terug  begin  verder

[p. 59]

Het poppenkamertje van Zus

 
Het poppenkamertje van Zus
 
is wel zó ongelooflijk knus,
 
dat stellig alle mensen
 
geen knusser huisje wensen.
 
 
 
Daar hangt - da's voor de poppevrouw -
 
een spiegel boven d' eiken schouw,
 
en op de vloer met krul en ster,
 
ligt zelfs een namaak-Deventer.
 
 
 
En rond een poppentafel staan,
 
met zittinkjes van corduaan,
 
zes stoeltjes in rococo-stijl
 
- zelfs Amor mikt er met z'n pijl. -
 
 
 
't Is Zondag en het regent zo;
 
de kamer staat op 't schrijfbureau
 
van Pa; en Zus en Anne-Lies,
 
die spelen met haar thee-servies.
 
 
 
De popjes, netjes neergezet,
 
die zitten stijfjes op salet;
 
en d' ene pop zegt ieder keer:
 
‘Foei, foei; wat is het toch een weer.’
 
 
 
En d' oude, grijze poppe-Ma
 
zegt dan heel plechtigjes: ‘Ja; ja...’
 
en vraagt: ‘Wenst U misschien nog thee?’
 
en d' ander zegt dan weer: ‘Nee; nee'’
[p. 60]
 
Zo spelen Zus en Anne-Lies
 
dol-prettig met haar thee-servies;
 
en nimmer vliegen d' uren zo,
 
als hier, aan Vader's schrijfbureau.
 
 
 
Tot Moeder zegt: ‘Uit met de pret;
 
de meiskes moeten nu naar bed’
 
en als dan opgeborgen wordt,
 
merkt Zus eerst, hoe het buiten stort.

terug  begin  verder