[p. 81]
origineel
[Emblemata van Minne.]
25.
Omnia vincit Amor
.
Den stercken ben ick sterck, den sachten sachte banden
En toomen werp ick om: het wijckt doch al mijn handen,
Al wat de schoone Son bestraelt. Het is een kindt,
Een kint, een kint alleen, dat soo veel mannen bindt.
VVat wonder ist dat haer de menschen overgeven,
Als ick de leeuwen toom, en onder my doe beven?
VVat strijdt ghy tegen my? alst' doch soo wesen moet,
VVaerom en leert ghy niet my komen te gemoet?