‘Leefden wij in gewone tijden, dan zou het wellicht nodig zijn om in het eerste nummer een verklaring op te nemen van de redenen die tot de uitgaaf van weer een nieuw blad leidden. Maar wij leven immers niet in gewone tijden. Integendeel, wij leven in zeer biezondere. In het oude Europa is een strijd losgebrand die elk uur geschiedenis maakte’, zo schreef Simon Johannes Teunisse, een Haarlemmer, die op Maandag 9 October 1939 zijn dagblad Stadseditie begon. (nr. 155.)
Teunisse zelf was hier aanvankelijk voor de C.P.I.M. gekomen, daarna was hij bij de Hollandse Boekhandel geweest, had een tijdje gezeten, was op Aruba bij de olie geweest, ter redactie van de Beurs- en Nieuwsberichten gekomen en thans begon hij zelf een blad.
Na lange voorbereidingen was het dan zover. Het blad werd gedrukt bij Paul Blok en zou de nieuwstelegrammer ‘onvervormd en zonder omhaal van woorden weergeven’, zoals de inleiding zeide. Maar behalve nieuwsblad wilde het ‘zoeken naar wat verenigt, iets dat in tijden als deze meer dan ooit een gebod is’.
Waar Teunisse het nieuws vandaan haalde is niet opgehelderd, vermoedelijk ving hij het dus clandestien op. De vertaling was goed en de correctie ook, want voordien had Teunisse enige tijd als corrector op de redactie van de Beursen Nieuwsberichten gezeten, waar hij ontslagen was ten tijde van de onregelmatigheden met de nieuwstelegrammen waarover hiervoor sprake was.
Stadseditie was bedoeld als ochtendblad, het kwam uit omstreeks 9 uur (mogelijk met het oog op de grote groep ambtenaren dus), zodat thans dus zowel Emmastad als Willemstad haar Nederlandse dagblad hadden. Het blad verscheen drie dagen, toen heeft een macht die reeds voordien een blad in de grond werkte ook aan dit vrije dagblad een einde gemaakt.
Met een douceur of hoe dan ook, telegraphisch werd zijn evacuatie geregeld en de Maandag nadat zijn ochtendblad de strijd met het vermeende monopolierecht had aangebonden zat Teunisse op de boot.