Is het 't eind van het marxisme of het eind van het millennium dat aanleiding geeft tot allerlei weltgeschichtliche Betrachtungen? De Amerikaan Francis Fukuyama heeft al het ‘einde van de geschiedenis’ aangekondigd, omdat er, na het failliet van het communisme als ideologisch en sociaal-economisch model, geen alternatief in zicht is voor het zegevierende economische en politieke liberalisme.
Geen tegenstander betekent geen debat, geen intellectuele wrijving. ‘In het posthistorische tijdperk zal er noch kunst noch filosofie zijn, alleen maar het eeuwigdurende onderhoud van het museum van de geschiedenis van de mens.’ Eeuwen van verveling staan ons dus te wachten, vreest Fukuyama.
Deze toekomstvisie heeft de nodige tegenspraak gewekt. Ook in mijn rubriek. Maar als ik naga wat, in de jaren dat ik die rubriek schrijf, mijn bronnen van informatie zijn geweest, dan kom ik tot de conclusie dat één belangrijke prikkel de behoefte aan debat met de apologeten van de Sovjet-Unie en het communisme is geweest.
Die apologeten hoeven niet per se communisten of marxisten te zijn geweest. Voor hen had ik vaak nog wel waardering - als ze tenminste hun zaak eerlijk en bekwaam verdedigden. Het waren in de praktijk meestal de halfzachte goedpraters van hetzij het communisme hetzij de politiek van de Sovjet-Unie, mensen die meer last hadden van de splinter in hun eigen oog dan van de balk in dat van de ander; en van dezulken heb je er velen in ons lieve vaderland.
Maar die zijn nu allemaal weggevallen. Allen vallen over elkaar heen om de verschrikkelijkheden van het communisme te etaleren en aan de kaak te stellen. De linkse dag- en weekbladen doen daarin tegenwoordig niet onder voor de rechtse. Het lijkt
wel alsof ze de Koude Oorlog ontdekt hebben, nu hij in werkelijkheid op zijn eind loopt.
Hoe dat ook zij - ik mis mijn tegenstanders wel een beetje. Waar moet ik nu mijn inspiratie vandaan halen, nu we het allen met elkaar eens zijn? Daarbij komt nog dat het marxisme - het mag nog zozeer een dwaalleer blijken te zijn - toch zijn aanhangers een zekere intellectuele discipline gaf, zonder welke discussie geen zin heeft of - en dat is in Nederland meestal het geval - neerkomt op het beproeven van elkaars morele harten en nieren.
Deze micro-ervaring brengt mij er niet toe Fukuyama's macrovisie te onderschrijven. Er zullen, op langere termijn, nieuwe verschijnselen ontstaan die de mensheid zullen verdelen. De eenheid valt altijd vroeg of laat, al was het slechts uit verveling, in delen uiteen. Ja, het is niet ondenkbaar dat we binnenkort op de ‘tweespalt der wereldrijken’, die de laatste veertig jaar heeft beheerst, zullen terugkijken als op een toestand van betrekkelijke stabiliteit.
Het einde van de geschiedenis is dus voorlopig nog niet nabij. Volgens de nouveau philosophe André Glücksman (die een paar jaar geleden in een debat zich zozeer intellectueel de meerdere toonde van onze eigen Mient Jan Faber, dat zelfs degenen die het met de laatste oneens waren, door plaatsvervangende schaamte bekropen werden) betekent verlaten van het communisme juist terugkeren in de geschiedenis.
Hij zei dit zondag in een rede ter ere van Vaclav Havel, voortbordurend op een thema van deze Tsjechische schrijver, die had geschreven: ‘De totalitaire macht heeft bureaucratische “orde” gebracht in de levende wanorde van de geschiedenis, als gevolg waarvan deze als zodanig is afgestorven. De regering heeft, om zo te zeggen, de tijd genationaliseerd, met het gevolg dat deze door hetzelfde lot getroffen is geweest als zovele genationaliseerde zaken: hij is begonnen te kwijnen.’
Wat nu betekent het communisme voor Havel?, vraagt Glücksman. ‘Antwoord: de terdoodbrenging van de tijd, de planning van de dode tijden. De socialistische burger beleeft het einde van de geschiedenis in alle betekenissen van het woord. Het communisme verlaten betekent terugkeren in de geschie-
denis en niet het springen van het ene systeem in het andere.’
Een conclusie tegenovergesteld aan die van Fukuyama dus (die overigens niet door Glücksman genoemd wordt). Een andere Fransman, de historicus Pierre Nora, komt in zijn rede voor de Frankfurter Buchmesse tot weer een andere conclusie.
Het verdwijnen van het marxisme, aldus Nora, leidt ‘tot een opleving van nationale gevoelens, het gevoel te behoren bij een nationale eenheid. Dit stimuleert dan weer in belangrijke mate de geboorte van het Europese gevoel, die we nu kunnen waarnemen.’
Hoe de opleving van nationale gevoelens het Europese gevoel kan stimuleren, zou ik graag nader uitgelegd willen zien, maar dat allerlei nationalismen de kop opsteken in het stervensuur van het communisme, is op zichzelf juist. Die nationalismen zullen er op zichzelf al voor zorgen dat de geschiedenis niet ophoudt, al zal het misschien niet zo'n prettige geschiedenis zijn.
Dat zullen sommigen misschien ook vinden van het vooruitzicht dat The Economist schildert: ‘Machtspolitiek haat, net zoals de natuur, een vacuüm. Wie zal de ruimte vullen, nu Rusland na veertig jaar uit Oost-Europa terugtrekt? Het antwoord is: Duitsland. Het lijkt er steeds meer op dat Duitsland de hegemonie in Europa op vreedzame wijze aan het winnen is die het twee keer in oorlogen ontgaan is.’ Prettig of niet, de geschiedenis gaat door.