terug  begin  verderprepost
[p. 21]

XXV

 
Hoor ik op Sempre een waldhoorn,
 
Of ook wel een Turksche trom,
 
Dan moet ik zoo bitter weenen;
 
En - ik weet zelf niet waarom.
 
 
 
Vraagt een der werkende leden:
 
‘Hoe kan een Turksche trom
 
Of een waldhoorn u zoo roeren?’ -
 
Dan weet ik zelf niet waarom.
 
 
 
Is 't wijl in beetre dagen
 
Een vriend de Turksche trom
 
Niet onverdienstlijk bespeelde? -
 
Ach, ik weet zelf niet waarom.
prepostterug  begin  verder