‘Belachelijk, wansmakelijk en provocerend,’ noemde Ahmed Azzuz van de Vlaamse ael het aangekondigde initiatief van de jonge islamitische homo Carim Bouzian om in de grote steden affiches op te hangen met zoenende allochtone homoseksuele mannen en vrouwen. ‘Mensen mogen van ons homo zijn, maar kunnen zich dan geen moslim noemen. We verplichten ook niemand moslim te zijn, maar islamitische homo's bestaan niet, wat een klein groepje vermeende islamitische homo's ook zegt.’ En: ‘Je kunt geen moslim zijn en je ook homo noemen of aan de drank verslaafd zijn.’
Lees dat laatste zinnetje nog eens. Volgens de ael-politicus kan een man best seks met een man hebben en een borrel drinken - het moet alleen niet zichtbaar zijn, het mag niet benoemd worden. Het is die praktische dubbele moraal waarmee iedere absolutistische godsdienst zich door het aardse leven slaat. Iedereen weet dat het wel bestaat, er zijn natuurlijk miljoenen islamitische homoseksuelen - in daad, niet in woord.
Ik heb nergens om gevraagd, maar het lijkt erop dat homoseksualiteit opnieuw een lakmoesproef is geworden van de mate waarin godsdienstige overtuigingen en de liberale samenleving verenigbaar zijn. De positie van de islamitische vrouw is traditioneel abominabel, maar zolang een moslima trouw haar hoofddoek draagt, valt er toch nog heel wat te
emanciperen; ze is symbolisch loyaal. Maar de islamitische homo bestaat niet, kán niet bestaan. En als hij zegt dat hij wel bestaat, breekt de paniek uit. Zelfs de meest liberale Nederlandse moslims gaan het liefst een blokje om wanneer de woorden islam en homoseksualiteit in één adem worden genoemd. Toen de schrijver Hafid Bouazza een tijdje geleden een opgewekt provocerende lezing hield over het onderwerp, bleven alle spraakmakers van de islamitische gemeenschap, die normaal altijd klaarstaan om als eerste een brug te slaan tussen hun godsdienst en de Nederlandse samenleving, schielijk weg. Of je krijgt de zalvende argumentatie van de volleerde politicus. Azzuz: ‘Hij [Carim Bouzian] wil dat homofilie in de islam als norm wordt gerespecteerd, terwijl dit zelfs niet het geval is binnen het christendom en het jodendom. Ik pik het niet dat de islam de schuld krijgt van de haat tegenover homo's. Ik heb als moslim geen enkel probleem met homo's. De koran schrijft voor dat je iedereen moet respecteren. Ik ken homofiele Marokkanen die geen problemen hebben in hun gemeenschap.’
Azzuz zegt nog net niet dat die homofiele Marokkanen zich onder zijn beste vrienden bevinden, maar de boodschap is duidelijk: binnen zijn geloof is geen plaats voor hen. De islam moet zuiver gehouden worden. Het is onzinnig en leugenachtig te veronderstellen dat zulke overtuigingen het maatschappelijk gedrag van veel moslims niet zouden bepalen. Alsof geloof en cultuur gescheiden kunnen worden, alsof je homo's persoonlijk helemaal oké kunt vinden, terwijl je geloof hel en verdoemenis over hen uitspreekt.
Hoe kan Azzuz aan de zoenende allochtone mannen op de posters trouwens zien dat ze islamiet zijn? Er heerst veel homohaat onder moslims, juist uit angst dat het geloof in het westen niet zuiver gehouden kan worden. De homo moet van hem dan ook onverbiddelijk de Ander blijven en niet Een van Ons worden - net als de jood trouwens, alleen zal die zich
nooit islamiet noemen, dat scheelt.
Hoe reageert de Nederlandse samenleving hierop? Het probleem is dat de homo-emancipatie in dit land juist zo ongeveer was afgesloten, toen de islamitische afkeer van homo's zichtbaar werd. Emancipatiebewegingen zijn sociaal van aard: toen homo's in Nederland niet langer als buitenstaanders werden gezien, als wezenlijk anders, verdween ook het bindmiddel dat homo's een maatschappelijk gezicht gaf. Het enige wat homoseksuelen nu nog gemeen hebben is, het woord zegt het al, homoseks. Consequent gedacht zouden de Gay Games dan ook één grote orgie moeten zijn; uit kiesheid werd gekozen voor de enige activiteit die cultureel volkomen nietszeggend is: sport. In tijden van homo-emancipatie werden er boeken volgeschreven en fora volgekletst over een zogenaamde onvervreemdbare homo-identiteit, je kon er bijna je beroep van maken. Nu is daar bijna niets meer van over. Homocultuur in Nederland, tegenwoordig is dat een sneppende travestiet die lottoballen uit een bak haalt.
Hetzelfde zag je met het feminisme; nadat de laatste golf over onze samenleving was gespoeld, en de meeste vrouwen hun eigen leven konden bepalen, bleek ineens de droom van de Betere, Want Door Vrouwen Bestuurde Wereld vervlogen. En de culturele obsessies van heel wat vrouwen, zoals die in de media naar voren komen, lijken ineens weer verdacht veel op die van vóór de emancipatiegolven: mannen, status, afvallen en make-up. Alleen is daar nu neuken bij gekomen. In ongeemancipeerde tijden begonnen veel onderdrukte vrouwen hun maatschappelijke loopbaan noodgedwongen met hun benen wijd; nu, getuige het fotoboek Heldinnen van Ronald Giphart, is het een levensvervulling geworden. Het feministische maandblad Opzij steekt inmiddels de Margriet in kloekende tuttigheid naar de kroon. In dat ooit zo ambitieuze blad wordt alles wat vrouw is nu klakkeloos toegejuicht, zolang het maar niet te moeilijk wordt; men interviewt liever
een geile schrijfster over overspel dan een vrouwelijke wetenschapper - straks begint ze nog over haar werk. Nee, liever een themanummer Vrouwen en Vriendschap. Alles wat eens politiek leek, is nu weer heel erg persoonlijk geworden.
Het schijnt dat een groeiend aantal Nederlanders afkerig is van twee zoenende mannen op straat; dat is nu immers geen moedige daad meer, maar gewoon exhibitionisme. Quasi-christelijke en ferm-rechtse denkers op de opiniepagina's zeggen dan ook nooit dat ze homoseksuelen zelf stuitend vinden, ze klagen altijd over excessief hedonisme en die afschuwelijke Gay Parade. Zouden zij ook bezwaar hebben tegen affiches waarop islamitische mannen elkaar zoenen?
Terecht dus stellen islamitische politici als Azzuz dat in westerse landen van volledige acceptatie van homo's geen sprake is. Maar er is een wezenlijk verschil: in West-Europese landen worden homoseksuelen niet langer politiek en sociaal als de Ander gezien, als mensen die buiten de samenleving staan. Zelfs de meeste christenen hebben die stap de afgelopen decennia gezet. Maar veel islamieten beschouwen homoseksuelen wel als wezenlijk anders, religieus, cultureel, sociaal - zoals veel van hen Nederlanders als wezenlijk anders beschouwen. Die stap zal gezet moeten worden: homoseksualiteit is ook van hen, daar helpt geen respect voor godsdienstige overtuigingen aan. Gezien de angstvalligheid en hypocrisie van zelfs de meest vooruitstrevende moslims, biedt alleen provocatie uitkomst. Een koekje van eigen deeg voor Dyab Abou Jahjah: hang die posters op.