terug  begin  verder
[p. 1]origineel

Inhoud van het eerste boek.

FRISO vlugt voor Agrammes uit de Koninklyke Stad Gange, aan het hoofd van een troep Krygslieden. Hy ontmoet Teuphis, broeder van zynen Vader Stavo. Word van hem gekend, dog kent hem niet. Teuphis, zynde een groot Wysgeer, en den Godsdienst van Zoroastres toegedaan, raad den Prins zich naar Taprobana te begeven, en bied zich aan om met hem derwaarts te vertrekken; waar in hy bewilligt. Op Zee zynde verklaard de Wysgeer, op eenige vragen van den Koning Friso, den Godsdienst van Zoroastres. De Koning omhelst dien. Zy komen op Taprobana. Charsis Koning van dat Eiland is een zeer deugdzaam Vorst, dog Cosroës, zyn zoon, en Pasiphaë Vrouw van Cosroës, en dogter van Pandion, zyn door Vleiers geheel bedorven, en verwyfd van zeden.

[p. 2]origineel

Friso, reisende van het strand naar de Hoofdstad van Taprobana, genaamd Magramme, ontmoet een bende Verraders, die den ouden Charsis tragteden om te brengen, en voorgenomen hadden om in den volgenden nagt de Stad in brand te steken, en het Ryk te overweldigen. Gevegt. Friso overwint. Een gedeelte der Verraders vlugt, en een gedeelte, gewond zynde, word naar de Hoofdstad gevoerd. Liefde van bet Volk jegens Charsis. Diocaar, voor uit gezonden door Friso, verhaald aan Charsis het voorgevallene in tegenwoordigheid van het gansche Volk, waar op men van stonden aan de Stadspoorten bezet. De Koning Friso koomt zelv by Charsis, die hem hulp beloofd, en zulks zweerd by den Styx. Men maakt zich nogtans alvorens gereed om de Verraders op Taprobana aan te tasten, wier hoofd was Torymbas, een man van moed en van magt.

terug  begin  verder