terug  begin  verder

[p. 63]

Wij en de zee

 
Haast ieder lapje Neêrlands grond
 
werd aan de zee ontnomen;
 
en als de zee dat prettig vond,
 
zou zij zo vaak niet komen
 
en bulderen, langs dijk en strand:
 
‘Geef mij terug dat stukje land!’
 
 
 
Maar, veilig, achter duin en dijk,
 
hoort Holland naar dat grommen,
 
en denkt: ‘Die zee heeft nog gelijk,
 
dus laat die zee maar komme...’
 
Maar dat ze bot vangt, dat staat vast,
 
zolang men op z'n dijken past;
 
zolang men maar het duin behoedt
 
voor afslag en verstuiven,
 
zolang zal ook de zee, verwoed,
 
de golven met d'r kruiven
 
vergeefs op Holland af doen gaan;
 
wij blijven op de landkaart staan.

terug  begin  verder