terug  begin  verderprepost
[p. 65]

Turk

Je hebt de oude en de nieuwe multiculturele samenleving. De oude liet zich weer eens gelden door een actie van columnist Mohammed Benzakour, die de gemeente Zwijndrecht wilde bewegen de straatnaam Turk (vernoemd naar een lokaal tuiniersbedrijf) van de bordjes te verwijderen, vanwege het woord alleen al. Benzakour werd weggehoond, door de gemeente, door Gerrit Komrij, en door Turken met als adres Turk, Zwijndrecht.

Einde actie - maar wat een nostalgisch gevoel riep het bij mij op! Het quasi-engagement van de columnist deed denken aan tijden toen de multiculturele samenleving nog een levende illusie was, toen er slechts twee gemeenschappelijke vijanden waren, Racisme, en zijn kleine broer Discriminatie. Wanneer je het racisme bij zijn nekvel had gegrepen, stond niets een verdere verbroedering van oude en nieuwe Nederlanders meer in de weg. Echt veel virulente rassenhaat viel er in Nederland niet te ontdekken: de partij van Janmaat wilde maar niet groot worden. Verbeten antiracisten vielen dan ook al snel terug op wat zij uit armoede alledaags racisme noemden, en verborgen discriminatie - minstens zo erg! Voor de querulanten van het antiracisme was er gelukkig altijd nog de dikke Van Dale, waarin tot op de dag van vandaag lelijke dingen over negers, Turken, homo's en joden staan; en dan had je natuurlijk nog de jaarlijkse verontwaardigde ingezonden stukken tegen Zwarte Piet.

[p. 66]

Nu lijkt het bijna onschuldig - want hoewel de antiracisten toentertijd bijkans struikelden over gevallen van discriminatie en blanke onnadenkendheid, was er toch een diepgeworteld geloof in de maakbaarheid van die multiculturele samenleving. De verongelijktheid over het alledaagse racisme ging namelijk hand in hand met een eigenaardig soort exotisme, dat vooral de linkse politiek parten speelde: blijf jezelf, pas je niet aan ons aan, wij zijn saai, jullie zijn kleurrijk, geef ons leven ook een beetje kleur. Nederland zelf had geen noemenswaardige cultuur - wanneer een van die weinige extreme nationalisten het over de Nederlandse Cultuur had, begonnen de Hollandse cabaretiers honend met windmolens en langspeelplaten van bzn te zwaaien. Het was een eigenaardige zelfhaat, die goed samenging met een stuitend soort betutteling. Niet alleen was het vanzelfsprekend dat nieuwkomers hun cultuur moesten behouden, er was ook een wijdverbreide multiculturele dweepzucht, een soort verliefdheid op wat voor ‘de ander’ doorging. Die ander moest, dat sprak vanzelf, ook altijd de ander blíjven. Achteraf zie je gemakkelijk hoe dwaas die houding was.

Er wordt tegenwoordig veel achteraf bezien. Is de integratie mislukt? Is een multiculturele samenleving wel haalbaar? En de reactie is radicaal: Nederlandse intellectuelen zijn en masse op zoek gegaan naar een Nederlandse identiteit die de nieuwkomer als rolmodel kan worden aangeboden. En je kon erop wachten: de neoconservatieven zijn inmiddels op de onvervreemdbare joods-christelijke wortels van de Nederlandse samenleving gestuit. Werden aanvankelijk vooral de universele waarden van de Verlichting in stelling gebracht tegen koppige allochtoonse achterlijkheid, binnenkort wordt er weer gewoon met de bijbel gezwaaid. Zie de omslag: eerst werd in misdaadverslagen het woord ‘Marokkaan’ angstvallig vermeden uit angst voor stigmatisering, nu zijn het vooral de voorheen al te politiek correcte politici die het woord niet kunnen

[p. 67]

uitspreken zonder er kut voor te zetten. Aanvankelijk werd de problematiek van botsende culturen en gebrek aan integratie weggepoetst met mooie multiculti-illusies, nu wordt ze van week tot week meer opgeblazen. Nieuwkomers hebben allang niets exotisch meer; leven in twee culturen wordt voor onmogelijk gehouden. Je kunt alleen nog Nederlander worden door een culturele amputatie. Het is aanpassen of oprotten.

De reactie is navenant - dreigende taal wordt beantwoord met dreigende taal. Terwijl de oorspronkelijke Nederlander opgejaagd door globalisering en immigratie op zoek gaat naar zijn eigen fundament, verschansen steeds meer allochtonen zich in eigen kring en klampen zich op hun beurt vast aan idealen van culturele zuiverheid die grotendeels onhoudbare illusies zijn. Er wordt verwantschap gezocht over de grenzen van Nederland heen, met land-ras-en-geloofsgenoten, er worden transnationale identiteiten verzonnen en ontwikkeld, alles om maar geen Nederlander met de Nederlanders te hoeven zijn.

Je hoeft niet visionair te zijn om te zien dat beide reacties voortkomen uit eenzelfde angst: ogenschijnlijk angst voor aantasting van de eigenheid, in werkelijkheid de angst zelf helemaal geen eigenheid meer te bezitten - terwijl de Ander die wel heeft. Het antwoord is een verzonnen eigenheid. Dat is de plaag van de nieuwe multiculturele samenleving.

Zolang de nadruk van alle kanten op onveranderlijke eigenheid wordt gelegd, zal identiteit steeds opnieuw botsen met iedere nieuw ontwikkelde notie van burgerschap. Het idee van burgerschap is een mooi ideaal, iets waar je graag in wilt geloven, zoiets als de Europese eenwording. Maar zolang het geen bedding krijgt in een idee van gedeelde identiteit, blijft het een fraaie abstractie, die de menselijke behoefte aan de eigen kring alleen maar zal versterken. Een samenleving kan niet op abstracties steunen, of, zoals dat

[p. 68]

tegenwoordig Amerikaans-zakelijk heet, op contracten. Je kunt van mensen eisen dat ze zich voegen naar de wetten van een land, maar zolang die morele noties die aan die wetten en regels ten grondslag liggen niet in hun bloedstroom zitten, zal iedere sociale cohesie ontbreken en vrijwillige segregatie alleen maar toenemen.

De multiculturele samenleving is een feit, of ze nu geslaagd is of niet. Dat betekent dat iedere Nederlander, autochtoon en allochtoon, zijn culturele achtergrond in een nieuwe context zal gaan zien, of hij dat nu leuk vindt of niet - en eigenlijk gebeurt dat allang, daar komen al die nieuwe wederzijdse felheid en stellingnamen vandaan. Spanningen en ontsporingen zijn onvermijdelijk. Er is de grondwet, er is het wetboek, en er is Nederland met zijn tradities en geschiedenis, maar de notie van burgerschap als basis voor een gemeenschappelijke Nederlandse identiteit is alleen bruikbaar wanneer je niet je ogen sluit voor de onbedwingbare behoefte aan culturele eigenheid van verschillende soorten Nederlanders. Eigen cultuur kan niet alleen niet klakkeloos opgegeven worden, ze wordt desnoods ter plekke verzonnen. Wie daar blind voor is, roept de ellende over zichzelf af.

prepostterug  begin  verder