terug  begin  verderprepost
[p. 25]

Paranoia als principe

Het gerucht verspreidde zich als een onzichtbare gifwolk: er zou geknoeid worden met de uitslagen van Idols, de televisietalentenjacht die in Nederland meer emoties losmaakt dan de dreigende oorlog tegen Irak. De televisiekijker sms'te tot zijn vingers blauw zagen om zijn favoriet naar de volgende ronde te helpen en nu sloeg ineens de twijfel toe: werden onze stemmen wel echt gehoord? Stond het bij voorbaat vast wie zou gaan winnen, aangezien er grote commerciële belangen in het geding waren? De heerlijke illusie dat wij, het volk, onze eigen sterren mochten maken, dat we daadwerkelijk invloed hadden op de nieuwe elite van het massa-entertainment, maakte plotseling plaats voor een gevaarlijke, kafkaëske gedachte: waren we eigenlijk niet gewoon slachtoffers, onderwerp van commerciële manipulaties zonder weerga?

De producenten van Idols grepen snel op. Als in een volwaardig dictatoriaal regime werd een volksheld naar voren geschoven om de twijfelende massa tot bedaren te brengen. De intens nuchtere Irene Moors, die op een onbewaakt moment ook het democratische gehalte van de volksstemming in twijfel had durven trekken, werd van bovenaf opgedragen de orde te herstellen. We zagen haar in wat het heiligste der heiligen werd genoemd: het studiovertrek waar alle uitslagen binnenkwamen. Het bleek een kaal kantoortje met twee simpele pc-monitoren, waarop, alleen als je heel goed keek, wat

[p. 26]

onduidelijke staafdiagrammen te onderscheiden waren. Irene was echter meer dan overtuigd. Ze had gezien dat alles eerlijk ging, dus kon nu alle twijfel bij de kijker worden weggenomen. En we moesten nog maar snel even massaal sms'en, want op de monitoren had ze gezien dat het een nek-aan-nekrace was.

Het was een hilarische, schaamteloze vertoning, die het ergste doet vermoeden. Maar sindsdien is het gerucht uit de wereld. De Volkskrant ontdekte nog dat iedere kijker die per sms zijn stem uitbracht door een handige truc dubbel moest betalen, maar dat nieuws maakte geen indruk meer. De opvlieger van paranoia was alweer weggetrokken.

Het is een vertrouwd verschijnsel geworden: de gewone burger wordt wijsgemaakt dat zijn stem telt, dat hij een ontzagwekkende invloed heeft op de grote wereld; en juist wanneer zijn grootheidswaan geen grenzen meer kent, slaat de paranoia toe, het gevoel dat hij in zijn machtsstreven van hogerhand wordt tegengewerkt. De man uit Heerlen die oudpartijleider Hans Dijkstal en nog een handvol andere hoogwaardigheidsbekleders met de dood bedreigde, rekende hun persoonlijk het faillissement van zijn patatkraam aan. Het was de politiek die hem van zijn eigen onvermogen moest redden, het was de politiek die hem kapot wilde maken, tot in de Tweede Kamer toe.

Edwin de Roy van Zuydewijn heeft geen patatkraam, maar paranoïde zijn hij en zijn vrouw wel. Hun verhaal, dat ze nu al wekenlang in hp/De Tijd kwijt kunnen, is in alle opzichten een hypermodern Hollands sprookje: de burger die in de verleiding wordt gebracht absurde aspiraties te koesteren, aangespoord wordt dromen van macht, rijkdom en aanzien te koesteren, en bij tekenen van tegenslag en tegenwerking ten prooi valt aan hysterisch wantrouwen en waan. Tekenend voor die mengeling van hoogmoed en ingebeelde achtervolgingswaanzin is de beschuldiging dat het echtpaar afge-

[p. 27]

luisterd zou zijn in opdracht van het koninklijk huis, terwijl het enige controleerbare feit dat nu boven water is, erin bestaat dat het echtpaar zelf geheime bandopnamen van privégesprekken met de koningin heeft gemaakt. Het valt me nog mee dat Beatrix niet van rituele babymoord is beschuldigd.

De psychologie heeft benamingen voor dit soort gedrag, maar daar is helemaal niemand in geïnteresseerd; het is hun overduidelijke paranoia die juist zo gretig aftrek vindt, omdat het een paranoia is die zo mooi aansluit bij de tijdgeest. Het echtpaar spiegelt de waan van de dag, zoals de moeder van Margarita enige jaren geleden haar moment greep door haar zwevende geest ruim baan te geven in een tijd dat hele volksstammen op zoek gingen naar een hogere werkelijkheid. Geen wonder dat het tweetal juist hp/De Tijd opzocht om hun waanwereld te etaleren: dat blad heeft een paar jaar geleden de feitelijke journalistiek verruild voor een verbeten impressionisme, dat rancune en paranoia tot leidende principes heeft gemaakt.

Er zijn maar weinig mensen, lees ik nu overal, die het verhaal van prinses Margarita en haar man serieus nemen. Tegelijk leeft, paradoxaal, de overtuiging dat de monarchie schade heeft geleden door de smeuïge openhartigheden van het tweetal. Nu de afgelopen tijd zo ongeveer alle Nederlandse instituten in twijfel getrokken en vernederd zijn, is het nu de beurt aan het koninklijk huis. De beschuldigingen vallen op een vruchtbare bodem, omdat ze inspelen op het verlangen om onze Hollandse royalty een toontje lager te laten zingen. Ze staan boven het volk, maar tegelijkertijd moet ze duidelijk gemaakt worden dat ze in de macht zijn van het volk, zo ongeveer als de jonge zangers in Idols. In onze massacultuur hebben ze te gehoorzamen aan de wetten van het hedendaagse sterrendom. De voorname rouw van de begrafenisplechtigheid na de dood van prins Claus roept automatisch het meer dan realistische tegenbeeld op van hoogmoed

[p. 28]

en machtswellust, van openbare dronkenschap, een opgestoken middenvinger en een onhandige spelfout. Niet dat de Oranjes zelf zo'n geheim lijken te maken van hun herkenbare alledaagsheid: tijdens mijn enige ontmoeting met de kroonprins, jaren geleden, vertelde hij zelf smakelijk hoe een televisiekijkende liplezer prins Bernhard eens betrapte op het vertellen van een schuine mop op het bordes van Soestdijk tijdens het Koninginnedagdefilé. Sindsdien, zei hij, waarschuwt Beatrix haar gezin tijdens openbare gelegenheden tegen liplezers.

Schaden dit soort verhalen het aanzien van de monarchie? Alleen als het geloof in de monarchie ontbreekt, lijkt me. Ons koningshuis bevindt zich, net zoals al die andere geheiligde instituten in Nederland, in die onmogelijke spagaat: het moet bijzonder én van ons zijn. Wanneer het het object van overspannen dweepzucht lijkt te worden, slaat de paranoia toe en worden de Oranjes heerszucht en eigenwaan toegedicht. Margarita en haar man zijn niet uit op geld, meldt hun nieuwe advocaat. ‘Het doel is de waarheid boven tafel te krijgen.’ Misschien kan Irene Moors nog eens te hulp schieten.

prepostterug  begin  verder