|
|
|
| |
| | | | | |
Eerste toneel
Abdul. Sinan. Agon. Ibrahim. Hassan.
Javaanse Grooten aan Weêrzyden
MYn hand heeft vyftig jaar bestierd dees' Koningryken
En vyftig jaar 't geweld van uwe grens, doen wyken, 617-618
't Is tyd dat myne Kroon verciere een ander hoofd,
620
't Welk uw een nieuw geluk, of duurend' rust beloofd.
De kragten van myn geest mogen nog ietwes schynen, 621
Gy ziet hoe blykelyk die van 't lighaam verdwynen, 622
Ik voel hoe langs hoe meer wat d' Ouderdom vermag, 623
En d' Engel van de Dood naderd van dag tot dag:
625
Hy waarschouwd my de tyd van d' eeuwigheid te scheiden, 625
En my in stille rust tot syne komst bereiden, 626
Hy wysd my dat een vraag die my t' antwoorden staat,
Is, hoe ik vond myn Ryk, en hoe ik het verlaat. 627-628
Uw Vaders hebben uw verhaald langs welke wegen
630
Uw Vorst uit Ballingschap is op den Throon gestegen,
En op welk wys' door syn' en hunne dapperheid
Ons welvaard en ons macht rondsom is uitgebreid.
| | | |
Dit Ryk 't geen voor myn tyd in duister scheen te zinken,
Ziet nu syn naam in 't Oost met zo veel luister blinken
635
Dat Bantam is vermaard, van daar de Propheet rust, 635
Tot daar de Khorân licht de Ternataansche kust! 636
Tartassa's Ryk, wel eer voor Bantam zo te schroomen,
Is door myn waapenen in Bantam's macht gekomen:
De fiere Keizer, die zig Heer van Java noemd,
640
Is bly, dat hy met rêen op Agon's vriendschap roemd: 639-640
De Hollander, die 't Oost geheel zoekt t' onderbrengen, 641
En vry in Holland, hier geen vryheid wil gehengen, 642
Wiens Vloot in d' Indiën begeerd het hoogst gezag,
Heeft myne Wimpel nooyt zien stryken voor syn Vlag; 644
645
En al die Christenen die door zo veel gevaaren,
Op hoop van vuyl gewin na onse Landen varen,
Hebben in myn gebied hun twisten niet gebracht,
En haar' onrustig' aart eerbiedigd myne macht.
'k Heb meer, 'k heb durven hier ontvangen in myn Staaten
650
De Dochter, van een Vriend door de Fortuin verlaaten, 650
Als 't Maccassaarsche Ryk, door Speelman's wakk're hand, 651
Heeft moeten zwigten voor 't geluk van Nederland: 652
En hoe zeer dit ook mogt Batavia mishaagen,
Batavia heeft dit, en zonder klagt, verdraagen.
655
Die praal, en dat geluk, koomd, van dat nooyt tweedragt 655
Heeft zedert vyftig jaar alhier verzwakt de kragt,
| | | |
En zo de Eendracht maar op deese kust kan blyven
Zal magt en welvaard hier nog daag'lyks meer beklyven, 658
En 'k mag my vleyen dat myn stervend' oog zal zien
660
Myn kinderen alhier met eer en roem gebiên.
De Hemel, die aan my twee Soonen heeft gelaaten,
Heeft my gelukkiglyk bedeeld ook met twee Staaten:
Bantam is Vaders erf, Abdul dat is uw deel; 663
Hassan, Tartassa's Ryk is 't uw, maar niet geheel:
665
Uw Vader houd voor zig die plaats, en die gehugten, 665
Daar hy 't gewoel van 't Hof zo dik werf zogt t' ontvlugten;
En daar hy nu verhoopt dat niets syn stille vreugd 667
Zal stooren, als 't geroep van syner Soonen deugd! 668
Iman, leg daar het Boek, 't geen uit des Hemels zaalen 669
670
Door Gods Propheet voor ons is komen néderdaalen! 669-670
Waar voor elk Musulman de diepste eerbied heeft,
En de meineedige ten allen tyden beeft!
Treed nader myne Soons: belooft hier by de Grooten, 673
Dat nooyt d' elendige by u zal zyn verstooten!
675
Dat God, en deeze Wet nooyt uit uw hart zal gaan! 675
En in uw hart, naast God, altyd de Eendragt staan!
Dat gy, elk in syn Ryk, d' Inwoonder zult regeeren
Na Wetten en na Recht, en niet na uw begeeren!
680
'k Verzoek eerst en vooral dat gy behoud 't Gebiedt; 680
| | | |
En zo gy weig'ren mogt om hier toe te besluiten,
Dat elk van ons zig mag in deeze woorden uiten,
‘'k Ontvang myn Vaders gift met dank, maar ik beken
‘Dat ik myn Vaders gunst en Kroon onwaardig ben,
685
‘Zo ooyt eenig Verbond, door, of voor, my geslooten 685
‘Myn Broeder uit syn Ryk of erf heeft uitgestooten!
‘Zo ooyt met myn toezeg een Nederlandsche wal, 687
‘Myn Vader, Broeder, 't Ryk, of Bantam dwingen zal!
Abdul zyt gy gereed om dien eed af te leggen? 689
690
Ik ben .. gereed .. te doen .. het geen Agon zal zeggen.
Abdul, gy schynd verbaast! Hassan wat is die eed? 691
Welk Nederlands Verbond, of Wal is hier gereed!
Spreek Abdul, denk dat gy, met langer hier te zwygen, 693
De zwaarste agterdogt zult tegen u verkrygen.
695
'k Beken opregtelyk dat dees' beschuldiging
Met d' allervreemste schrik myn hart en ziel beving!
'k Heb tot myn ongeluk, meermaalen reeds te vooren,
De snoodste lastering van Hassan moeten hooren,
Maar ik heb nooyt gevreesd, en nog veel min gedagt,
700
Dat syn' haat of syn' woed' hem zo verr' had gebragt!
Helaas! de Hemel weet wie hier is de verrader,
Wie meest de Eendragt mind, wie meest eerbied syn Vader! 702
| | | |
Hassan, spreek op uw beurt, maar draag zorg dat uw mond
De waarheid niet bespaard, of niet...
705
De Vloot daar in vermeld is wel nog niet vernomen 705
Maar zal gewisselyk van daag of morgen komen:
Sy heeft reeds gisteren haar ankers opgeligt,
Zo ras de duisternis haar dekte voor 't gezigt.
O Propheet! myn hoop is dan verlooren,
710
Daar is voor my op Aard' geen stille rust beschooren!
Wel nu, wat misdaad is 't voor my
Dat ik zoek na uw dood t' ontvlieden slaverny'?
Ik zie aan Hassan reeds Fathema's hand gegeeven,
En 't Ryk dat my behoord, en binnen kort myn leeven!
715
't Is tyd dat ik myn moed dat ik myn wanhoop toon',
| | | |
*Geef over uwe Cris: **gy brengd hem weg gevangen. 717
En wyl syn misdaad hier veranderd de belangen 718
***Gaat heen, laat elk van u, die mind het Vaderland
720
Verzaam'len al syn magt tot dekking van ons strand.
| |
Tweede toneel
Agon. Hassan.
SChoon in het afschrift 't geen ik aan u heb gegeeven
De naam van die 't Verbond sloot niet staat in geschreeven;
Weet ik in 't zeekere dat Steenwyk is de man
Die u van dit Verbond best onderrigten kan.
725
O Hemel, welk een straal van hoop koomt my verligten!
Steenwyk, zegt gy, kan my hier van best onderrigten!
Ik zie klaar in de zaak; 't is die Europeaan
Die Abdul deeze daad, zulk' een feyt heeft geraên.
Hy heeft dien jongeling geleerd Europa's zeeden,
730
Hy heeft syn hart vervuld met haar verfoeylykheeden,
Met heerschzugt, gierigheid, driften van alle zoort,
Abdul alleen, heeft nooyt gedagt aan Broedermoord. 732
Hassan, uw hart en moed, beproefd in de gevaaren,
Zyn nu de steun van 't Ryk, en van uw Vaders jaaren;
735
Vergeet dat ik van 't Ryk uw gaf het kleinste deel,
Ik zie het grootste is voor Hassan niet te veel.
Maak dat uw leeger hier zig met verhaaste schreeden
Nog vind by Bantam's wal, zo 't moog'lyk is, op heeden:
| | | |
Dat alles in de Stad, gewapend, zy gereed,
740
En ieder op zyn post by d' eerste waapenkreet. 740
Het leeger zal hier zyn: myn dappere Javaanen
Verlangen onder 't oog te zien d' Europeaanen: 742
Wy hebben reeds van hen verscheidene gezien,
Onder Tartassa's Volk gemengd, ons Crissen vliên.
745
Maar Holland, nu ontdekt, zal zig na elders wenden
En misschien haar Verbond met u zo ligt niet schenden. 746
D' uitkomst zal u doen zien, hoe zeer g' in 't laatste dwaald,
D' onkosten zyn gedaan, die Vloot moet nu betaald.
Haar mercantile geest reekend alreê de winsten
750
Van onse slaverny', of van ons geld ten minsten.
Hoewel 'k meen dat wy hen wel dubbeld zyn bestand, 751
En onse magt alleen beschermen kan uw Land,
Wy hebben Franschen hier, en Engelschen, en Deenen, 753
Volkeren, die altyd in uw belangen scheenen; 754
755
Schoon al die Christenen zyn even heet op roof
Men zegt dat sy gehegt zyn aan haar Bygeloof:
Misschien dat met aan haar alhier een plaats te geeven
Om daar na hunne Wet en plegtigheên te leeven; 758
Of hier den Handel haar alleen te bieden aan... 759
| | | |
760
Sy hebben hier geen magt om Holland te weêrstaan:
En schoon haar hand ons hielp, zo sy ons al verlosten,
Haar bystand en haar hulp zou ons niet minder kosten:
Haar vriendschap is altyd de prys van 't hoogste bod, 763
En 't geld is inderdaad de Europeërs God.
765
Daar is alhier voor ons geen uitkomst te verwagten
Als van ons dapperheid, en van ons eigen kragten:
De Vyand zal alleen tot Vrêe maar zyn gezind,
Wanneer hy ons voor hem te sterk gewapend vind.
Gaat, op het nodigste ten eersten order stellen,
770
Uw Vader zal wel haast u volgen en verzellen.
| |
Derde toneel
DEs Hemels goedheid laat ten minsten my een Soon,
By wien Natuur, en Deugd en Trouw, nog houd haar woon 772
Ik zal dien Hollander syn verraad duur verkopen! 773
Maar waarom van Abdul zo spoedig te wanhopen? 774
775
Hy 's jong, hy is verleid: helaas, de têere Jeugd
Staat altyd wankelend' in 't voetspoor van de Deugd!
De driften van syn hart hebben syn geest bedroogen,
De Heerschzugt of de Liefd' hebben verblind syn' oogen,
En de Verrader, die Batavia ons zond,
780
Heeft listig aangestookt 't misnoegen dat hy vond:
Dit gruwelstuk is nooyt in uw ziel opgekomen
Abdul! ik heb te veel zorg voor uw jeugd genomen
Ik weet 't is niet uw hart 't welk dees' misdaad beging
Het is de raad van die eerlose Vreemdeling:
785
En 't is van dit gedrocht dat ik my 't zwaarst moet wreken. 785
Gardes! zeg aan Sinan dat hy my hier koomt spreeken.
| |
| | | |
Vierde toneel
Agon. Sinan.
SInan d' Europeaan die hier voor drie jaar kwam,
En Mahomets Godsdienst, en onze Wet, aannam,
Steenwyk, moet door uw hand ten spoedigsten gevangen;
790
Ga heen, die order is van d' uitterste belangen. 790
Laat Abdul onderwyl alhier werden gebragt.
| |
Vyfde toneel
O Hemel! geef aan my het oordeel en de kracht
Om myn Soon na behoor te straffen, zo 't moet weezen! 793
Of liever, maak syn hart zo als het was voor deezen!
| |
Sesde toneel
Agon. Abdul.
795
ALschoon uw misdaad geen toegevendheid verdiend 795
'k Zal voor een ogenblik geen Rechter zyn, maar Vriend.
Onzinnig Jongeling, wat woed' heeft u bewogen 797
Daar gy het voorbeeld hebt van 't gansche Oost voor ogen 798
Om door de tweedragt, hier te brengen in ons wal, 799
800
Een Volk, waar aan het Oost verschuldigd is syn val!
Wat noodlot was voor u tot Bantam ooyt te vreesen 801
Slimmer, als in uw Ryk een anders slaaf te weesen? 802
| | | |
't Zy ik hier voor myn Vriend of voor myn Rechter koom
Ik durf myn reedenen bekennen zonder schroom:
805
Te meer, om dat tot welk van beiden ik ook nader 805
Ik weet dat elk van haar ook wislyk is myn Vader,
En dat ik hoop dat die, eer dat hy straft myn schuld
De gronden van myn doen zal weegen met geduld! 808
Zo Hassan tot zyn wensch niet eind'lyk is gekomen 809
810
En my niet voor altoos myn Vader heeft benomen!
Gy zyt; voor my en 't Ryk, beschuldigd van verraad, 811
Verschoon, indien gy kund, die ysselyke daad:
Geef reeden van het geen g' hebt durven onderwinden,
Uw Vader wenscht dat hy u mag onschuldig vinden!
815
Wat ik ook heb getracht van myn geboort' af aan
Ik heb nooyt wel by u, nog in uw gunst gestaan: 816
En Hassan heeft altyd, wat ik mogt onderneemen,
Aan my, myns Vaders Liefd' en hart, weeten t' ontvreemen! 818
Ondankb're; als het licht eerst voor uw' oogen kwam 819
820
En ik, als een geschenk, u, van de Hemel nam,
Als myne armen u voor d' eerste maal omvingen,
En ik myn hart van vreugd' voeld' in myn boezem springen!
Van die tyd heeft myn ziel altyd op u gewaakt, 823
| | | |
En uw opvoeding 't wit van myne zorg gemaakt! 824
825
De God die alles kend, kan myn getuige weesen
Met welk verrukkingen ik heb gehoord voor deesen 826
De eerste woorden die uw staamerende mond 827
Op een verstaanb're wys' tot myne ooren zond!
Met wat vreugd' ik 't verstand zag van myn' eerst geboren, 829
830
Reeds in syn kindsche tyd een ieders hart bekoren!
En met welk' zorg heb ik altyd, met alle kracht,
Het voorbeeld van de deugd voor uwe ziel gebracht 832
Als in 't vermeerderen van uw hoedanigheeden,
Ik d' eerste straalen zag doorschynen van de Reeden! 834
835
Hoe groot ook Hassans geest, hoe goed syn hart ook scheen,
Ik vond dat syne waard' altyd by u verdween,
'k Heb niet geluisterd na de stem der Hovelingen
Maar uwe lof gezien in 't oog der Vreemdelingen. 838
't Is dat verstand geweest, het is die geest alleen,
840
Die hier aan elk zoo groot, en zo doordringend, scheen,
Die my deed hoopen dat voor u de weg zou baanen 841
Tot nutte weetenschap van schrand'r' Europeaanen,
En de Verraêr aan wien ik heb die zorg vertrouwd, 843
Heeft op myn val de hoop van syn fortuin gebouwd!
845
Door laage vleyery' getracht na uwe gunsten, 845
En in plaats van aan u te wysen haare Kunsten, 846
De misdaên van Euroop' aan uwe ziel getoond,
En misschien, in syn Land, de Vadermoord beloond! 848
| | | |
'k Beken ik had gedagt dat ik met goede reeden
850
Misschien verschoonen kon 't geen is gebeurd op heeden, 850
Maar myn hart is te vol, uw goedheid is te groot;
Ik werp myn noodlot neêr in myne Vaders schoot: 852
Het is genoeg voor my dat ik uw kon mishagen
Om geen de minste zorg te dragen voor myn dagen. 853-854
855
Maar God en syn Propheet weeten dat myne smart
Niet is dat ik verlies het leeven, maar uw hart!
En d' allerwreedste dood zal my verdraaglyk schynen
Zo ik maar voor myn dood uw gramschap zie verdwynen,
Zo ik met deese troost na d' eeuwigheid mag gaan,
860
Dat Abduls lot u kost ten minsten eene traan!
| |
Sevende toneel
Agon. Abdul. Sinan.
EEn Neêrlands Vloot, zo als men klaar ziet van de wallen, 861
Heeft aanstonds op de rheê de ankers laten vallen: 862
En 't zy s' een ander dreigd, of wel ons eigen kust, 863
Het is klaar dat sy is tot iets groots uitgerust.
865
De ligte Schepen die de Oorlogs Vloot verzellen
Schynen door haar gedaant' een landing te voorspellen, 866
De Vaandels die men ziet, de trom'len die men hoord,
Zyn teekens dat de Vloot een leeger heeft aan boord.
Zo ras voor wind en stroom de Scheepen veilig waren,
870
Is van den Admiraal een boot na land gevaren,
| | | |
Die voortgedreven door de stroom en roeyers hand
Twee Officieren heeft gebragt op Bantams strand,
En de boot met de welk sy zyn van 't Schip gekomen
Heeft weder in hun plaats Steenwyk na boord genomen.
Op 't strand, alleen bewoond door 't allerslegts gespuys; 876
En buiten achterdogt, heeft hy op de geruchten 877
Van 't geen hier is gebeurd, uw macht weeten t' ontvluchten.
Een van die Officiers wagt hier na uw gesprek 879
880
En d' ander is gebragt na Fathema's vertrek,
Beide zyn sy gelast, ten minsten na hun zeggen, 881
By u en Fathema een boodschap af te leggen. 879-882882
Het is genoeg Sinan: laat hy die na my wagt,
Ook werden na 't vertrek van Fathema gebragt: 884
885
Ik zal my zo aanstonds na de Princes begeeven.
| |
| | | |
Agtste toneel
Agon. Abdul.
ZIe 't vergift dat uw hand stort op uw Vaders leeven
Myn hand! 'k had zo gehoopt dat Steenwyk hier gesteld 887
Aan uw de waarheid had van myne last gemeld! 888
'k Ben zeeker dat in hem, gezogt door wreede pynen, 889
890
Myn Onschuld, in haar glans, voor u had kunnen schynen.
Hy is op myn last na Batavia gegaan,
Maar my is onbekend wat hy daar heeft gedaan!
Ik was alleen bezorgd dat Hassan my zou laaten 893
Het geen uw goedheid my zou geeven van uw staaten,
895
'k Heb Nederlands vriendschap daar toe alleen gezogt,
En 'k zie dat ik die heb maar al te duur gekogt!
Maar 't koomd my zeer vreemd voor dat Steenwyk is verdweenen
Als zyn getuigenis het noodigst is gescheenen: 898
't Schynd men heeft bang gemaakt of weg gejaagd die man;
900
De eenigst' die alhier de waarheid weeten kan
Of dat getoond Verbond, en door wien is gesloten, 901
Of is een harsenschim uit Hassans geest gesprooten?
Dog 'k stem toe dat ik ben Verrader van myn Land
Zo gy vind dat het is geteekend door myn hand! 904
905
Maar 't is waar Hassan heeft myn iever aangestooken 905
Ik ben in haastigheid te schielyk uitgebrooken, 906
| | | |
En waar is de jongman die eer bezit en hart, 907
Die niet opvliegen zou op zulk een hoon en smart! 908
Die met koelheid zou zien dat men hem voor Verrader
910
Uitkryte van het Ryk, van syn Huys, van syn Vader, 910
Ik heb ter zy gezet de eerbied, en verdiend
De straf, die 'k wagt, 't zy van myn Rechter, of myn Vriend.
De tyd laat nu niet toe om met bedaarde zinnen
Het nodig onderzoek in deezen te beginnen:
915
Kies een vertrek op 't Hof, blyf daar, tot ik zal zien
Wat 's Lands belang vereischt dat ik u moet gebiên.
Gardes, bewaar myn Soon, maar niet als Staatsgevangen. 917
| |
Negende toneel
ZO heb ik eindelyk verkregen myn verlangen!
Ik zal nu binnen kort, en misschien voor de nagt
920
Wel zyn uit het gevaar daar Hassan my in bragt,
En tot een voorbeeld hier, voor die Abdul durft honen,
Het bloed van niemand, wie dat hy ook zy, verschonen: 922
Wraak! deugd der Vorsten! vul myn hart ter deezer uur!
En ban mêedogendheid, en eerbied en Natuur! 924
|
+Voor het eerste toneel leze men eerst het Naricht, sub 1 en 2 (blz. 134)
617-618De tweede druk heeft veertig jaar.
625Hij waarschuwt mij tijd en eeuwigheid uit elkaar te houden, d.w.z. de tijdelijke dingen van de eeuwige te onderscheiden.
626tot ... bereiden: op ... voor te bereiden
627-628Hij wijst mij erop, dat ik de vraag zal hebben te beantwoorden, hoe...
635daar: waar; zo ook meermalen
daar de Propheet rust: Mekka
636Khôran: het heilige boek der Mohammedanen. Zie verder aant. bij vs. 669-670.
licht: verlicht, beschijnt
639-640De fiere Keizer: de sunan van Mataram, toentertijd Amangku Rat II. Dat hij met Ageng bevriend was, is historisch onjuist. De Vorsten van Mataram beschouwden zich als erfgenamen van het grote Hindoe-Javaanse keizerrijk Madjapahit, dat in de 14e eeuw een bloeitijd beleefde en zich door veroveringen tot buiten Java uitstrekte. In de 15e eeuw viel dit rijk uiteen door burgeroorlogen en door de komst van de Islam. Na een langdurige strijd tussen de verschillende staten verwierf Mataram in het laatst van de 16e eeuw de soevereiniteit over Midden- en Oost-Java. In de 18e eeuw viel het rijk uiteen in de vorstendommen Soerakarta en Djokjakarta.
641onderbrengen: onderwerpen
642gehengen: dulden, toelaten
644de vlag ( wimpel) strijken was een teken van overgave
650Misschien is de komma achter Dochter bedoeld om aan te duiden dat door ... verlaten op Vriend en niet op Dochter betrokken moet worden.
652't geluk: de gunstige fortuin, het succes
655koomd, van: is een gevolg van het feit
658beklyven: voortduren, zich bevestigen (hier wel:) toenemen
663Vaders erf: het vaderlijk erfdeel
665die plaats, en die gehugten: nl. het lustverblijf Tirtajasa met de kampongs daarbij
669Iman: mohammedaans voorganger bij de gebeden en hoofd van de moskee
669-670De islamiet gelooft, dat de Koran het door de engel Gabriël aan Mohammed geopenbaarde bevat.
673by: in aanwezigheid van
679zyt gy te vreeden: zijt gij voldaan, gaat gij akkoord
680't Gebiedt: de heerschappij
685voor my: uit mijn naam. De komma's achter door en voor zijn kennelijk bedoeld om deze woorden te beklemtonen.
687toezeg: toestemming
wal: (hier in de betekenis van:) versterking. De komma aan het einde van de regel is wellicht geplaatst om daardoor het onderwerp te scheiden van het er onmiddellijk op volgende object. Van Haren gebruikt een komma wel vaker om zinsdelen van elkaar te scheiden; vgl. vs. 226, 367.
691verbaast: ontsteld
is: heeft te betekenen
693denk: bedenk; zo ook op andere plaatsen.
704Daar is 't Verbond: Bij deze woorden overhandigt Hassan aan zijn vader een afschrift van Abduls verdrag met Batavia.
711Trouwloos gedrogt: Deze woorden zijn tot Abdul gericht.
717brengd: gebiedende wijs
718belangen: stand van zaken
***Aan de Javaanse Grooten.
732De komma achter alleen is gebruikt om dit woord sterke nadruk te geven.
740waapenkreet: kreet aangeheven bij het ten strijde trekken.
742onder 't oog te zien: van aangezicht tot aangezicht (als vijand) te ontmoeten
746haar Verbond: zie de aant. bij vs. 393.
751hen ... zyn bestand: tegen hen ... zijn opgewassen
753De hier genoemde volken hadden handelskantoren in Bantam. Sultan Hadji (Abdul) verbande hen na zijn overwinning en schonk de Compagnie het handelsmonopolie in zijn rijk. Zie de Inleiding.
754in uw belangen scheenen: voorstanders leken van uw belangen; aan uw kant leken te staan
758hunne Wet: de voorschriften van hun godsdienst
759alleen is een bepaling bij haar. Bedoeld is: Of hun, met uitsluiting van de Hollanders, een monopolie aan te bieden.
763haar vriendschap ... bod: hun vriendschap is altijd voor de meest-biedende
772Natuur: zie de aant. bij vs. 86.
773verkoopen: doen bekopen
774van: met betrekking tot
790van d' uitterste belangen: van het grootste belang
793na behoor: naar behoren; zo: indien
797Onzinnig: dwaas; wat woed': welke drift, welke hartstocht
799De eerste komma zal wel bedoeld zijn om hier te scheiden tweedragt en te verbinden met brengen.
805welk van beiden: nl. vriend of rechter.
808gronden: motieven, redenen
weegen: overwegen, het gewicht ervan bepalen
811De kommapunt is wellicht een drukfout voor een komma.
816nooyt wel ... gestaan: nooit in een goed blaadje bij u gestaan, noch uw gunst (liefde) genoten
818ontvreemen: ontvreemden.
819als het licht ... kwam: toen gij het eerste levenslicht aanschouwdet
827staamerende: stamelende
829't verstand: de intelligentie. Wij zouden achter dit vers geen komma plaatsen, want de zin loopt door.
832voor uwe ziel gebracht: u voorgehouden
834de Reeden: de rede, het redelijk verstand
838't oog: de bewonderende blikken
841die my deed hoopen dat: waarvan ik hoopte dat die
843de Verraêr: nl. Steenwijk
845getracht na uwe gunsten: zich beijverd om in uw gunst te komen
846wysen: leren kennen
Kunsten: kundigheden
848Prospectief aspect! De versregel zal moeten betekenen: En hij heeft u misschien ook getoond hoe in zijn land, dus Nederland, de Vadermoord succes heeft. De tweede druk heeft En Vadermoord misschien in Nederland beloond! Hier zal men misschien bij Vadermoord moeten betrekken, en stellig niet bij beloond.
850verschoonen: verontschuldigen, (hier ongeveer:) rechtvaardigen
852Ik leg mijn lot in handen van mijn vader
853-854Dat ik u kon mishagen, is voor mij reden genoeg om de dood (als straf) te aanvaarden (letterlijk: om niets meer te geven om mijn leven)
863een ander, of wel ons eigen kust: een andere kust dan wel de onze
876De moderne interpunctie verlangt aan het eind van dit vers een komma i.p.v. een kommapunt.
877buiten achterdogt: zonder argwaan te wekken
879na uw gesprek: op een onderhoud met u
881zyn sy gelast: hebben zij de opdracht
879-882Deze passage lijkt in strijd te zijn met het derde en vierde toneel van het volgende bedrijf, waar slechts één gezant (St. Martin) optreedt. Van Haren heeft dat blijkbaar ook zelf ingezien, want in de tweede druk luidt de laatste regel:
Van weegen St. Martin bezoeken af te leggen. Anders dan in de eerste editie wordt in de tweede druk (IV, 1) de inhoud van de boodschap vermeld: St. Martin heeft bij Agon en Fathema gehoor doen vragen; Fathema heeft van een der officieren vernomen dat de Hollanders haar van Agon opeisen. Dit laatste verklaart de inzet van het vierde bedrijf.
882af te leggen: over te brengen
887hier gesteld: hier vóór u gebracht
888van myne last: aangaande de opdracht die ik hem gegeven heb
889gezogt ... pynen: onder pijniging ondervraagd
893bezorgd dat: erover ongerust, of
898Als: op het moment dat
is gescheenen: blijkt te zijn
901Of en door wien accentueren.
905myn iever aangestooken: mijn drift opgewekt. Wij zouden achter waar een komma zetten.
906in haastigheid ... uitgebrooken: overijld te werk gegaan
907En: (wij zouden zeggen:) maar
908op zulk een hoon en smaad: (hendiadys) bij zulk een grievende smaad
917De tweede druk voegt als toneelaanwijzing toe: de wagt geeft aan Abdul de Cris wederom.
922Prospectief aspect: een toespeling op wat later inderdaad gebeurt.
924Natuur: natuurlijk gevoelen, (hier wel:) kinderliefde. Vgl. de aant. bij vs. 86.
|
|