terug  begin  verder
[p. 413]origineel

Inhoud van het elfde boek.

KOmste van Friso in het Land der Alanen, Volkeren bewonende de Oevers van den Noordlyken arm des Ryns. De Koning bied den Inwoonders aan in verbond met hem te treden; en verzoekt ten dien einde te weten hoe het met den staat van dit gewest gelegen is. Segonax, een der oudsten des Lands, doed het verwonderens - waardig verhaal van dit Volk; van den vuurigen Draak hen tot een straffe toegezonden; en hoe men de Kroon van dit gebied beloofd aan den genen, die het van deze plaag kan verlossen: Waar na men zich ter rust begeeft. Een Jongeling verschynt Friso in den droom, en moedigd hem aan om het wangedrogt te bestryden: Verzekerende hem zyner hulp, en des Goddelyken bystands. De Prins ontwakende verhaald zulks aan Teu-

[p. 414]origineel

phis, wien deze Jongeling ook was verschenen. De Prins besluit hier op om den Draak te bevegten. Zyne Redenvoering aan de Alanen. Hy treed omringd van het gansche Volk, naar eenen rokenden en grondelozen poel, waar uit dit gedrogt van tyd tot tyd te voorschyn kwam. Eene onzigtbare stem hem aanmoedigende, begeeft hy zich onverzaagd in den Kolk, alwaar hy den Jongeling of den Engel, hem 'snagts te voren verschenen, ontmoet. Deze Engel verklaard hem dat ze op den weg der Helle zyn, en steld aan zyne keur of hy derwaarts met hem wil gaan, hebbende daar magt van de Godheid toe gekregen. De Prins neemt dezen tocht met vreugde aan, en zy treden straks dieper naar beneden. De Engel opent de Deuren der Helle met zynen staf.

terug  begin  verder