De korporaal die het standbeeld van Saddam Hoessein beklom en de metalen kop met een Amerikaanse vlag bedekte, wist niet beter of hij hielp licht verspreiden in de duisternis. Voor hem vallen die vlag en vrijheid samen; ontelbare keren is hem de afgelopen maanden verteld dat de invasie in Irak een verdedigingsoorlog is, bedoeld om een immense dreiging het hoofd te bieden. Zijn medesoldaten die tijdens de aanval sneuvelden, vielen ‘in the defense of our country’, vice-president Dick Cheney zei het zelf. Voor de soldaat is het een Amerikaanse oorlog en de Amerikaanse vlag die triomfeert. Maar niemand hogerop bleek blij met zijn symbolische gebaar. Terwijl The New York Post zijn hele voorpagina inruimde voor een foto van de korporaal met zijn vlag, onder de kop ‘Liberty’, haastten zijn superieuren zich de schade te beperken: de Stars and Stripes werden vliegensvlug vervangen door een Iraakse vlag. Pas toen de bewoners van Bagdad zelf niet verder kwamen dan wat onmachtige mokerslagen op een schijnbaar onverwoestbare sokkel, werd een pantservoertuig ingezet om voor de camera's de symbolische val van Saddam te bewerkstelligen.
De beeldenstorm van de korporaal is een veelzeggend misverstand. Hij heet trouwens Edward Chin, hij is 22 jaar en zijn ouders zijn vlak voor zijn geboorte vanuit Birma naar de Verenigde Staten gevlucht; voor hen betekent Amerika dus
echt vrijheid. Maar het argument van een verdedigingsoorlog van de regering-Bush is inmiddels vervangen door de retoriek van de bevrijdingsoorlog: het gaat erom de Irakezen belangeloos hun vrijheid terug te geven. Iedere schijn van bezetting moet dus vermeden worden, de levens van de gesneuvelden en al die miljarden dollars worden gegeven om het licht van de democratie te laten schijnen in de martelkamers van Saddam. In de vs zelf is het Iraakse regime als een levensgrote bedreiging van de eigen veiligheid afgeschilderd (door onaangetoonde verbanden te leggen met Bin Laden en de aanslagen van 11 september 2001), naar buiten toe is de aanval tegen Irak nu een bevrijdingsoorlog zonder eigenbelang - zeker nu nergens nucleaire arsenalen en gifgas zijn gevonden en Saddam, als hij ze al had, ze in ieder geval niet gebruikt heeft. (Blair: ‘Uit het feit dat ze niet gevonden worden, blijkt alleen maar hoe goed Saddam ze verstopt heeft.’ Rumsfeld: ‘Uit het feit dat ze niet gevonden zijn, blijkt dat ze stiekem naar Syrië getransporteerd zijn.’)
Verbazingwekkend is niet dat onze bondgenoten de wereld voorliegen, maar dat ze zich kunnen permitteren zo opzichtig te liegen. Tijdens de aanval op Irak hebben de internationale verslaggevers overal ter wereld in iedere uitgesproken zin een voorbehoud ingebouwd; wat was echt waar en wat werden we alleen maar geacht voor waar te houden? De loop van een hedendaagse oorlog is voor een groot deel afhankelijk van beeldvorming, dat weet iedereen. Het was voor verslaggevers en commentatoren onophoudelijk gissen naar wat er werkelijk aan de hand was, wat er achter de woorden en selectieve beelden van generaal Brooks lag. Zo veel leugens, zo veel holle frasen, als de pers ze al zelf als een noodzakelijk kwaad ziet, waarom zouden de burgers ze dan niet doorzien? Worden die als debiel beschouwd?
Het ligt anders. Met propaganda is het als met reclame; je doorziet het meteen, maar uiteindelijk ontkom je er niet aan.
Bij reclame bezwijk je omdat je steeds opnieuw wordt geconfronteerd met dat ene product, en niet met zo veel andere; voor propaganda capituleer je, omdat het dat ene, steeds opnieuw vertelde verhaal is dat alle andere domineert. Het is gemakkelijk de beelden van het omverhalen van het beeld van Saddam van cynische kanttekeningen te voorzien; die paar honderd uitgelaten mensen die er met hun slippers op los timmerden, waren dat werkelijk de Iraakse burgers die zich na decennia van schrikbewind eindelijk bevrijd voelden, of waren het opportunisten die zich na de regimewisseling onmiddellijk tot de nieuwe machthebbers bekeerden? Zijn het in Bagdad niet juist de mensen die doordrenkt zijn van Saddams bewind die nu hun mokers te voorschijn halen? Hun gejuich voor de camera's komt beide partijen goed uit.
Cynisch, ik zei het al.
De betekenis van het omverhalen van Saddams beeld is zuiver symbolisch. Het zijn symbolen die de helderheid verschaffen waarin je wilt geloven. Daarom kwam die Amerikaanse vlag van korporaal Chin de Amerikaanse machthebbers even niet goed uit, terwijl de ouders van de korporaal thuis in Brooklyn maar niet begrijpen wat er ineens zo verkeerd aan was.
Bij het beeld van een totalitair regime past een schuldeloze bevolking. Bij het idee van bevrijding past de euforie van de schone lei, de belofte van een happy ending. Wie goed naar de beelden kijkt, ziet in het rituele borstkloppen van jonge sjiitische moslims de aankondiging van een komende bijltjesdag voor hun soennitische onderdrukkers. Maar het gaat even niet om goed kijken, het gaat om geloof. Beelden liegen de werkelijkheid, dat weten we heus wel, maar uiteindelijk kiezen we de beelden waarin we kunnen geloven. Dat de werkelijkheid zich buiten ons gezichtsveld bevindt, is een onverdraaglijke gedachte.
De tegenstanders van de oorlog zien hun gelijk bevestigd
door de gruwelfoto van het jongetje Ali dat zijn armen terug wil; de voorstanders vinden hun rechtvaardiging in een omvergetrokken standbeeld en een uitzinnige menigte. Die ene foto van Ali ontneemt ons het zicht op de jongens en meisjes op de matrassen naast hem, het euforische onthoofden van Saddams beeld laat niet zien wat er werkelijk in de hoofden van de bevolking omgaat. De waarheid blijft ongrijpbaar, de gevolgen voor de lange termijn onoverzichtelijk, duizenden, misschien tienduizenden doden zijn aan ons zicht onttrokken. De Amerikaanse legerleiders hebben al bekendgemaakt dat ze geen cijfers zullen geven van het aantal gesneuvelden aan Iraakse zijde, omdat ze het niet kies vinden in een oorlog als deze ‘scorecards’ bij te houden. Als ze niet geteld worden, worden ze ook weer snel vergeten.
We zagen zoveel, dat we bijna zouden vergeten dat we bijna niets weten. Het omvertrekken van het standbeeld van Saddam was inderdaad een overwinning: die van het enkelvoudige beeld op een gecompliceerde werkelijkheid.