Kijk, daar hebben we de tijdgeest: omdat het woord Europa na een halve eeuw eenwording de meeste burgers van dit werelddeel nog altijd helemaal niks zegt, besloten twee Franse historici tot een wanhoopsoffensief. Ze organiseerden een populariteitspoll. Wie zijn de groten van Europa? De inwoners van een zestal Europese landen (Nederland werd bij voorbaat als hopeloos beschouwd) mochten aangeven wie ze als typisch Europese helden beschouwden. In een samenleving die tegenwoordig op alle mogelijke manieren door persoonlijkheden wordt geregeerd, moeten de twee Fransen gedacht hebben, kan het idee van Europa alleen aantrekkelijk worden door er een soort historische Idols van te maken. Joschka Fischer of Charles de Gaulle? U kunt nu bellen of sms'en.
Vorig jaar mochten de Britten al hun grote Engelsen kiezen, wat in de eindlijst een bizarre mix van traditie en massacultuur opleverde: Shakespeare, Churchill en prinses Diana vochten om de eerste plaats.
De Europese lijst, gepubliceerd in Le Monde, was even voorspelbaar als onthullend: vrijwel iedereen stemde op iemand uit zijn eigen land. De Duitsers kozen voor Fischer en Schröder, de Fransen voor Chirac, de Polen voor de paus. De Italianen, voor wie Europa niet meer is dan zoiets als een meestal hinderlijke, en heel soms voordelige, belastingmaat-
regel, haalden collectief hun schouders op. Ook bij de lijst historische grootheden werd vooral voor eigen parochie gekozen, al scoorden een paar renaissancefiguren als Leonardo da Vinci en Columbus meer dan redelijk in alle landen. Maar de eindconclusie liet niets te raden over: Europese helden zijn in de eerste plaats nationale helden. Het algemene belang kan alleen benaderd worden vanuit het eigen belang.
De Franse onderzoekers verbijten zich, maar geven de moed niet op. Als Europa nu maar steeds meer als eenheid opereert, beweren ze, ontstaat er na verloop van tijd een gemeenschappelijke geschiedenis, en dan ook vanzelf wel zoiets als een gemeenschappelijke identiteit. Tja. Het is ontroerend om te zien hoe de klassieke Europese gedachte in Frankrijk standhoudt, tegen alle realiteitszin in. Een verenigd Europa, dat zou een door twee oorlogen geteisterd continent tot een paradijs van onbaatzuchtigheid maken, waarbij nationalistische aanvechtingen als vanzelf plaats zouden maken voor hoogstaande algemene principes, die vooral de ander het licht in de ogen zouden gunnen. Om dat te bewerkstelligen hoefden we alleen maar even onze geschiedenis te vergeten.
Het bleek de misrekening van de eeuw. Nu overal in Europa stromingen en bewegingen zijn ontstaan die, onder druk van de globalisering enerzijds en de multiculturele versplintering anderzijds, krampachtig op zoek zijn gegaan naar het eigene, proberen de Europa-dwepers wanhopig Europese helden te vinden. Dat is opnieuw een misvatting: zodra een held zijn eigen landsgrenzen overschrijdt, wordt hij de drager van nationale trots. Alleen de meest wezenloze van alle iconen, de fotomodellen, leken daaraan te ontsnappen, maar hun tijd is - veelzeggend genoeg - voorbij. Laat Jamai het opnemen tegen de winnaars van de Engelse en Duitse Idols en onze nationale trots kent geen grenzen meer. Voor een dag of twee.
Je kunt zeggen dat het idee van een verenigd Europa voortkwam uit het trauma van het nationalisme. In plaats van de
aard van dat nationalisme en zijn excessen te onderzoeken, werd na 1945 iedere nationalistische aanvechting, zeker in Nederland, besmet verklaard. Die smetvrees beheerst tot op de dag van vandaag alle discussies over identiteit en nationale eigenheid. Niet alleen naar buiten, ook naar binnen toe. Terwijl professor Paul Cliteur tegen beter weten in blijft verklaren dat alle westerse waarden toch vooral als universele waarden gezien moeten worden, die men in het Westen min of meer toevallig als eerste ontdekt en omarmd heeft, breekt paniek uit bij de gedachte aan een fundamentalistisch islamitische zuil op Hollandse bodem. Tegenover het beeld van Nederland als een natie die zich bevrijd heeft van alle onverlichte denkbeelden over nationalisme en individuele horigheid aan geloof en sociale dwang, staat nu het schrikbeeld van een minderheid die een staat binnen een staat dreigt te vormen, een minderheid die zich verliest in infantiele dagdromen over islamitische eigenheid in een seculiere westerse maatschappij.
Het is een valse tegenstelling. Ondanks de universalistische bezweringen van Cliteur is in Nederland en in de rest van Europa de zucht naar een herontdekking van het eigene onmiskenbaar. Wie kan met een serieus gezicht beweren dat men zich hier de afgelopen twee jaar druk heeft gemaakt over universele waarden? Het is het idee van Nederland dat op het spel staat. Maar omdat ieder blijk van nationalisme bij voorbaat verdacht is en bovendien de andere partij in de kaart speelt (jullie je eigen fundamentalisme, wij het onze), wordt gekozen voor wat ik maar de Europese aanpak zal noemen: het gaat niet om Nederlandse waarden die verdedigd moeten worden, gadver, je dacht toch niet dat we zo kleinzielig waren, het gaat om principes die de gehele mensheid tot eer strekken.
Dat klinkt mooi en verheven, en er is ongetwijfeld veel voor te zeggen, maar het zal de integratie van culturen niet
bevorderen. Je kunt de Nederlandse afdeling van de ael zien als een bedreigende oprisping van fundamentalisme, die met een heilige verbetenheid de vernietiging van de democratische natie nastreeft, of je kunt haar zien als een van de eerste tekenen van een emancipatiebeweging, waarbij de tweede generatie allochtonen zich nu eindelijk eens bekeert tot het idee van een leven in Nederland. Dat die beweging allerlei verwrongen trekjes heeft, gepaard gaat met een agressief zelfbewustzijn en zelfs een eschatologisch waanidee koestert (het verdwijnen van Israël), zou eerder spot moeten uitlokken dan de bangelijke verontwaardiging van cda-Kamerlid Camiel Eurlings. Hun grote voorman, Dyab Abou Jahjah, is geen islamitische Hitler. Hij is de islamitische Haider - maar van hem dacht een paar jaar geleden ook iedereen dat hij zich als de nieuwe Führer zou ontpoppen.
Die Franse populariteitspoll is minder ontmoedigend dan de onderzoekers zelf denken. Dat Europa niet leeft, wil niet zeggen dat er niet mee te leven valt. De meeste ondervraagden zullen niet anti-Europees zijn geweest, ze kunnen zich er alleen mee identificeren door middel van een persoonlijkheid die dicht bij hen staat. Net zoals bij de islamitische politieke bewegingen die hier onherroepelijk nog gaan ontstaan. Stel eerst vast dat ze recht van spreken hebben vanuit hun eigen achtergrond; daarna mag het er hard aan toegaan.