terug  begin  verder

[p. 29]

's Avonds

 
Weet je: als j' eens, 's avonds laat,
 
voor een open venster staat;
 
en je ziet de sterrenpracht
 
aan de hoge zomernacht;
 
 
 
- 't lijken wel onnoemlijk veel
 
gouden kruisjes op fluweel -
 
denk je: ‘O, wat ben ik klein;
 
en hoe groot moet dàt wel zijn...’
 
 
 
Heel van ver komt het gedruis
 
van de stad nog aan het huis;
 
en je hoort, dat vader praat
 
met een buurman in de straat.
 
 
 
- Meer, dan ooit, houd je van hem
 
om die warme mannestem -
 
hoor, nu slaat de voordeur dicht;
 
en je hoort de knip van 't licht.
 
 
 
Hoor, hoe hij naar binnen gaat
 
en nu zacht met Moeder praat
 
- 'k weet zelf nog, hoe 'k wakker lag:
 
't was zo anders, dan bij dag;
 
 
 
en je zag nog heel, heel lang
 
vreemde sprookjes op 't behang;
 
tot je eind'lijk, eind'lijk sliep
 
tot Mama je wakker riep. -

terug  begin  verder