terug  begin  verderprepost
[p. 101]

Het Margarita-effect

Zomaar ergens in het nieuwe Nederland: in de Volkskrant las ik dat de Centrale Bibliotheek te Den Haag een spotprent van een tentoonstelling heeft verwijderd, nadat er bedreigingen geuit zouden zijn door beledigde moslims. De prent had eerder al in Vrij Nederland gestaan en het betrof - tja, een opengeslagen koran waaruit een nog narokend pistool opdook. En dan zaten er ook nog wat bloedspatten op de bladzijden. Geraffineerde satire kun je het niet noemen, het zal oorspronkelijk wel een illustratie zijn geweest bij een waarschuwend stuk van een van de pleitbezorgers van de Verlichting. Waar het om gaat: een bezoeker had zich eraan geërgerd en braaf een standaardklachtenformulier ingevuld, waarop om verwijdering van de beledigende tekening werd gevraagd.

Wat toen volgde is onduidelijk. De pr-medewerkster van de bibliotheek maakte melding van een groep boze mannen die was komen protesteren en had gedreigd de bibliotheek te bezetten. ‘Hun achterban stond al klaar.’ De Marokkaanse medewerker die het gesprek met de mannen voerde, beweert dat het rustig toeging: ‘Het waren aardige mannen. Ze legden uit wat hen kwetste aan de prent, maar zeiden dat ze het aan ons overlieten wat we daarmee wilden doen. We dronken nog een kopje koffie, toen gingen ze weg.’

Daarna waren er wel ineens opvallend veel mensen op de tentoonstelling opgedoken die er als moslim uitzagen, wat

[p. 102]

het personeel eng had gevonden - zo veel moslims zag je kennelijk anders niet in een Haagse bibliotheek -, en die waren ook nog eens heftig gaan discussiëren over de prent. Daarop had de directie, met veel gevoel voor Hollandse hypocrisie, besloten de spotprent ‘buiten het publieke deel van de tentoonstelling’ op te hangen.

De kunstenaar zelf begreep wel dat de directie was gezwicht, want er was ‘hele zware druk’ uitgeoefend. Dat was hem verteld door de samensteller van de tentoonstelling, die zelf meteen op de barricade was gesprongen. In een protestbrief werd de directie ‘met grote klem’ verzocht de prent weer terug te hangen, immers, ‘het gaat niet aan dat een groepje fanatieke gelovigen de inhoud van deze of andere exposities zou kunnen bepalen door middel van dreigementen’.

De directie hing de spotprent meteen weer op. Als het goed is, hangt hij daar nu nog.

Hele zware druk, met grote klem, fanatieke gelovigen - terecht vraagt de Volkskrant zich af wat er nu eigenlijk gebeurd is, daar in de Centrale Bibliotheek te Den Haag. Was het een van de plaatselijke gevechten om de verworvenheden van de Verlichting veilig te stellen tegen allochtonen die hun zo gewenste integratie verwarren met het koesteren van hun religieuze lichtgeraaktheid? Of was er sprake van hysterie bij het baliepersoneel, dat in een stel kissebissende mannen met baarden de eerste dreigende tekenen van een wereldwijde jihad had gezien? De directeur ontkende dat er bedreigingen waren geuit, maar de pr-medewerkster had het eerste gesprek wel als ‘zeer confronterend’ ervaren.

Sinds in Nederland vooral in trefwoorden wordt gedacht, blijkt de grens tussen verbeelding en werkelijkheid uiterst vaag. Er gebeurt iets, er is onmiskenbaar iets aan de hand - en vervolgens slaat de verbeelding op hol. Bij ieder incident worden bijpassende grote woorden gezocht. Tot nu toe fungeert vooral de journalistiek als aanjager - zinloos geweld,

[p. 103]

tomeloze politieke corruptie, eerwraak, fundamentalisme, dreigend terrorisme - voor iedere nare gebeurtenis blijkt er een kapstok te zijn, waardoor opnieuw duidelijk gemaakt kan worden dat Nederland (en de rest van de wereld) op het punt staat ten prooi te vallen aan algehele chaos en anarchie, of juist aan fundamentalistisch totalitarisme. Je moet het niet wagen vraagtekens te zetten bij die instant-emoties; je wordt direct ziende blind verklaard, een struisvogel, een nuttige idioot, een Chamberlain, of, minstens zo erg, een lakei van het establishment. Kijk maar, je ziet toch dat er echt iets aan de hand is?

En dat is het probleem. Er is wel degelijk iets aan de hand - maar wat precies? Ook in het geval van de spotprent in de Haagse bibliotheek zal er wel iets gebeurd zijn - een beledigde klager, een rumoerig groepje, een onderhuids dreigement - maar je voelt aan alles dat er ook sprake is van een neiging tot hysterische uitvergroting. Ik noem het maar het Margarita-effect: reële incidenten worden het onderwerp van ongeremde speculatie en een magneet voor alle obsessies van de tijdgeest. Wie het waagt twijfels te uiten over de ernst en omvang van de zaak, wordt onmiddellijk om zijn oren geslagen met de weinige onmiskenbare feiten die de oorsprong van alle rumoer vormen. Beter is het het zekere voor het onzekere te nemen.

Maar daarmee schep je ook een klimaat van angst en angstvalligheid, waarin querulanten hun kans grijpen - de religieuze querulanten die aan een telefoontje of ‘zeer confronterend’ gedrag genoeg hebben om hun zin te krijgen, maar ook de querulanten bij wie op 11 september 2001 de bliksem in hun hoofd is geslagen en die sinds die duistere dag wakker liggen van samenzweringen en doofpotten, van een collectieve haat jegens westerse verworvenheden, een haat die zich uitstrekt van de Saoedische moskee tot de hangplek in Overtoomse Veld.

Die spotprent van de koran met het rokende pistool hangt

[p. 104]

gelukkig weer. Ongetwijfeld lopen er nu mensen rond die zich beledigd voelen, en ook mensen die denken dat in de Centrale Bibliotheek te Den Haag een grootse overwinning op het fundamentalisme is behaald. Maar eens zal toch iemand de moed moeten hebben om de waarheid over die bedreigingen aan het licht te brengen; bijvoorbeeld door die volkomen onschuldige opera Aïsha gewoon eens op te voeren en te kijken wat er dan gebeurt. Ik meld me aan als figurant.

prepostterug  begin  verder