Hoe ze er precies aan gekomen zijn, is mij niet duidelijk, maar onderzoek schijnt te hebben aangetoond dat Nederlandse kranten het vertrouwen van de consument in de economie heftig beïnvloeden. Nederlandse kranten? Nou ja, alleen De Telegraaf is onderzocht, en nrc Handelsblad. Die kranten, beweren de onderzoekers van De Nederlandsche Bank en de Rijksuniversiteit Groningen, zijn steeds op zoek naar extreme nieuwsfeiten die de lezer de ogen uit de kassen doen vallen, met alle gevolgen van dien voor ons bestedingspatroon. De Volkskrant van afgelopen donderdag: ‘De economische theorie stelt dat er twee redenen zijn waarom kranten de consument niet de (hele) waarheid zouden voorschotelen. Dat kan zijn vanwege ideologie, zoals vroeger in het verzuilde Nederland wijdverbreid voorkwam. Maar dat lijkt niet meer aan de orde te zijn. [...] Wat wel blijft bestaan is de wens van alle media om aandacht te krijgen van de consument. Hiervoor moet een verhaal opvallen. De kranten zouden hierdoor worden geprikkeld om altijd de extreme kant te kiezen van een gebeurtenis.’
De economische theorie? Het idee voor deze studie, meldt onderzoeker Steven Brakman, ontstond aan de lunchtafel. Volgens de econoom begint alle journalistiek steeds meer op sportjournalistiek te lijken: ‘Wanneer er een doelpunt valt, is alles geweldig en euforisch. Gebeurt dat niet, dan deugt er ook niets.’
Aan die gedachte is weinig economisch, lijkt me. Ze doet verdacht veel denken aan die eeuwige, aftandse klacht van mensen die zelf in de krant komen dat de pers niet objectief is, zoals je ook altijd weer mensen hoort klagen dat je nooit eens positief nieuws leest. Of het doet denken aan het koningshuis, dat voor de zoveelste keer verongelijkt vaststelt dat het altijd de roddels over ruzie en rotzooien zijn die de bladen halen en nooit de niet-aflatende inzet voor het waterbeheer. Dat journalisten zelf geen zuiver objectieve waarnemers zijn, maar onmiskenbaar een product van de tijdgeest, het lijkt niet meer dan vanzelfsprekend - alleen gaat die vaststelling tegenwoordig steevast gepaard met heftige verontwaardiging en meestal ook met een paar duistere hints over machtsmisbruik en belangenverstrengeling. Een onderzoek als dat van dnb en de Groningse universiteit is dan ook in de eerste plaats zelf een uiting van de tijdgeest: er wordt ontgoocheld iets vastgesteld waarvan men van tevoren al een donkerbruin vermoeden had. Berichten in de krant hebben grote invloed op het vertrouwen van de consument en kranten spelen daarop in! Godsammekrake!
De verdenkingen die onderzoeker Brakman aan de lunchtafel begon te koesteren, raken de kern van het Hollandse onbehagen. Vroeger kleurde de pers de berichtgeving bij met ideologie, tegenwoordig is het domweg behoefte aan aandacht. Aandacht! Niemand kan daaromheen: de oude religieuze en ideologische verzuiling heeft plaatsgemaakt voor ordinaire aandachttrekkerij. Het is het enige wat ons bestaansrecht geeft, het is de strohalm die ons houvast geeft in een leven dat iedere vaste bedding ontbeert. In het geval van de kranten gooien de Groningse onderzoekers het nog op concurrentie en winstbejag, maar lees de kranten en kijk televisie en je begrijpt dat het om iets veel groters gaat. Onze behoefte aan aandacht is existentieel geworden.
Het gevoel dat alles wat echt en authentiek is, wordt verte-
kend en misbruikt door mensen die er persoonlijk een slaatje uit willen slaan, begint steeds meer te knagen. Dus zie je steeds dezelfde beweging, een ongeremde uitbarsting van mediageilheid die wordt gevolgd door een hoop mediaophef over mediageilheid. Het lijk van André Hazes op de middenstip van een voetbalveld, een avondje massaal rouwspektakel op de buis en dan een week lang een vloedgolf van mediabezorgdheid en mediaverontwaardiging over hoe het zo ver heeft kunnen komen met ons land - waar is onze bescheidenheid, onze nuchtere ingetogenheid, onze verinnerlijkte aandachtigheid gebleven? Het mooiste vond ik nog de heilige verontwaardiging van het stel oude wijven dat rtl Boulevard presenteert, toen bleek dat volkszangeres Renée de Haan (bekend van de megahit ‘Vuile huichelaar’) een graantje van de dood van Hazes had willen meepikken en een optreden in de Arena tijdens het rouwfeest had geëist. Wat een schaamteloos egoïsme in tijden van zo veel zuivere massarouw, de jongens hadden er gewoon geen woorden voor.
Zulke uitingen van verontwaardiging komen meestal uit de mond van mensen die naar voortdurende aanwezigheid in de media streven, die er hun beroep van gemaakt hebben om in iedere vijver of plas een zo groot mogelijke steen te gooien. De ene golf is nog niet tot bedaren gekomen, of de volgende dient zich alweer aan. Anne Frank moet alsnog Nederlander worden, anders wint ze postuum de prijsvraag van de kro niet! Mediageile Kamerleden schieten met strakke gezichten toe en worden vervolgens weer afgestraft vanwege hun mateloze ijdelheid, die hen over het lijk van Anne Frank heen het oog van de camera doet zoeken. Laat onze Anne met rust!
Aandacht is een levensvoorwaarde geworden. Vandaar de verbluffende vrijmoedigheid waarmee bekendheden hun persoonlijke ellende etaleren - depressies, eenzaamheid, kapotte liefdes, dodelijke ziektes, dode kinderen en hun exclu-
sieve vriendschap met prins Bernhard - wat je verder doet, doet er nauwelijks meer toe. Je beroep of kunstenaarsschap is niet meer dan een aanleiding voor een heftig persoonlijke getuigenis over hoe het leven ook jou in de houdgreep nam. Geen wonder dat wijlen Boudewijn Büch de diepe noodzaak voelde een dood kind te verzinnen. Hij is maar één in een inmiddels lange rij Nederlanders die met dodelijke ernst aan het fantaseren zijn geslagen. Pseudologica fantastica is een echte Hollandse ziekte geworden.
In een land waarin alles om aandacht draait, is de moraal uiterst plooibaar geworden. Als je gebrek aan aandacht hebt, ga je iemand bedreigen. Of je suggereert dat je bedreigd wordt.
De nationale obsessie met aandacht maakt alles verdacht: oprecht verdriet, oprechte betrokkenheid, oprechte idealen. Ze veroorzaakt een permanent wantrouwen jegens eenieder die van zich doet spreken; doet hij het niet allemaal uit eigenbelang? Het onderscheid, zo blijkt iedere keer weer, doet er niet zoveel meer toe. Groter dan de angst om als aandachttrekker bekend te staan, is de angst om niet gezien te worden.