[p. 85]
origineel
33.
Ni spirat immota
.
Het geen dat my verheugt moet ick van buyten haelen,
Het geen dat my beweegt moet van een ander daelen,
Oft anders ben ick still'. ick moet welstille staen.
O dat de wint eens quam, soo mocht ick weder gaen.
Dat haeren adem slechs (den oorspronck van mijn leven)
Vuyt haeren blijden mondt een windeken wou geven
Op mijn beladen hert, ten minsten van ter sy.
Nu ben ick sonder haer, nu ben ick sonder my.