Agon, sulthan van Bantam


auteur: Onno Zwier van Haren


editeur: G.C. de Waard


bron: Onno Zwier van Haren, Agon, sulthan van Bantam (ed. G.C. de Waard). Martinus Nijhoff, Den Haag 1979 (2de druk)  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 106]

Vierde bedryf+

Eerste toneel

Agon. Fathema. Hassan.
agon
925
NEen, Mevrouw, neen, gy zult uw schuilplaats niet verliesen,
 
En Agon zal veel eer het uitterste verkiesen926
 
Als dat hier ooyt door hem verlaaten zy het pand,
 
Het welk syn stervend Vriend vertrouwd heeft aan syn hand
 
Maar, wat ik bidden mag wilt dog uw moed bedaaren!929
930
Gy zyt niet aan het hoofd van uwe Maccassaaren;
 
Een Vorst die veinsen kan, heeft dikwyls door de tyd,931
 
Op 't onverwagst gezien het geen syn hart verblyd.
fathema
 
Schoon myne razerny ten toppunt is gereesen,
 
Ik zal niet haastig zyn, ik zal gematigd weesen.
935
Maar wee dat Volk, dat nu myn geduld zo veel vergd!935
 
Dat myn langmoedigheid, myn haat zo bloedig tergd!
 
't Schuym van Europa zal Fathema wetten geeven!
 
'k Zou van Batavia afhanklyk kunnen leeven?
agon
 
Gy zyt nog vry, Mevrouw, en ver van dat geval;939
[p. 107]
940
't Is nog niet zeeker wat men ons hier voorslaan zal:
 
En door wien, of voor wien, dees' zaak ook is begonnen
 
Wy zyn nog niet gedreigd, en veel min overwonnen.
hassan
 
Ik denk dat die Gezant zo voorzigtig zal zyn
 
Van niets te zeggen 't geen hier 't minste honend schyn'944
945
En dat Fathema niets uit syne mond zal hooren....
agon
 
Het is geen tyd om nu aan woorden zig te stooren:946
 
Hassan hoe sterk ons magt, hoe groot uw moed ook zy,
 
De staat daar wy in zyn band alle hoovaardy.948
 
Ik heb Batavia reeds meermaal hare kragten
950
Zien zenden in het Oost tegen de sterkste magten,
 
En 'k heb altyd bespeurd, welk Vloot dat sy ook zond,
 
Dat d' uitslag aan de keur van haare Veldheer stond:952
 
En zo sy tegen ons een van die had verkooren
 
Door wiens lafhartigheid Formosa ging verlooren,954
955
Zo 't niet was St. Martin die hen hier komt gebiên955
 
Gy zoud my zonder zorg en ongerustheid zien:
 
Maar 'k weet dat van die geen' die in ons Indien varen
 
Niemand hem in Krygskund' en moed kan evenaaren.
 
Ik vrees hem nogtans niet, maar de Voorzigtigheid
960
Vereischt maatregulen tegen syn kundigheid:
 
*Hy heeft zo wel na u als na my laten vragen,
 
't Is best dat gy eerst hoord wat hy u zal voordragen,962
 
't Is nodig dat hy zie dat gy in Vryheid bent,
[p. 108]
 
En, schoon in Bantams Hof, egter geen meester kendt;
965
Dat men aan uw alhier geen wetten wil voorschryven,
 
En niet bevreest is u alleen te laten blyven:
 
'k Zal naderhand, by u, aanhoren syn gesprek,967
 
En hem 't verzogt gehoor geven in dit vertrek.
 
**Gy, draag zorg om de tyd ten nutte te besteeden
970
Wat ook het Lot aan ons bereiden mag op heeden.

Tweede toneel

fathema
 
WAt ook het Lot voor my heden bereiden zal,
 
Ik zie niet dat ik heb te vreesen lager val.972
 
Myn Vader heeft wel eer, door 't staal van die Barbaren,
 
Verlooren op een dag duizenden Maccassaaren974
975
Syn schatten, Ryken, Vrouw! en ik, boven dat al
 
Nog myne Vader self in deeze droeve wal!976
 
En haar laatdunkendheid durfd nog zig onderwinden977
 
Om hier Fathema's hand aan Abduls lot te binden!
 
Fortuin, gy hebt getoond uw magt over myn Land,
980
Myn leven en myn hart zyn buiten uwe hand.980

Derde toneel

Fathema. St. Martin.
st. martin
 
MEt hoe veel lof men hoord Fathema's schoonheid prysen,
 
Ik zie haar byzyn daar de waarheid van bewyzen,982
[p. 109]
 
Ik zie dat Agon's Hof bezit de grootste schat
 
Die Indiën in haar schoot, of 't gansche Oost bevat.984
985
Batavia verlangd haar eerbied uw te toonen,
 
En met haar' eigen hand Fathema's hoofd te kroonen,
 
En haar Regeerings Raad zoekt aan Fathema's hart987
 
Zo veel als doenlyk is t' afneemen alle smart;988
 
Te doen vergeeten het gebeurd' in vroeger tyden,
990
En haar geluk en 't ons' te vesten aan weêrzyden.990
 
Myn last is dat ik dit op alle wys' betracht;991
 
En 'k zal gelukkig zyn wanneer ik 't heb volbracht.
fathema
 
De naam van St. Martin, en syn hoedanigheden,
 
Zyn hier niet min bekend, als syn beschaafde zeeden,
995
En zo ik kon iets goeds wagten van Hollands kant
 
Sou 't waarlyk moeten zyn door zulk een Afgezant;
 
En 't beste middel om myn hart na haar te wenden
 
Was zeekerlyk, Myn Heer, om u alhier te zenden.
 
Maar hoe vergeetelheid tusschen ons kan bestaan,
1000
Na 't geen Batavia myn Huis heeft aangedaan,
 
Welke Kroon op myn hoofd geplaatst door hare handen
 
Aan my vergoeden zal Celebes ryke Landen;1002
 
Is iets 't geen ik verlang met veel nieuwsgierigheid
 
Te hooren uit een mond van zo veel kundigheid.
st. martin
1005
Indien Fathema's Huis gelyk in vroeger jaaren
 
Sat vreedig op den Throon van 't Ryk der Maccassaaren,
 
Zo all' de Ryken van Celebes, als voorheen,
 
Waaren onder een Hoofd, en in haar magt alleen,1008
 
Zo enig Vorst voor haar het zwaard bestond te trekken,1009
[p. 110]
1010
Of voor haar zaak in 't Oost de minste onlust wekken;1010
 
Dan zou 't vreemd kunnen zyn Fathema voor te slaan1011
 
Om het geringst gehucht aan Neêrland af te staan:
 
Maar nu het lot des Krygs de Ryken van die stranden
 
Heeft zedert zestien jaar gehecht in Neêrlands banden,
1015
Dat zedert zestien jaar 't Eyland geen' and're wet1015
 
Of Vorst, erkend, als die Batavia daar zet,
 
Schynd de Voorzigtigheid aan u een weg te wysen
 
Die geen welsprekendheid uw behoefd aan te prysen.
 
Batavia bied uw de Kroon van Boni aan1019
1020
Mits gy het verdere Celebes af zult staan;
 
Door dien Batavia voor niemand heeft te vreesen,1021
 
Kan dit alleen een blyk van haare vriendschap weesen.
 
En voor dat Land, het welk aan uw is onbekend,
 
Dewyl gy, nog een kind, van daar gekomen bendt,
1025
Van 't welk d' Inwoonder u misschien al heeft vergeeten,
 
Zal men een beeter Volk voor uw, en nader, weeten:1023-1026
 
En wyl Fathema's deugd verzieren zal een Throon1027
 
Is onse praal dat sy in ons nabuurschap woon,1028
 
En voor een muitziek Volk, en voor Barbaarse Landen,1029
1030
Verkiese Java's rust en Bantams stille stranden.
fathema
 
Wie is op Java's kust die Vorst aan my zo vreemd,
 
Aan wien Batavia, voor my, syn Ryk afneemd?
st. martin
 
Haar hand is niet gewoon te neemen, maar te geeven:1033
 
En wyl Agon alhier ver van de Throon wil leeven,
[p. 111]
1035
Heeft haar besluit Abdul alhier tot Vorst benoemd,
 
Abdul door syn verstand in 't Oost zo hoog beroemd:
 
En Neerland zou aan uw dien Gemaal niet aanprysen
 
Zo 't Oost een grooter Vorst voor u wist aan te wysen;
 
En als Fathema nu haar waar' belangen kiest,
1040
Wint sy door 't Huw'lijk meer, als sy door 't Lot verliest.
fathema
 
Wanneer voor sestien jaar, het Lot op my verbolgen,1041
 
My in myn kindsheid dwong myn Vader hier te volgen,
 
Ben ik geleerd Agon als Vader aan te zien,1043
 
En myn hand is voor hem dien Agon zal gebiên.1044
1045
Ook is myn voorneem niet ooyt uit belang te trouwen1045
 
'k Laat die lafhartigheid aan Europeesche Vrouwen;
 
Ik zoek in 't huwelyk een waare en duurb're vreugd,
 
Die 'k twyffel dat men vind buiten syn Ega's deugd.
 
En zo myn Vyanden myn Kroonen my benamen,
1050
't Is niet aan my, 't is aan het Lot, om zig te schamen:
 
Maar ik dagt niet, dat door de mond van St. Martin,1051
 
Myn ongeluk aan my verweeten zoude zyn,
 
Dat Koopliên uit het West ooyt zouden durven hoopen
 
Om door Fathema's hand hun rust in 't Oost te koopen,
1055
Dat haar' vermeetelheid zo ver zou durven gaan,
 
Om Agon, in syn Hof, hun wetten voor te slaan!1056
 
't Schynd dat sy 't gansche Oost reeds aanzien als hun Slaven!
 
Daar zyn nog Vorsten vry in 't Oost, en ook nog Braaven.1058
st. martin
 
't Kan zeekerlyk voor my niet als zeer smert'lyk zyn
1060
Dat 't geen ik, voor uw best, raad', u verwyten schyn':
 
Maar die gy Koopliên noemd, wel ver van zig te schamen,
[p. 112]
 
Draagen hun grootste roem, Mevrouw, op deese naamen;
 
Sy syn by ons de steun en kragt van 't Vaderland,
 
En gy ziet Indiën hier afhangen van haar hand:1064
1065
De Koning van Cochin gebragt onder haar' wetten,1065
 
Heeft door een Koopmans hand syn Kroon op 't hoofd zien zetten,1066
 
't Welriekende Ceylon, de Slaaf van Portugal,
 
Heeft Koopmans Vaandelen gezien op Candi's wal;1067-1068
 
En welk het noodlot zy van die men hier noemd braaven,1069
1070
Kan 't Oost zien door 't getal der Maccassaarsche Slaaven.
fathema
 
't Verslaven van een Volk kan door het Lot geschiên:1071
 
Maar 'tgeen voor Hollands komst het Oost nooit had gezien,
 
Zyn vrye liên die zig in Japan slaaven maaken
 
En om gewin haar God op Desima verzaaken.1074
st. martin
1075
Ik zie het is vergeefs dat ik besteed myn vlydt,1075
 
't Verzagten van uw hart zal 't werk zyn van de tydt:
 
Batavia, 't welk u hoopt in haar wal t' ontvangen
 
Zal uw, beeter, dan ik, toonen uw waar' belangen;
 
En Agon's wysheid zal voorkomen al het kwaad
1080
't Geen gy te dugten hebt van onbezonnen raad.
[p. 113]

Vierde toneel

Agon. Fathema. St. Martin.
st. martin
 
EEn zeegepralend Volk het welk' op deeze stranden1081
 
Waar het zig nederzet, het Noodlot maakt der Landen,1082
 
Heeft met verwondering gehoord, dat Vreed' en rust,
 
Door vreemde nieuwigheên, gevaar loopt op dees' kust.1084
1085
Haar wysheid is gewoon d' onlusten voor te komen,1085
 
En onrechtvaardigheên te hind'ren, of, te tomen:
 
En schoon Batavia zorgt voor gansch' Indiens best,
 
Sy denkt om Java's strand nog meer als om de rest.
 
't Is buiten haare zorg hoe dat Agon wil leeven,1089
1090
Maar haar raakt, wien Agon alhier tot Vorst wil geeven;
 
Sy wil dat ieder hier geniet 't geen hem behoordt,1091
 
En dat men hier niet schend' 't recht van de eerstgeboort'.
agon
 
Is dat al 't geen uw mond aan my heeft voor te dragen?
st. martin
 
Ik ben alhier niet om t' andwoorden aan uw vraagen,1094
1095
Maar om aan Bantams Hof t' aankondigen de wet,
 
Welke Batavia voor Indiën heeft gezet.1096
 
Abdul is d' oudste Soon, Abdul moet hier regeeren;
 
Zo ras Agon dit Ryk niet langer wil beheeren;1098
 
En wanneer gy dit punt zult hebben toegestaan
1100
Zal 'k tot de verdr' inhoud van myn last overgaan.
[p. 114]
agon
 
Wie heeft aan Nederland, of recht of macht, gegeeven,1101
 
Om Indiën na haar wet, en wille te doen leeven.
st. martin
 
De Overwinning, die nooyt eenig reeden geeft1103
 
Aan 't overwonnen Volk, dat onder haar hand beeft.
1105
Welk' zee in Indien heeft niet daag'lyks door ons Vlooten
 
De roem van Nederland en haar Ryk zien vergrooten?
 
Welk Vorst, welk Oosters Land heeft hare macht wêerstaan,
 
Daar maar by moog'lykheid ons' waap'nen konden gaan,
 
Van daar de Morgenstond vertoond haar eerste straalen,
1110
Tot daar de Son in 't West voor 't oog schynd neêr te daalen!
 
Malacca, Cormandel, Ceylon en Malabaar,1111
 
Toneel van Neêrlands moed in 't bloedigste gevaar!
 
Houtman, Koen, Matelief, onstervelyke naamen,1113
[p. 115]
 
Heemskerk, van Goens door wien drie Ryken aan ons kwamen!1114
1115
Uw glory heeft in 't West uw Vaderland vereerd,1115
 
En Indiens Vorsten hier gehoorsaamheid geleerd;
 
Zo dit te weinig is om Agon te vernoegen,1117
 
Men kan hier by nog meer verwonnen Landen voegen.
 
Het fier Maccassar heeft getemd door onse magt,
1120
De sleutels van het Oost in Neêrlands schoot gebragt,
 
En schoon Natuur in 't Oost de specery laat bloeijen,
 
De Nagel op Ambon, de Noot op Banda, groeijen,1122
 
Het Oost bezit syn Noot, bezit syn Nagel niet,
 
Maar is met syne vrucht in Nederlands Gebiedt.1124
1125
En wyl De Vlamings naam de Boeginees doed beeven,1125
 
En Cerams Kusten dwingd in onse wet te leeven;1126
 
Bearbeid van der Stel, met een weldoende hand,1127
 
Het koren en de most, op 't allerwoeste strand:
 
Het Caapsche Voorgebergt, 't geen durend zo veel eeuwen,1129
[p. 116]
1130
De woonplaats is geweest van tygers en van leeuwen,
 
Is uit de wildernis door syne geest geraakt,1131
 
En door syn' nyverheid een weeld'rig land gemaakt;1132
 
En zo syn vlyt aldaar die van and'ren kan wekken,
 
Zal Neêrlands Africa haast aan de Keerkring strekken!1134
1135
Zie daar de wet en 't recht waar op zig Neêrland grond,
 
En 't antwoord dat gy hebt te wagten uit myn mond.
agon
 
't Prysen van groote Liên en hun hoedanigheeden
 
Is veel gemak'lyker als t' antwoorden met reeden;1138
 
Maar die Batavia en haar Bedienden kend,
1140
Die is reeds zedert lang aan zulk antwoord gewend.
 
Ik merk alleen dat gy voorzigtiglyk gezweegen
 
Hebt and're daên, die ook hier naam hebben verkreegen:
 
Formosa's schone Kust de prooy van een Chinees,
 
Die tweemaal uwe Vloot deed zidderen van vrees;
1145
D' onschuldige Cojet op Poelo-Ay gebannen,
 
Door 't goddeloos vonnis van uwe groote mannen;1143-1146
 
Mozambycq en Maccauw beleegerd tot drie maal,1147
 
En ieder keer tot schand' van Neêrlands Generaal;
 
En schoon men niet heel klaar van Neêrlanders kan weten
[p. 117]
1150
Op welk' voorwaarden sy in Japan zyn gezeeten,1150
 
Ik twijffel op wat wys' men die zaak ook verbloem'1151
 
Of haar verblyf aldaar, kan strekken tot haar roem:
 
Op Java selv' daar u de glory schynd t' omringen,
 
Ontbreekt iets aan uw roem....
st. martin
 
Dat is?
agon
 
Agon te dwingen.
st. martin
1155
Hier toe is in myn Vloot alles alreë bereid,
 
En 'k ontvang door dit woord myn antwoord, en afscheid.
 
Mevrouw, 'k heb last u na Batavia te brengen
 
Indien Agon alhier dat aan u wil gehengen,1158
 
Wat 's uw bevel aan my?
fathema
 
Dat eêr Natuur vergâ,
1160
Als ik door iemands last koom tot Batavia!1160

Vyfde toneel

Agon. Fathema. Hassan.
hassan
 
DE Vyand als of hy ons antwoord wist te vooren
 
Maakt reeds bereidzelen om hier de Vreê te stooren,
 
Men ziet by ieder schip de booten al op zy,
 
Gereed tot hare schand' of onse slaaverny.1164
[p. 118]
1165
Op 't allereerst gerugt by d' Inlander vernomen,1165
 
Is hy van alle kant ten spoedigst' aangekomen,1166
 
De vlammend Cris met goud en silver ingelegd,
 
Verlangd reeds in hun' hand na 't teken van 't gevecht.1168
 
Ons leger door myn zorg tot by de stad genaderd,
1170
Staat met den Burger reeds voor Bantams wal vergaderd;1170
 
De Hoofden, en 't gemeen, een ieder, is vol moed,1171
 
En alles aêmd op 't strand de schrik, de dood, en 't bloed
agon
 
Wel aan, het is dan tyd my aan haar hoofd te zetten;
 
En met haar, en met u, de landing te beletten:
1175
Wy hebben boven haar 't getal, misschien de moed,1175
 
Maar 't is niet het getal dat overwinnen doed.
 
Hassan, zoek in krygstucht Europa t' eevenaaren
 
Bewaar uw volk voor drift veel meer als voor gevaaren.1178
 
Denk dat gy vechten gaat, en voor uw eigen zaak,1179
1180
En voor het gansche Oost, en voor Fathema's wraak,
 
En om door dapperheid uw Vaders Ryk te erven,1181
 
Of om, op 't strand met my, ten minsten vry, te sterven!
 
Ik denk dat gy nog hier te zeggen hebt een woord,
 
Het geen niet nodig is dat uwe Vader hoord.

Sesde toneel

Fathema. Hassan.
hassan
1185
MEvrouw, het lot is dan zo gunstig aan myn wenschen
[p. 119]
 
Dat Agon selv' niet meer bevreest is voor die menschen,
 
Die in haar trotsheid en ondraagelyke taal
 
Gelyk in gierigheid, kennen nog maat nog paal!1188
 
Ik dagt dat dit by u ook vreugde zoude wekken,
1190
Maar 'k zie uw minlyk oog door vogtigheid bedekken,1190
 
Fathema! 'k zie gy schreyd! spreek, is het die Barbaar
 
Die u beleedigd heeft? of is 't vrees voor gevaar?
 
Maar neen, Fathema's hart is niet gewoon te vreesen,
 
Wee hem, die van uw leed ooyt durft de oorzaak weesen!
fathema
1195
Hassan, ik vrees voor my, nog ramp nog ongeluk;1195
 
Denk niet dat ooyt myn hart voor 't noodlot schrik of buk:
 
Maar 'k ys voor het gevaar waar in g' u gaat begeeven,
 
Myn ziel is al te veel verbonden aan uw leeven
 
Om niet te schrikken voor 't gevegt, het geen uw hand
1200
Gaat zoeken, voor uw roem, en voor uw Vaderland!
 
Denk dat myn hart u heeft, boven 't heel Oost, verkoren,
 
En zo ik u verlies, dat 'k alles heb verloren!
 
Maar neen, Hassan, ik voel ik heb alreeds berouw
 
Dat ik uw heb getoond dees zwakheid van een Vrouw:
1205
Gaat daar de eer u roept, myn hart durft u vermaanen,
 
Om uwe plicht te doen, in weerwil van myn traanen!
hassan
 
Wat ook in dit gevecht my overkomen mag
 
Ik denk dat ik beleef myn glory-rykste dag!
 
Wie zou Hassans geluk op heden niet benyden,
1210
Die voor syn Vaderland, voor eer, voor u, gaat stryden!
 
Die zo hy leefd, alhier aan Fathema behaagd,
 
En door Fathema's mond zal, stervend, zyn beklaagd!
 
Maar zo 'er is een ramp die Hassan kan doen beeven,
[p. 120]
 
Of hem de minste vrees inboezemd voor syn leeven,1214
1215
Is het alleen het Lot het geen Fathema wagt,
 
Zo d' overwinning hier zig voegd by Neêrlands magt,1216
 
En dat Batavia mogt zien, in hare wallen1217
 
Het edelst bloed van 't Oost voor haare hoogmoed vallen!1218
fathema
 
De zee, door een Orcaan verheven hemel-hoog,
1220
Zal gansch Borneo eer ontrukken aan het oog,
 
Het Campher-ryk gebergt' met zig in d' afgrond woelen,1221
 
En Sincapoera's Straat Celebes kust bespoelen,1222
 
Eer dat myn hart syn haat voor Nederland verliest!
 
Of dat Fathema ooyt een and'ren man verkiest!
1225
En zo een teed're zorg voor my en myn belangen,
 
Tot midden in den Stryd, uw hart nog kan omvangen;
 
Zo gy in 't heetst gevaar, nog aan Fathema denkt,
 
En vreest dat eenig ramp ooyt hare glory krenkt,1228
 
Vertrek gerust, Hassan, uw hart kan zig vertrouwen1229
1230
Op d' onverschrokken moed der Maccassaarsche Vrouwen!
 
Wat ook haar overkoomd, of hoe het Noodlot woed',
 
Haar Cris draagd altyd zorg voor d' eere van haar bloed!1232