terug  begin  verderprepost
[p. 41]

Mafkut

Zegt de dochter van Patty, terwijl ze de gootsteenstopper op haar borsten zet: ‘Die hoef ik lekker niet op te spuiten.’ Zegt Patty: ‘Nee, lekker. Je bent ook dertig jaar jonger dan je moeder, mafkut.’ Nu de hartstocht voor de nieuwe politiek alweer een herinnering aan een herinnering is geworden, zal binnenkort onherroepelijk een brede maatschappelijke discussie losbarsten over wiens wassen beeld er in Madame Tussaud mag komen te staan, dat van Patty Brard of Patricia Paay - op een plekje naast die andere iconen van het nieuwe Nederland, Jim en Jamai, Kenneth en Clara. Want terwijl journalisten en tv-beschouwers de cultuurschok van Big Brother nog maar net te boven zijn, heeft de massacultuur alweer een nieuwe revolutie teweeggebracht: de real-life soap. Zijn Patty's tranen wel echt? Was dat werkelijk een erectie van Adam? Het was even een heuse cultuurstrijd, een bittere battle tussen wat in Nederland voor diva doorgaat: vertimmerde middelbare vrouwen die na een gestrande carrière in de showbizz voor de onzekere vluchthaven van de glamour hebben gekozen. Hollandse glamour: dat claustrofobische universum van Botox-prikken en Leco-kapsels, van eindeloze extensions en bergen implantaat. Vanessa's opgespoten lippen stonden strak van frustratie, terwijl haar societyconcurrenten de kijkcijfers opjoegen met geregisseerde kijkjes in hun privé-leven. Paul van Liempt in Het Parool: ‘Adams Fa-

[p. 42]

mily is onderhoudend, maar plaatjes van sprookjesparen, grote landhuizen, exorbitante tuinfeesten en helikopters kennen we al van Ivo Niehe. De middeleeuwse klucht - boeren aan tafel, scheten in bed - die in Patty's Posse wordt opgevoerd, zorgde voor meer vermaak.’

Het is niet alleen de journalistiek die de real-life soap als cultuurgoed heeft omarmd. Maarten Reesink, die televisie doceert aan de Universiteit van Amsterdam en Patty Brard uitnodigde voor een gastcollege, weerspreekt Van Liempt: Patty is helemaal geen klucht, Patty is cultuur. In het Algemeen Dagblad duidde de tv-docent het fenomeen: ‘De Curry-soap gáát nergens over. [...] In Patty's Posse daarentegen worden echte verhaaltjes verteld. En zie je ook de slechte kanten van Patty, waardoor het wél geloofwaardig wordt. [...] En er worden bewust maatschappelijke thema's aan de orde gesteld, waardoor het programma scoort op het gebied van de moraliteit: zo is er aandacht voor het drankprobleem van Patty's vriend René en praten moeder en dochter intiem over safeseks.’

Intiem.

Scoren op het gebied van de moraliteit: Reesink is zo'n academische bekeerling tot de massacultuur die er heilig van overtuigd is dat een aflevering van gtst waarin een jonge acteur met een kleurtje en passant een boek openslaat, meteen het verzameld werk van Shakespeare naar de kroon steekt, omdat er ‘maatschappelijke thema's’ op de agenda worden gezet. Tien jaar geleden werd aan de Amerikaanse universiteiten iedere nieuwe videoclip van Madonna opgevat als cultuurkritisch manifest, vol verborgen postmoderne betekenissen en pregnante feministische statements. Die modieuze duidingsdrift is overgeslagen naar Nederland, alleen is de Hollandse variant vervuld van de sociale rancune die hier tegenwoordig het maatschappelijke leven bepaalt: de afkeer van de vermeende elite. Reesink: ‘We willen voor eens en al-

[p. 43]

tijd afrekenen met het vooroordeel dat tv altijd maar gevaarlijk en nutteloos is, en dat je dus maar beter een boek kunt lezen. Dat tv voor de massa, zoals Big Brother, per definitie pulp is. Dat het allemaal uit sensatiezucht gemaakt is. Die vooroordelen worden vakkundig instandgehouden door de elite. Door lieden als Joost Zwagerman en Youp van 't Hek. Door af te geven op tv denken ze zich te verheffen boven gewone mensen. Wij zien tv niet als gevaar, maar als cultuur.’

Het is het soort kromspraak waar mediaprofessor Henri Beunders mee begonnen is: de wetenschapper heeft zich ogenschijnlijk bevrijd van de benepen vooroordelen van de verwaten elite en treedt de massacultuur met open vizier tegemoet - maar daaronder schuilt een nauwelijks verborgen agressie tegen wat voor ‘hoge’ cultuur doorgaat. Om in de terminologie van Reesink te blijven: door af te geven op de zogenaamde elite hopen ze bij de massa in het gevlij te komen - zoals socialistische intellectuelen van een eerdere generatie de aangeboren superioriteit van het volk ophemelden. Dat is ook mijn bezwaar tegen de meeste pleitbezorgers van de onvermijdelijke vermenging van hoge en lage cultuur: ogenschijnlijk ruim van geest, maar in wezen vol van haat jegens de ‘hoge’ cultuur. Reesink: ‘Wat me nu zo ontzettend stoort is de volstrekte onnadenkendheid waarmee populaire cultuur wordt bejegend. De kranten worden volgeschreven met hoge cultuur als ballet, toneel en opera. Terwijl tv met dagelijks miljoenen kijkers toch echt veruit het belangrijkste medium is, hét dominante platform voor cultuur.’

Met de Nederlandse cultuur is het als met de Nederlandse politiek: de traditionele, ‘hoge’ cultuur is opgegaan in de massacultuur, die nu de dominante cultuur is geworden. De ware elite vertoont zich niet in het Muziektheater, maar op het premièrefeest van Joop van den Ende. Juist omdat smaak voor de meeste mensen alleen een sociale aangelegenheid is,

[p. 44]

zie je nu een haastige overloop van elitecultuur naar massacultuur. Alles blijkt gerelativeerd te kunnen worden. Van het plastic tuinstoelmodel van Blokker zijn er miljoenen in omloop, wie ben ik om te zeggen dat een Rietveld mooier is? De replicamusicals van Van den Ende trekken een massapubliek, dat kun je van Wagner niet zeggen.

Het is dat omgekeerde snobisme dat de nieuwe pleitbezorgers van de massacultuur zo onverdraaglijk maakt: kun je de traditionele elite verwijten dat ze als fijnproevers hun smaak met zo min mogelijk anderen wilden delen, bij de bekeerlingen is het juist de macht van het getal die een culturele uiting betekenis geeft.

Een Blokker-stoel is geen Rietveld. Miss Saigon (‘Jij weet niet hoe het was, toen mijn dorp gelegd werd in de as.’) is geen Die Walküre, en zelfs geen Madama Butterfly, daar helpt geen kassucces of kijkcijferkanon aan. Joop weet dat. En Patty's Posse is gewoon pulp, vast en zeker beter gemaakt dan Patricia's real-life beslommeringen, en verslavend zoals je aan pornografie verslaafd kunt raken, maar toch gewoon pulp.

Patty weet dat. Iedere soapster smacht tegenwoordig naar een serieuze rol; de hunky Yorin-omroeper verklaart dat hij in zijn vrije uren een roman schrijft. De helden van de lage cultuur dromen ervan een beetje hogerop te komen. Het zijn academici als Reesink die in hun verlangen om tegen de nieuwe elite aan te schurken tv-pulp op quasi-wetenschappelijke wijze tot kunst willen verheffen. Dat is het nieuwe verraad der klerken.

prepostterug  begin  verder