terug  begin  verderprepost

Verantwoording

Deze uitgave berust op de tekst van het exemplaar G 276 der Gentse Universiteitsbibliotheek. De weinige kennelijke drukfouten zijn hersteld in de tekst, maar worden toch gesignaleerd in voetnoot. Spelling, interpunctie en paginering zijn integraal overgenomen, evenals het gebruik der hoofdletters. De afkortingen vindt men cursief opgelost. Custoden en signaturen zijn niet opgenomen, daar hierbij geen onregelmatigheden te noteren vallen. Vermits de voetnoten zich beperken tot woordverklaring, dient men citaten en realia enkel in de aantekeningen (verwijzing: Aant.) te verwachten. De nummering der gedichten (met Romeinse cijfers) en der verzen stamt van de bewerker.

 

Volgende Gentse dialecteigenaardigheden zijn niet telkens verklaard1:

Ndl. [h] bestaat niet in het Gents; vandaar hypercorrecte prothesis in haert. hendt, hoeffeninghen, hueren.

Ndl. [ε] wordt gediftongeerde [ε.ι] voor -ng, -nk: brijnghd, schijnct.

Ndl. [i] wordt genasaleerd en gediftongeerd tot [ει] voor gutturale nasaal: blijnckende, drijncken, conijnghs, omrijnght, zijnghd.

Ronding: tguent voor ‘hetgeen’.

1Volgens E. Blancquaert en C. Tavernier, ‘Overzicht van Gentse klanken’, p. 26, in Lodewijk Lievevrouw-Coopman, Gents Woordenboek, Gent, 1950 (KVA, Reeks 6, Nr. 68).
prepostterug  begin  verder