terug  begin  verderprepost
[p. 73]

Voetbal

Het was een verbluffend gezicht: Nederland had zojuist met zes-nul van Schotland gewonnen, maar in de studio van Studio Sport zaten drie diep verongelijkte mannen boos langs elkaar heen te kijken. De onvrede trok diepe groeven in hun gezicht, de smalende mondhoeken waren verstard in een afstotelijke grijns. Presentator Mart Smeets deed nog een halfhartige poging tot zelfonderzoek, maar de mondhoeken van de andere twee trokken alleen nog maar verder naar beneden: Nederland had gewonnen, de bondscoach had zichzelf op het nippertje gerehabiliteerd, we gingen naar Portugal voor het ek, maar het feestje was nu al grondig bedorven. Er viel duidelijk niets te vieren. De drie commentatoren, behalve Smeets een mislukte voetballer en een mislukte journalist, namen het het Nederlands elftal kwalijk dat het had gewonnen. En dat de spelers na afloop van de wedstrijd weigerden om de pers te woord te staan, omdat ze zich gekwetst voelden door de niet-aflatende aanvallen op de bondscoach en hun eigen mentaliteit (‘volgevreten vedettes!’), dat was helemaal het toppunt van gebrek aan professionaliteit. Daar moet je tegen kunnen, dat hoort erbij, zei de een. Advocaat heeft eindelijk naar mij geluisterd, hij zou me dankbaar moeten zijn, smaalde de ander. (Door die nieuwe opstelling was Ruud van Nistelrooy immers eindelijk ‘ontketend’ - dat woord gaan we nog vaak horen.)

[p. 74]

Wie zich afvraagt wat er toch met de Nederlandse onvrede is gebeurd nadat Fortuyn werd begraven, hoeft alleen maar even de televisie aan te zetten. Eerst was het de politiek, toen was het de monarchie, nu is het weer even het nationale voetbal. Zodra je de afstandsbediening indrukt, zie je een tafel met uitgezakte mannen die elkaar in agressieve laatdunkendheid proberen te overtreffen: de matige prestaties van het nationale elftal zijn te wijten aan de zwakke bondscoach, die er verkalkte denkbeelden op na houdt, aan het gebrek aan zuiverheid bij de spelers, die op veel te jonge leeftijd veel te veel geld hebben verdiend en geen autoriteit meer accepteren. Voetbal is een boksbal geworden. Op het moment dat deze mannen zelf schrikken van zo veel nietsontziende agressie, is het tijd voor het gespeelde kroegsentiment: ach, Nederland kent zestien miljoen bondscoaches, waar praten we eigenlijk over, we zijn zelf maar opgewonden standjes met onze meningen, wat een jongens zijn we op onze leeftijd toch eigenlijk nog.

Maar die agressie is echt. De gaffe van sportjournalist Henk Spaan, die schuimbekkend op de voorpagina van Het Parool gemeld had dat de spelers van het Nederlands elftal een dag na hun smadelijke nederlaag rustig tot vier uur 's nachts hadden gefeest, terwijl de eer van het land op het spel stond - die blunder werd door zijn collega's van de pers en de televisie weggewuifd als een beroepsongelukje, terwijl hij toch alle tekenen van een psychose vertoont. Henk Spaan is de Michael Jackson van het Nederlandse voetbal: geobsedeerd door de onbesmette zuiverheid van de jeugd, verrukt door de belangeloze schoonheid van het spel. Zo'n man ziet zijn jongens-idylle voortdurend verstoord; als hij geen gedichten voor zijn voetballers schrijft, deelt hij week in week uit als een strenge schoolmeester cijfers uit. De wanprestaties van het Nederlands elftal en de dreigende uitsluiting van het Europese Kampioenschap veroorzaakten waanvoorstellingen; zijn jon-

[p. 75]

gens waren ineens zijn jongens niet meer, ze waren hopeloos gecorrumpeerd door torenhoge transferbedragen en sponsorcontracten, ze lapten de landseer aan hun noppen, ze dachten alleen nog maar aan zichzelf en niet meer aan elkaar, en al helemaal niet aan Henk Spaan. Eén geboekte tafel aan een liefdadigheidsdiner voor Patrick Kluivert en zijn vrouw groeide in zijn hoofd uit tot een bacchanaal van ongekende proporties; het ontbrak er maar aan dat zijn jongens op de Nederlandse vlag hadden gespuugd.

Ik weet het, voetbal is emotie, maar waarom is het Nederlandse voetbal in handen gevallen van mannen met een eindeloos geprolongeerde midlifecrisis, die hun eigen teleurstellingen en gevoel van gemis projecteren op een nationale sport? In andere landen worden commentatoren oprecht kwaad, spuwen hun gal, honen en schamperen, maar alleen in Nederland verkeren de voetbalcommentatoren in een permanente staat van smalende verongelijktheid. De Hollandse voetballers moeten zuiver zijn, ze moeten onbevlekt blijven - niet op geld uit zijn, geen sterallures hebben, geen vrouwen grijpen. Kortom, ze moeten vooral niet op de commentatoren zelf gaan lijken. Want de echte volgevreten vedettes, dat zijn de mannen in al die kroegprogramma's vol zelfgenoegzaam gelul over voetbal. Het negentienjarige ‘supertalent’ Wesley Sneijder werd na de gewonnen wedstrijd tegen Schotland collectief door deze onvolkomen mannen omarmd en als een nieuw symbool van Hollands natuurlijk talent - ze hadden het al honderd keer gezegd, alleen wilde Advocaat niet luisteren. Na de rancune is het nu weer tijd voor ongeremde dweepzucht. Rafaël van der Vaart, het stralende symbool van vorig jaar, is aan de nationale borreltafel alweer afgeschreven.

In een land van stemmingen regeert het sentiment. Na de opstand der leefbaren, na de Fortuyn-revolte, na de ‘onthullingen’ over het koninklijk huis, is ook het nationale voetbal doelwit van onze existentiële onlustgevoelens geworden. Het

[p. 76]

zijn de anderen die corrupt zijn, die de zuivere beginselen verraden hebben, die verkalkte systemen instandhouden (Paars, Beatrix, Advocaat). Minister Donner zei het al, de druppel holt de steen uit - alleen lijkt de onvrede met onze nationale instituten inmiddels op een waterkanon dat door blijft spuiten tot alles omver ligt. Het zijn de anderen die op baantjes jagen, die hun oprechte principes en idealen hebben ingeruild voor opportunisme en eigenbelang, de anderen die de Hollandse ongereptheid verkwanseld hebben voor Skybox-sterrendom. (Het sentiment van het typerende straatinterview: ‘Er staat daar heel wat geld opgesteld, ons geld, daar mogen ze best wat voor terugdoen.’) Het zijn de anderen die onze illusies verstoord hebben, die ons onze onschuld hebben afgenomen. Jeugd hebben we nodig, jeugd en zuiverheid.

Die aanhoudende Hollandse obsessie met gebrek aan morele zuiverheid bij anderen (Corrupt! Arrogant! Egoïstisch!) duidt op een verwende zelfhaat, die behalve onsmakelijk vooral infantiel is. Ik voel me niet goed, en dat is jouw schuld. Doe er iets aan.

Fortuyn en Beatrix is het niet gelukt. Balkenende en Donner deden een ongelukkige poging - ze werden weggehoond. De beurt is nu aan Wesley Sneijder. Hij moet alles goedmaken - voor Henk Spaan, voor vader en zoon Mulder, voor Mart Smeets en voor ons.

prepostterug  begin  verder