627-628Hij wijst mij erop, dat ik de vraag zal hebben te beantwoorden, hoe...
635daar: waar; zo ook meermalen daar de Propheet rust: Mekka
636Khôran: het heilige boek der Mohammedanen. Zie verder aant. bij vs. 669-670. licht: verlicht, beschijnt
639-640De fiere Keizer: de sunan van Mataram, toentertijd Amangku Rat II. Dat hij met Ageng bevriend was, is historisch onjuist. De Vorsten van Mataram beschouwden zich als erfgenamen van het grote Hindoe-Javaanse keizerrijk Madjapahit, dat in de 14e eeuw een bloeitijd beleefde en zich door veroveringen tot buiten Java uitstrekte. In de 15e eeuw viel dit rijk uiteen door burgeroorlogen en door de komst van de Islam. Na een langdurige strijd tussen de verschillende staten verwierf Mataram in het laatst van de 16e eeuw de soevereiniteit over Midden- en Oost-Java. In de 18e eeuw viel het rijk uiteen in de vorstendommen Soerakarta en Djokjakarta.
685voor my: uit mijn naam. De komma's achter door en voor zijn kennelijk bedoeld om deze woorden te beklemtonen.
687toezeg: toestemming wal: (hier in de betekenis van:) versterking. De komma aan het einde van de regel is wellicht geplaatst om daardoor het onderwerp te scheiden van het er onmiddellijk op volgende object. Van Haren gebruikt een komma wel vaker om zinsdelen van elkaar te scheiden; vgl. vs. 226, 367.
751hen ... zyn bestand: tegen hen ... zijn opgewassen
753De hier genoemde volken hadden handelskantoren in Bantam. Sultan Hadji (Abdul) verbande hen na zijn overwinning en schonk de Compagnie het handelsmonopolie in zijn rijk. Zie de Inleiding.
754in uw belangen scheenen: voorstanders leken van uw belangen; aan uw kant leken te staan
848Prospectief aspect! De versregel zal moeten betekenen: En hij heeft u misschien ook getoond hoe in zijn land, dus Nederland, de Vadermoord succes heeft. De tweede druk heeft En Vadermoord misschien in Nederland beloond! Hier zal men misschien bij Vadermoord moeten betrekken, en stellig niet bij beloond.
879-882Deze passage lijkt in strijd te zijn met het derde en vierde toneel van het volgende bedrijf, waar slechts één gezant (St. Martin) optreedt. Van Haren heeft dat blijkbaar ook zelf ingezien, want in de tweede druk luidt de laatste regel: Van weegen St. Martin bezoeken af te leggen. Anders dan in de eerste editie wordt in de tweede druk (IV, 1) de inhoud van de boodschap vermeld: St. Martin heeft bij Agon en Fathema gehoor doen vragen; Fathema heeft van een der officieren vernomen dat de Hollanders haar van Agon opeisen. Dit laatste verklaart de inzet van het vierde bedrijf.