terug  begin  verder

22. - De oo ren.



illustratie

 
Jan.
 
Wat doet gij met ú we oo ren?
 
Kaa.
 
Met mij ne oo ren, en dit hó ren,
 
Kan ik hoo ren. Ik ben wat doof.
 
Jan.
 
Ha, ha, ha!
 
.
 
Foei, Kees! gij moet niet lag-
 
chen, om dat goe de ou de
 
bes je.
 
Die zoo doen, zijn lee lij ke
 
kin de ren. Niet waar, zus je?

terug  begin  verder