terug  begin  verderprepost
[p. 155]

Verlichting

Dezelfde commentatoren die het afgelopen jaar bleven roepen dat de politiek meer naar het volk moest luisteren, verkondigen nu met eenzelfde heilige verontwaardiging dat de politiek in het geval van de uitgeprocedeerde asielzoekers niet moet zwichten voor volkse emoties. Eerst waren de politieke instituties verkalkt en in handen van een autistische elite; nu moeten dezelfde instellingen ineens gevrijwaard blijven van het sentiment van de straat.

Nou ja. De neoconservatieve revolutie in Nederland heeft de afgelopen tijd toch al flinke averij opgelopen: de linkse politiek is nog maar nauwelijks begonnen haar fouten uit het verleden onder ogen te zien, of het boetekleed voor nieuwrechts ligt al klaar. Zelfs de grootste voorstanders van de regime change in Irak zien nu ook wel in dat het wellicht niet zo'n goed idee was om een totalitair regime klakkeloos te vervangen door bloederige chaos en anarchie, met het onvermijdelijke fundamentalisme als gevolg. Dat die inval is afgedwongen met vals bewijsmateriaal en bewust opgeklopte dreiging, werpt een schril licht op de coalitie die de Irakezen democratie en ons een betere wereld beloofde. Vandaar dat je er van de voorstanders niets meer over leest. Ook de trotse verdedigers van de regering-Bush en de conservatieve revolutie hoor je niet vaak meer, en zeker niet meer zo luid, nu ook in de Verenigde Staten het besef is doorgedrongen dat

[p. 156]

voortvarendheid alleen niet genoeg is. Het geldt inmiddels als een perverse notie te denken dat vier jaar Bush jr. een zegen voor Amerika en de rest van de wereld is geweest.

Het werd ineens akelig stil rondom Arend Jan Boekesteijn.

En dan heb ik het nog niet eens over Israël, waar zelfs officieren van het leger weigeren de politiek van voortdurende vernedering van een corrupte Sharon in de bezette gebieden uit te voeren.

Ook ideologisch pakken zich donkere wolken samen. Nog niet zo lang geleden kon je als herboren conservatief onbekommerd de Verlichting in stelling brengen tegen islamitische achterlijkheid; doordat het Westen door middel van revoluties en geestelijke omwentelingen geleerd had kerk en staat te scheiden en de individuele vrijheid te koesteren, was een royale voorsprong op de islamitische wereld behaald. Tegenwoordig klinken steeds meer kritische geluiden. Het woord verlichtingsfundamentalist is ingeburgerd; de weerzin groeit tegen de fervente ongelovigen die er niet voor terugdeinzen de Nederlandse grondwet te herschrijven enkel om de islam een lesje te leren. Bovendien moeten ze erkennen dat het islamitisch fundamentalisme en terrorisme in hun streven naar een radicale transformatie van de mens nauw verwant zijn met het fascisme en het communisme - beide bastaardkinderen van de moderniteit. Het zijn de onvoorwaardelijke gelovigen van de vooruitgang, met hun onredelijke geloof in zekerheden, die de afgelopen eeuw voor de grootste ellende hebben gezorgd. Die voorbije ontsporingen zouden behoedzaamheid moeten leren, in plaats van ferme taal en een hoge borst. Zoals H.J. Schoo in Trouw schreef:

‘Nu vind ik ook dat de Verlichting met man en macht verdedigd moet worden tegen duistere krachten, maar gepoch op de superioriteit van het Westen, de seculiere staat en de gelijkheid van man en vrouw staan me tegen. Bovendien, voor je het weet schrijf je al die voortreffelijkheden nog aan jezelf
[p. 157]
toe. Die misplaatste eigendunk miskent ook de recentheid en fragiliteit van veel “verworvenheden”, die steeds opnieuw doordacht, bevochten en geïnstitueerd zullen moeten worden.’

Ik ben het er helemaal mee eens - maar. Je kunt stellen dat ons wereldbeeld na de Tweede Wereldoorlog niet gebaseerd was op ons geloof in de Verlichting, maar juist op het wantrouwen jegens de ontspoorde Verlichting. Het fascisme en het communisme hadden redelijke mensen verleid om afschuwelijke dingen te doen, in naam van een betere wereld. Het blinde geloof in de rationele maakbaarheid van mens en wereld had intellectuelen overgehaald het uitmoorden van miljoenen mensen goed te praten. Als de twintigste eeuw de westerse mens iets duidelijk had gemaakt, was het dat hij zichzelf niet kon vertrouwen. Die wetenschap maakte angstvallig, en het is die angstvalligheid die grotendeels onze blik op de wereld van na de oorlog heeft gevormd - zowel wat de idealen van een Verenigd Europa betreft, als wat betreft het geloof in een multiculturele samenleving waarin eenieder zijn eigenheid zou kunnen behouden. Het fascisme was weliswaar verslagen, maar het zou ieder moment weer de kop op kunnen steken - in ons zelf. Discriminatie en racisme waren de erfvijanden.

Het zijn naïeve idealen gebleken, en ook weer gevaarlijk ideologisch. Je kunt zeggen dat het wantrouwen tegenover het wankelmoedige ik de westerse mens te goed van vertrouwen tegenover de ander heeft gemaakt.

De neoconservatieve irritatie over de linkse kortzichtigheid die al het eigene bij voorbaat verdacht en al het vreemde bij voorbaat heilig verklaart, is dus volkomen terecht. Maar in een poging om af te rekenen met dat tergende zelfwantrouwen, dreigen de nieuwe conservatieven het kind met het badwater weg te gooien. Dat kind heet scepsis. Het is goed wanneer een samenleving zich bewust is van haar fun-

[p. 158]

damenten, maar de nieuwe pleitbezorgers van de Verlichting zijn nu alweer vervallen tot de zonde waardoor links zo lang geteisterd werd: die van de zelfgenoegzaamheid. Dat is onsmakelijk, zoals Schoo schrijft. Het is ook gevaarlijk.

De twintigste-eeuwse ontsporingen van een Verlichting die de waarheid in pacht meende te hebben, onderstreepten de noodzaak van een permanente scepsis jegens rotsvaste zekerheden en gebeeldhouwde opvattingen. Wat zich vandaag als een onomstotelijke waarheid voordoet, kan morgen een volkomen overspannen utopie blijken te zijn geweest. Zoals de Britse cultuurcriticus John Gray in een interview tegen mij zei: ‘Achteraf kun je gemakkelijk vaststellen dat het om een absurde heilsverwachting ging. Maar dan is het te laat.’

Absurde heilsverwachtingen zijn er nu wel weer genoeg geweest - in de wereld na de val van het communisme, in Nederland tijdens de Fortuyn-revolte, in Amerika na 11 september, in Irak na de val van Saddam Hoessein. Wie de onverlichte wereld de lessen van de Verlichting wil leren, zal zich in de eerste plaats moeten beroepen op een permanente scepsis - en bereid moeten zijn die op zijn eigen overtuigingen los te laten.

prepostterug  begin  verder