terug  begin  verderprepost
[p. 53]

Mensen met asperge

Een totaal gebrek aan inlevingsvermogen, onvermogen om menselijke relaties aan te gaan, het ontbreken van ieder moreel besef, en geen enkel gevoel voor ironie; nu een kinderpsychiater uit burgerplicht Volkert van der G. alsnog tbs probeert te bezorgen door hem het syndroom van Asperger aan te wrijven, zie je de symptomen plotseling overal. De psychologen van het Pieter Baan Centrum probeerden voor de rechtbank de ongevraagde diagnose van psychiater Oosterhoff te weerleggen (Van der G. heeft best wel humor, hij houdt innig van zijn naasten), maar hun tegenargumenten konden het gelijk van de expert op afstand niet aan het wankelen brengen. Oosterhoff, nadat de advocaat van Van der G. een anekdote uit het rapport van het pbc oplepelde die in tegenspraak met zijn diagnose was: ‘Dat is dan geen aanwijzing voor Asperger. Maar dat zegt niet dat hij het niet heeft. Dan moet je de aanwijzingen elders zoeken.’

Zo'n denktrant werkt aanstekelijk. De schijnlogica van die uitspraak, die autistische rechtlijnigheid van redeneren: typisch een symptoom van Asperger, lijkt me. Net als Oosterhoff zelf stel ik deze diagnose op afstand, maar mocht de rechtbank me nog nodig hebben, ik hoor het wel.

Intussen is Asperger onder ons. Lijders aan het syndroom, ‘mensen met asperge’ zoals De Telegraaf het formuleerde, duiken plotseling overal op. Diezelfde krant bracht meteen

[p. 54]

een vraaggesprek met een vader van een jongetje met het syndroom, die beledigd stelde dat het best een lastige ziekte was, maar dat zijn zoontje Fortuyn nooit vermoord zou hebben. Maar de kinderpsychiater heeft gelijk, de aanwijzingen zijn overal, je hoeft er eigenlijk niet eens naar te zoeken.

Er verschenen twee rapporten die ons land tegen een levenslange tbs proberen te beschermen: het rapport van de commissie die zich over de toekomst van het Stedelijk Museum in Amsterdam heeft gebogen, en het rapport van de commissie onder leiding van Morris Tabaksblat over regels voor verantwoord ondernemingsbestuur. Beide rapporten zijn met een zucht van opluchting ontvangen: in het geval van het Stedelijk Museum zijn nu eindelijk eens de prioriteiten goed gesteld, zodat het museum een kans geboden wordt zich van zijn beklemmende autisme te bevrijden. De erbarmelijke situatie waarin het museum zich bevindt, is zelf een symptoom van de Hollandse malaise: onwerkelijke internationale ambities, het autisme van het establishment, proefballonnenpolitiek en een algemeen gebrek aan overtuiging. Het rapport is behalve praktisch ook psychologisch van groot belang: als het werkelijk zou lukken het Stedelijk weer ‘op de kaart te zetten’, onze eigen Nederlandse kaart, dan is er veel meer gered dan een museum voor moderne kunst. Want de neergang van het Stedelijk is inmiddels tot een cultureel-politiek trauma geworden. En in een tijd waarin het betaald voetbal tot een bodemloze subsidiepot is geworden, waarin miljoenen belastinggeld zonder commentaar verdwijnen, zullen de kunsthatende populisten zich wel even gedeisd houden.

De commissie-Tabaksblat heeft zich gebogen over die andere groep Asperger-patiënten, de Nederlandse topondernemers. De symptomen lijken veel op die van het Stedelijk: verwaarlozing van het algemeen belang, onvermogen om te zien wat er leeft, een autistisch wereldbeeld dat samengaat

[p. 55]

met een idioot zelfbeeld. Wanneer Nederlandse topondernemers op hun graaigedrag worden gewezen, verwijzen zij onmiddellijk naar het buitenland, waar het niveau van beloningen hetzelfde zou zijn - terwijl er in het buitenland helemaal geen belangstelling bestaat voor Nederlandse topondernemers, zoals de hoofdredacteur van Elsevier in het discussie-programma Rondom Tien fijntjes vaststelde.

Dat is Hollandse ambitie; de neiging om je in Nederland te goed voor Nederland te vinden.

Beide rapporten, dat over het Stedelijk Museum en dat met de conceptcode voor het ondernemingsbestuur, zijn met elkaar verwant: het zijn serieuze pogingen om een mentaliteitsverandering tot stand te brengen door middel van praktische aanbevelingen. Beide vragen financiële offers, de een gemeenschapsgeld, de ander afzien van persoonlijk gewin. Beide raken aan een gevoel dat in laatste instantie groter is dan de zaak waarom het draait: herstel van zelfbewustzijn, het terugwinnen als een besef van verantwoordelijkheid, de erkenning van zoiets als een algemeen belang, dat zich niet meteen in cijfers en bedragen laat vangen.

Maar beide zijn ook rapporten. Het ritueel van het rapport is de afgelopen jaren te vaak opgevoerd om nu niet met achterdocht te worden bekeken. Kennelijk zijn vernieuwing en verandering in Nederland niet mogelijk zonder dat instituten en de overheid hulp van buitenaf inroepen - en juist daarom is het ook zo gemakkelijk om aanbevelingen niet meer te laten zijn dan dat. Voor je het weet is er weer een nieuwe commissie in het leven geroepen die zich over de aanbevelingen van de vorige moet buigen, voor je het weet ligt er weer een heel ander plan met een heel andere analyse en een heel ander kostenplaatje, waaruit weer heel andere aanbevelingen voortkomen. Dat is een vervelend trekje van Hollandse rapporten - ze roepen rapporten op.

Maar de juichende reacties op de beide recente rapporten

[p. 56]

maken duidelijk dat er nu wel degelijk iets van afhangt. Als de conclusies en aanbevelingen van het rapport over het Stedelijk Museum onderwerp worden van oeverloos getouwtrek en ze wegzinken in het moeras van de Amsterdamse gemeentepolitiek, dan is het trauma onherstelbaar. Hetzelfde geldt voor het rapport van de commissie-Tabaksblat: wanneer de managers van Nederland zich weigeren te bekeren tot een besef van verantwoordelijkheid voor het algemeen belang, dan zal het bedrijfsleven zich alleen nog maar meer verliezen in zijn onwezenlijke dromen van persoonlijke grandeur.

Zulke rapporten zijn een testcase. Worden ze met veel omhaal van woorden terzijde geschoven, dan is dat een angstwekkend teken aan de wand. Ons wacht dan de claustrofobische wereld van de Asperger-patiënt: egocentrisch, schaamteloos berekenend, blind voor de algemene zaak, veroordeeld tot een permanente staat van zelfgenoegzame kleinzieligheid. Het is nu, of het is nooit.

prepostterug  begin  verder