terug  begin  verder

[p. 39]

Lente

 
Alom vlogen weer de vlinders;
 
zaten vleugel-pronkend stil
 
op de bloemen van April;
 
en er gingen blije kinders,
 
zingend door de beukenlaan:
 
‘Daantje zou naar school toe gaan...’
 
 
 
Al de schoonmaakvrouwen keken
 
even op van haar geboen
 
om die kinders: 't was of toen
 
eerst de winter was geweken;
 
hoog, hoog zong het in de laan:
 
‘Maar hij bleef gedurig staan...’
 
 
 
En dan al die fijne blaadjes,
 
en daarover zoveel zon,
 
dat het mooier wel niet kon
 
in de lanen, op de paadjes;
 
en de voorjaarswind droeg aan:
 
‘Straks zou 't klokje negen slaan...’
 
 
 
En de vaders op de akkers
 
werden ook de zang gewaar;
 
keken lachend naar elkaar;
 
zeiden: ‘Hoor nou toch die rakkers’
 
't klonk zo zuiver in de maat:
 
‘Daantje kwam op school te laat...’

terug  begin  verder