terug  begin  verderprepost

Derde hoofdstuk.
Beschryving van hunne Wapenen.

De gewoonlyke Wapenen van die Volken, zyn Boogen en Pylen, daar zy zich zeer wel van weeten te bedienen, als van Jongs af daar toe geleerd, schietende hunnen Pylen om hoog, doch zo net mikkende, dat zy, in de nederdaaling, zelden zullen missen het Voorwerp te treffen, daar zy op gedoeld hebben.

De Boogen zyn van Letter of ander hart hout, gemeenlyk vyf of zes Voeten lang, aan de buiten kant rond, en aan de punten spits toeloopende, met een Koord of Snaar bespannen.

Hunne Pylen van dezelve langte, zyn gemaakt van de boven eindes van Rieten: zy steeken in het achtereind van ieder Pyl, die zy met Vederen versieren, een stuk Hout, drie of vier Duimen lang, om de beweeging te verhaasten; aan de andere zyde wapenen zy de punt met een stuk zeer

[p. 13]origineel

hard Hout, spits gesneeden, of wel met beenen, of steenen punten met weerhaaken voorzien, ook wel met een scherpe Vischgraat van onder de Vinnen.

Zy vernoegen zich niet dezelve met één punt te hebben, maar zetten 'er somtyds drie of vyf ja zeven op, welke zy Possirou noemen, dezelven gebruikende niet alleen in den Oorlog, maar ook ter Visschery, schietende dikwyls in een Schot zo veel Visschen, als 'er punten aan den Pyl zyn.

Veelen van hen vergiftigen hunne Pylen met de Vruchten van Cururu of Pison, ook wel met het Sap van zekeren Boom, dien zy Pougoulay heeten. De proef, of dezelven wel vergiftigt zyn, bestaat, dat zy zo een Pyl in een Jonge groene Boom schieten: indien binnen drie Dagen de Boom zyne Bladen laat vallen, is het Gif krachtig genoeg, ja zo sterk, dat niet alleen de gekwetste voort sterft, maar zelfs wordt verhaald, dat, in den laatsten Opstand der Negers in de Colonie de Berbice, een Kind gedraagen wordende op den Rug der Moeder, welke met een vergifte Pyl doorschoten wierd, schoon zelf niet in het minste gekwetst, zeer dik opzwol, en korte tyd daar na, zoude gestorven zyn. De Pylen steeken zy in een Koker van Boomschors gemaakt, en met Leer overtrokken, welken zy op zyde draagen.

Zy bedienen zich ook van een Knodts of Zwaard, zynde een stuk Letter-Yzer- of ander zwaar Hout, twee of derdehalf Voet lang, één Duim dik en aan de eindes drie of vier Duim breed, doch in 't midden smal afloopende en uitgerond, met aardige figuuren besneeden.

Die van de Natie der Palicours bedienen zich van een soort van Piek, by hen Serpo genaamd, gemaakt van Letterhout, zynde alleen het Wapentuig tot onderscheiding van hun Opperhoofd of Capitein. Het eenigste hunner verweerende Wapenen, is een Schild van zeer ligt Hout, het welk zy met verscheidene Verwen beschilderen; de gedaante is byna vierkant, een weinig hol van binnen, daar ze een Handvatsel hebben.

De Indiaanen, in de Nederlandsche Colonien, hebben geen vergiftige Pylen die zy met de Boog schieten, uitgezonderd de Acquowayen, welke lange Spatten of Blaasrottingen gebruiken, waar mede zy, ver-

[p. 14]origineel

giftige Pyltjes, ruym ecn span lang en zeer dun, aan de punt geknakt of ingekurven, op dat zy, als men ze uit de Wond wil trekken, af breeken; zeer ver en net weeten te blaasen, om hun Wit te treffen.

prepostterug  begin  verder