, beroofd van syne Landen,
En dragend' om zyn hals Fathema's teed're handen!
355
Zie daar, in welke staat Agon my hier ontving
Gelyk syn eigen kind, niet als een vlugteling;
En zal Fathema nu zig durven onderwinden 357
Om syn Soon aan haar lot en aan haar wraak te binden,
Zal 't Oost, getuige van syn' edelmoedigheid, 359
360
Niet laken uwe keur, en myn' ondankbaarheid!
Indien 't geheele Oost voor u was te bestryden,
Zou Hassan's hart 't geluk van ieder Vorst benyden
Die door Fathema's hand gekoren tot haar wraak, 363
Op 't Maccassaarsche strand zou sterven voor haar zaak!
365
Maar het verslaafde Oost, wel ver van u te wreeken
Durft zelfs niet denken om zyn ketenen te breeken:
En met welk' schrik zal 't Oost, Batavia niet zien
Wel haast in Bantam's wal, en Abduls Ryk gebiên? 367-368
Batavia gebiên alhier? in Bantams wallen?
370
En Abdul, Agons Zoon, voor Holland neêr zien vallen!
'k Vrees dat myn gissingen maar al te gegrond zyn,
Hoe zeer die zaak aan uw nog ongelooflyk schyn',
Het is ter deezer tyd byna een Jaar geleden
Dat Agon heeft bereid 't geen hy volvoert op heden, 374
375
Dat hy in 't openbaar verklaard heeft, dat hy dacht 375
| | | |
Tusschen syn beide Soons te deelen syne macht:
Abdul heeft wel te vreê met dat besluit gescheenen
Maar zedert is Steenwyk tot tweemaal toe verdweenen, 378
Die Europeër die in Abduls gunst geraakt,
380
Hier heeft, gelyk gy weet, syn Land en God verzaakt, 380
Of om (haar aller wensch) rykdommen te bekomen,
Ten minsten hier in schyn een God heeft aangenomen: 382
'k Weet dat Batavia hem tweemaal heeft gezien 383
Verzoeken hare gunst en Abduls dienst aanbiên;
385
'k Weet dat Neêrlands krygsvolk ontboôn uit alle Landen
Een leger van gewicht uitmaakt op Java's stranden;
En dat Batavia wapend by dag en nacht,
Zonder in kryg te zyn met eenig Oosters Macht.
Maar waarom Agon niet, eer het gevaar koomt nader... 389
390
Ik weet genoeg voor my, niet genoeg voor myn Vader;
Gy weet dat Agons hart zo zwak is voor die Soon 391
Dat het onnodig is dat ik hem gissing toon. 392
En 't zy het nieuw Verbond, nog niet geheel gesloten 393
Abdul verplicht om syn geheim nog niet t' ontbloten,
395
't Zy de voorwaarden zyn van dit heylloos Verdrag
Dat men ons hier maar zal waarschouwen met de slag; 395-396
| | | |
Abdul scheen met geduld syn Vader aan te hooren
En 't deelen van het Ryk syn weezen niet te stooren. 398
Maar wyl 't goud openbaard alle geheimenis, 399
400
En alles by dat Volk voor geld te krygen is, 400
Heb ik de nodige maatregulen genomen,
Om van Batavia zeekerheid te bekomen
Wat Steenwyk daar verricht, en waarom zonder nood 403
De Rheê ziet dagelyks toe takelen haar Vloot? 404
405
En 'k hoop nog vroeg genoeg het antwoord te ontvangen
Voor Agon, 't Bantams Ryk, en uw en myn' belangen.
| |
Tweede toneel
Fathema. Hassan. Camoeni.
EEn van uw Slaven die gereist heeft al de nacht
Heeft reeds een korten stond in uw Paleis gewacht,
Hy zegd uw is bekend de reeden van verschonen
410
Waarom hy zig alhier op 't Hof niet koomt vertonen. 409-410
Dit is waarschynelyk de lang verwachte man,
Die my de nodige bewysen geven kan:
Ten zy, voor d' eerste maal, het goud mogt ondervinden
Dat het Batavia's geheim niet kan ontbinden. 414
415
Ik ga, en hoop in 't kort myn Vader te doen zien, 415
Wie van syn Soons, syn wil het meest zoekt te eerbiên. 416
| |
| | | |
Derde toneel
IK zie dat men wel haast die Rovers zou befnuyken, 417
Zoo men in Indiën wist het goud wel te gebruyken,
En latende ter zy onnutte dapperheid 419
420
Dat Volk altyd bevocht door hare gierigheid:
De ondervinding leerd, dat goud is 't eenigst' wapen
Waar voor Natuur by haar geen middel heeft geschapen; 422
En als een tegengift in onse handen geeft 423
Tegen 't geduchte Staal voor 't welk het Oosten beeft;
425
En zoo men in 't begin dien weg had ingeslagen 425
Misschien, geen Vorst in 't Oost, die keetenen zou dragen;
En door 't goud wel besteed, zou elk geweest zyn vry,
Goedkoper, als hen nu kost hare slaverny'. 427-428
| |
Vierde toneel
Fathema. Abdul.
MEvrouw, 'k heb lang gewenscht na zulk een dag als heden,
430
Na een dag dat ik zou aan uw bevalligheeden
Kunnen ter zelver tyd aanbieden Abduls hand
En daar by Bantams Kroon, en d' Oppermacht van 't Land,
Het ongelyk van 't Lot op deeze wys' vergoeden, 433
En u voor onheil in 't toekomende behoeden. 434
435
Gy weet hoe dat myn hart heeft, van myn' eerste jeugd,
Altyd by Fathema gevonden al syn vreugd.
| | | |
Mijn heer, myn Vader hier gevlucht uit syne Landen
Heeft Fathema gesteld in uwe Vaders handen.
En 't is van hem alleen dat afhangd myne hand. 439
440
Maar met myn hand gaat ook myn haat en wraak verpand.
Ik kan niet denken dat Fathema's zachte zeeden 441
Niet altyd luisteren na de gezonde reeden;
Dat in haar ongeval de staat van 't gansche Oost, 443
Aan haar niet strekken zou tot voorbeeld, of tot troost.
445
Het Maccassaarsche Bloed, voorheen in 't Oost zo magtig; 445
Is altyd d' Adeldom van syn Geslacht indagtig;
En welke Kroonen nu het Lot aan my ontvreemd,
Leer, dat Fathema nooyt voorbeeld van and'ren neemd.
De Vorst, die myn Gemaal of die myn Vriend wil weesen
450
Moet voor Batavia en Holland nimmer vreesen:
Die Voorwaard' is de eerst' waar op myn hart zig geeft. 451
'k Geloof dat niemand, min als ik, voor Holland beeft. 452
En tot het winnen van een hart van zo veel waarde,
Slaat gy aan Abdul voor de ligtste zaak op aarde. 454
455
Toon liever aan myn hart, 't geen voor uw schoonheid brand,
Iets dat met meerder roem verdienen kan uw hand,
Daar ik uitblinken kan tot nut van uwe zaaken 457
En my Fathema's hart met glory waardig maaken.
| | | |
Koom aan, en zo myn hart uw is van eenig' prys, 459
460
Geef my dan van uw Liefd' het zeekerste bewys:
Zweer hier, en roep met God syn Propheet tot getuigen, 461
Dat Bantam, onder u, voor Nêerland nooyt zal buigen;
Dat gy, ten allen tyd getrouw aan myne haat,
Zult eeuwig Vyand zyn van Hollands macht en staat;
465
Dat 't allereerste werk van uw zwaard, en uw handen,
Zal zyn Maccassars Ryk te rukken uit haar banden; 466
Dat gy 't geheele Oost, uit syne laffe rust
Gewekt, zult voor myn wraak doen vechten op dees' Kust
Tot gy Batavia verbrand in haare wallen, 469
470
Met haar Casteel verwoest voor my zult nêer doen vallen; 470
Dat 'k op de rookend' as van 't pragtigste Gebouw
Kan trappen op het hart van de voornaamste Vrouw,
Dat ik de honden 't bloed van Indiëns Raên zie drinken, 473
En dus Fathema's wraak in 't Oosten mag uitblinken! 474
475
En geef my dan de keur t' ontvangen uwe hand 475
Of op dat bloedig puyn, of op Samboepo's strand,
Of midden in 't gekerm der Westersche Barbaaren,
Of onder 't bly gejuich der vrye Maccassaaren!
Indien Fathema haar' en mijn' belangen zogt
480
Misschien dat sy haar rust door zagter middlen kogt. 480
Ik denk dat men vergeefs, het geen zy vergt zou poogen,
Al kwam 't geheele Oost gewapend voor haar' oogen.
Dog wagt niets van die kant: het Oost is niet meer vry,
En is alleen bedagt om zagte slaverny; 484
| | | |
485
Batavia's Casteel heeft Indien doen bezwyken,
En 't is geen schande meer voor Hollands magt te wyken.
Maar 'k vrees dat Hassan's hand uw beter aan moet staan,
Wyl gy 't onmoogelyk aan Abdul kund voorslaan. 488
Wie Abdul in myn hart ook hebben mag te vreesen 489
490
Het zal nog nu, nog nooyt, een slaaf van Holland, weesen. 490
En 'k had my wel gewagt aan uw myn hand t' aanbiên,
Zo ik in 't zeeker niet uw antwoord had voorzien. 492
| |
Vyfde toneel
HOvaardige Princes, uw hart zal zig beklaagen
Dat gy uw haat, uw wraak, uw moed zo hoog wilt draagen! 494
495
Misschien dat uw haast rouwd het weigren van myn hand, 495
Indien myn nieuw Verbond gekomen is tot stand,
En zo maar vroeg genoeg de hulp daar ik op reeken
De onrechtvaardigheid van Agons hart koomt wreeken.
Het was dan niet genoeg dat ik Hassan zou zien
500
Een groot deel van het Ryk, en van myn erf, gebiên, 500
En dat myn Vader durft, tegen all' onse wetten,
Tartassa's Kroon op 't hoofd, van ander als my, zetten,
Fathema en haar recht vermeerdren Hassans deel 503
Als of, Bantam alleen, voor my nog was te veel! 499-504
| | | |
505
En Hassan zoud' aldus, misschien in korte jaaren
Voegen by Java's Kust het Ryk der Maccassaaren!
Syn Ryk, syn goud, syn macht, zou boven myne gaan,
En Abduls lot aan hem en aan Fathema staan! 508
Dan liever duizendmaal in Hollands wetten leven, 509
510
Als hier voor Fathema's en Hassan's hoogmoed beven!
Maar, helaas! 'k weet nog niet in deeze droeve dag
Of ik op Hollands hulp in 't zeek're reek'nen mag.
Steenwyk komt niet weêrom! welk' moet de reden weesen? 513
Heb ik ook van syn kant verradery, te vreesen? 514
515
Heb ik ook by geval een dwaalinge begaan,
En my te veel vertrouwd aan dien Europeaan? 516
Zou hy ook met het goud gereist zyn in syn handen,
Niet na Batavia, maar na Europa's stranden!
Maar neen, hy koomt daar aan,
| |
Sesde toneel
Abdul. Steenwyk.
ACh, al te wreede Vriend,
520
Met welk' loomheid hebt gy myn ongeduld gediend! 520
Ik hoop, wanneer myn Vorst 't verhandelde zal weeten,
Dat hy syn ongeduld en gramschap zal vergeeten.
Hoe zeer ik van myn kant heb alle spoed gemaakt
Is 't egter gister maar dat ik ben klaar geraakt.
525
En zonder 't meerder goud door u aan my gezonden 525
| | | |
Was êr geen hoop geweest voor hulp en tot Verbonden.
Want elk Bediend' aldaar, hoe dat hy zig ook houd 527
Mind wel de Compagny, maar mind nog meer het goud.
Maar hoe legd het Verbond? 529
530
En hebt hier voor altoos van Hassan niets te vreesen.
Hassan's vermetel hart is daar reeds niet bemind,
En gansch Batavia is voor uw meer gezind. 532
Men haat die dapperheid betoond aan muitelingen,
Nog boven maat vergroot door laffe vluchtelingen. 533-534
535
Maar weet gy dat dees' dag verergerd heeft de zaak,
En nog vermeerderd heeft de reedenen van wraak?
Weet gy dat Agon my Fathema durft ontrooven, 537
En, met Tartassa's Kroon, haar aan Hassan belooven?
Niet dat myn hart zig stoord aan 't verlies van een vrouw,
540
Maar gy weet welke macht ik op haar' rechten bouw;
En dat Batavia, door u, my heeft doen hoopen
Dat ik met Fathêma ten minst' een Ryk zou koopen. 542
Ik weet alleen 't geen my by myn komst is verhaald
Dat Agon desen dag tot d' afstand heeft bepaald;
| | | |
545
Maar gister heeft een Vloot Batavia verlaaten,
Die nu reeds weesen moet in zicht van Agon's staaten,
En zo de wind en stroom niet merklyk tegen zyn 547
Is die voor Bantam eer de Son in 't Westen schyn.
Die vloot brengd herwaarts aan de nodige beveelen
550
Om Agon te verbiên syn Ryken te verdeelen!
En bied aan Fathema, mits sy uw' geev' haar' hand
Een van haar' Kroonen weêr, op 't ryk Celebes Strand:
En om die Wetten hier te hoeden voor 't verachten, 553
Zyn op die Vloot gescheepd de nodige Krygsmachten,
555
En St. Martin, beroemd door hart en door verstand, 555
Koomt en als Veldheer hier, en ook als Afgezant.
Dit is 't geen ik voor uw heb weeten te bezorgen. 557
Maar wyl de Vloot misschien niet komen zal voor morgen,
Is 't nodig dat myn Vorst op heeden maar tyd wint,
560
En, zo het moog'lyk is reeden tot uitstel vindt. 560
Ik zal ter zyner tyd myn dankbaarheid uw toonen;
Ik zal Steenwyk syn trouw en iever dus beloonen 562
Dat nimmer op dees' kust enig' Europeaan 563
In rykdom en in macht hem zal te boven gaan.
565
Maar 'k heb syn wyse raad nu meer dan ooyt van nooden 565
De Grooten van het Ryk zyn reeds op 't Hof ontbooden,
En elk van haar werd hier all' ogenblik verwagt; 567
| | | |
Daar kan geen middel meer tot uitstel zyn bedagt,
Van daag zo 't nodig is te veinzen,
570
Te dekken voor het oog al wat uw hart kan peinsen; 570
Wat ook Agon uw vergd maar willig toe te staan, 571
Morgen zal alles hier uw wetten ondergaan, 572
Maar als die Vloot vertrekt, die hier nu staat te komen,
Heb ik, en Hassans woed' en Agons wraak te schroomen.
575
Vreest niet, Sulthân, dit is ook alles reeds voorzien: 575
Agon zal na 't vertrek der Vloot wel hier gebiên,
Maar op dat Abdul hier zig zeeker mag vertrouwen, 577
Zal men voor zyn verblyf alhier een Casteel bouwen;
En door bezetting, die aan uw gebied zal zyn, 579
580
Zyt gy Heer in der daad, en Agon maar in schyn.
Een Casteel bouwen hier? Agon zal 't nooyt toestemmen.
Europa's moed en kunst zal Agon lichtlyk temmen. 582
Maar zo Agon weêrstaat, zo syn onbuigzaam hart...
| | | |
Dan moet hy aan zig zelv' toeschryven syne smart.
585
En, zo 'k het zeggen mag, als dit uw geest kan stooren, 585
Dan is en myne moeyt' en myne reys verlooren. 586
Zo gy met Agon's haat, en Hassan's hoovaardy,
Fathema's honend' oog, en uwe slaverny
Te vreeden waart, waarom dan uwe Bondgenooten
590
Genodigd om alhier het hoofd te komen stooten?
Die heerschen wil moet ook gereed zyn alle uur 591
Te trappen onder voet 't vooroordeel van Natuur. 592
Die Vloot voor haar vertrek zal hier een Casteel zetten,
't Geen staan zal onder uw', of onder Hassans Wetten,
595
Gy kend Hassan genoeg en weet of syne moed 595
Zig steurd aan 't geen 't gemeen noemd banden van het bloed! 596
Zo ras Hassan maar weet Batavia's beveelen, 597
En dat Agon nog nu, syn Ryk, nog nooit mag deelen, 598
Dat hy Abdul 't aanbod van Holland ziet afslaan,
600
Neemt hy 't op staandevoet en zonder omzien aan: 600
Batavia en hy vereênd zullen niet vraagen
Of dit aan Agons hart genoegd, of kan mishaagen. 602
Ik spreek niet van my selv', maar 'k weet welk ongeval, 603
Aan Abdul, en daar na my ook gebeuren zal.
605
Want Hassan meester hier, zal in 't kort doen berouwen
Al wie op Abduls gunst gesteld heefd syn betrouwen!
En Abdul's lot, om dat hy d' eerstgeboren is, 607
Zal zyn, op 't allerminst; eeuwig' gevangenis! 608
| | | |
Hassan hier meester zijn! ik van Hassan afhangen!
610
En na syn willekeur, of vry zyn, of gevangen!
Zo iemand hier myn recht van eerstgeboort' verkort,
Wie weet welk bloed myn hand, en Cris, nog heeden stort! 612
Hassan hier meester zyn! gy doet myn ogen open,
Ik heb twee prikkelen om myn behoud te kopen, 614
615
De Heersch-zucht, die toelaat dat men de Wetten schend,
En de Noodzaaklykheid, die geene Wetten kend!
|
318vernomen: geïnformeerd, gevraagd
319na dus ... voldaan: nadat ik zo de voornaamste zorg van mijn hart had tevreden gesteld (nl. door het verkregen goede nieuws omtrent Fathema)
320De kommapunt aan het einde van de regel heeft de waarde van onze dubbelpunt.
324De overhandiging van de stadssleutels gold als een symbool van overgave en onderwerping.
326toekomende: toekomstige
328Geëerbied slaat op gezag, gevolgd op wet.
de wet volgen: handelen naar de wet.
329wet( ten) wordt herhaaldelijk gebruikt in de betekenis gezag. De bedoeling is: En ik, die door mijn liefde voor u reeds zo lang uw dienaar (onderdaan) ben...
332En voor nu en altijd mij overgeven aan wat gij over mij beschikt. Letterlijk: En voor nu en altijd mijn lot aflezen in uw oog, uw blik.
344al: zoal, allemaal
op: over
345't geen ... ontvangen: waarvóór wij zullen trouwen
346Men doet het best, achter deze regel een vraagteken te lezen i.p.v. een komma. De regels tot en met 354 zijn dan de opsomming waarnaar Zie daar in vs. 355 terugwijst.
348't rystveld van het Oost: Makassar was een centrum van rijstcultuur.
352kunst: geneeskunst
onnut: nutteloos
357zig onderwinden: het wagen
359syn' slaat op Agon, zoals ook in vs. 358.
363gekooren tot haar wraak: gekozen om haar te wreken
367-368De komma in dit vers zal wel gebruikt zijn om verwarring met Oost-Batavia te voorkomen.
378verdweenen: d.w.z. in het geheim enige tijd afwezig geweest
380syn Land en God verzaakt: Ook de historische Steenwijk, Hendrik Cardeel, uit Steenwijk afkomstig, uit Batavia gevlucht, was tot de Islam overgegaan; hij droeg de titel Pangeran Wiraguna. Zie de Inleiding.
383gezien: (wij zouden zeggen:) zien
389Fathema wil kennelijk vragen: ‘Waarom Agon niet gewaarschuwd?’
391Agons hart zo zwak is: Agon zo'n zwak heeft
392onnodig: nutteloos
gissing toon: met gissingen aan boord kom
393nieuw Verbond: nieuw omdat er reeds sedert 1655 een verdrag tussen Ageng en de Compagnie bestond, verlenging van een overeenkomst van 1645. Zie de Inleiding.
geheel: definitief
395-396de voorwaarden zyn is in de tweede druk verbeterd in 't een voorwaarde is; waarschouwen met de slag: tegelijk met de waarschuwing (dat men gaat aanvallen) ook reeds de eerste slag toebrengen. Of: Geen andere waarschuwing zal doen toekomen dan de aanval zelf.
Wij zouden i.p.v. een kommapunt achter vs. 396 een komma plaatsen.
398syn weezen niet te stooren: hem onberoerd te laten
399wyl: aangezien
't goud ... geheimenis: men voor goud elk geheim te weten kan komen
400dat Volk: de Nederlanders
404Rheê: rede, ligplaats voor schepen; toe takelen: optakelen, optuigen
409-410de reeden ... vertonen: waarom hij zich verontschuldigt, niet hier aan het hof te kunnen komen. De woorden alhier op 't Hof dienen met nadruk gezegd te worden.
414ontbinden: vrijmaken, de geheimhouding verbreken
415in 't kort: binnenkort
417befnuyken: ten onder brengen
419latende ter zy: nalatende, afziende van
423En dat Natuur als een tegengift in onze handen geeft
425dien weg: nl. van omkoperij
427-428Iedereen zou vrij geweest zijn, als men het goud goed gebruikt had. De prijs die men dan voor de vrijheid had moeten betalen, zou lager geweest zijn dan die welke men nu moet betalen om slaaf te zijn.
433ongelyk van 't Lot: onrecht, door het lot u aangedaan
434't toekomende: de toekomst
439myne hand: een huwelijk met mij
441Fathema's zachte zeeden: Fathema met haar zachtmoedig karakter
445De kommapunt aan het einde van de regel heeft de betekenis van onze komma.
451Dat is de belangrijkste voorwaarde die ik stel aan degene die ik mijn liefde schenk.
454Slaat ... voor: stelt ... voor
459Koom aan: Welnu
prys: waarde
461met God syn Propheet: God en Mohammed tezamen
466haar: hun (nl. der Hollanders)
469verbrand is een volt. deelw.
470verwoest moet op Casteel betrokken worden en niet op Batavia.
473Indiëns Raên: de leden van de Raad van Indië
475geef my ... hand: laat mij dan kiezen met u te trouwen
484is bedagt om: denkt aan, is uit op
488't onmoogelyk: het onmogelijke voorslaan: voorstellen
De bedoeling van vs. 487-488 is: Ik vrees, dat een huwelijk met Hassan u beter aanstaat, anders zoudt gij mij niet iets onmogelijks vragen.
489in myn hart: nl. als zijn medeminnaar
490nog nu, nog nooyt: noch nu, noch ooit
492in 't zeeker ... voorzien: van te voren niet zeker van uw antwoord was geweest
495uw haast rouwd: gij spoedig berouw zult hebben van
503haar recht: haar wettige aanspraken (nl. op Makassar)
499-504Denk voor een juist begrip van deze regels achter vs. 502 een punt i.p.v. een komma en vóór vs. 503 Neen. De functie van de komma's achter hoofd en my (vs. 502) is het gedeelte dat er tussen staat te beklemtonen.
508aan ... staan: van ... afhangen
509wetten: zie de aant. bij vs. 329
514De komma achter verradery zal wel ter accentuering van dit woord bedoeld zijn.
516vertrouwd aan: toevertrouwd aan, verlaten op
529hoe legd: hoe is het gelegen met, hoe staat het met
532voor uw meer gezind: meer u dan Hassan genegen
533-534Men haat de dapperheid die hij heeft betoond bij het overwinnen van de opstandelingen (zie vs. 289 e.v.) en die door laffe vluchtelingen nog sterk wordt overdreven. (In haat zit de gevoelswaarde van: heeft geen enkele waardering voor.)
537Zie de aant. bij vs. 107
542een: één; vergelijk vs. 551-552 en ook vs. 1019-1020.
547merklyk: merkbaar, (hier:) sterk
553En om te voorkomen dat die bevelen hier veracht worden
555St. Martin: ‘Isaäc, Baron de St. Martin, Fransch Edelman uyt Bearn, in een lage qualiteit na Indien gegaan, wierd door syne uytmuntende verdiensten, Opperhoofd van de Nederlandsche Krygsmagt aldaar, en stierf Ordinaris Raad van Indien in 't jaar 1696.’ (Noot van de auteur in de Ophelderingen op Agon bij de 2de druk)
hart: karakter
560De bedoeling van de komma achter En zal wel zijn zo het moog'lyk is te beklemtonen. Wij zouden in dat geval ook achter is een komma plaatsen.
562iever: ijver
dus: zodanig
565De volgende verzen bevatten een verklaring van deze regel. Wij zouden dus achter dit vers een dubbelpunt zetten.
570dekken voor het oog: verbergen
kan peinsen: van plan mag zijn
572uw wetten ondergaan: onder uw gezag staan. Zie de aant. bij vs. 329.
575Sulthân: Deze titulatuur is een vleierij van Steenwijk.
577zig ... vertrouwen: zich veilig zal weten
579aan uw gebied: onder uw bevel
585uw geest kan stooren: uw gemoedsrust kan verstoren, u tegenstaat
586verlooren: vergeefs geweest
592Te handelen in strijd met de natuurlijke neigingen (die hier minachtend vooroordelen worden genoemd.)
597Zie de aant. bij vs. 45-48.
598nog nu, nog nooyt: zie de aant. bij vs. 490.
600zonder omzien: zonder nadere overweging
602genoegd: genoegen doet
607De tweede druk heeft beter: En 't noodlot van de Soon, die eerstgebooren is
608De kommapunt achter allerminst zal wel bedoeld zijn om het voorafgaande sterk te beklemtonen.
612Prospectief aspect: toespeling op wat later inderdaad gebeurt.
Cris: kris, Javaanse dolk
614Wij zouden aan het eind van deze regel een dubbelpunt gebruiken.
|
|