terug  begin  verderprepost
[p. 38]

Het Duitse volk is al herenigd
4 november 1989

Wanneer beide Duitse staten herenigd zullen zijn, weten we niet, maar het Duitse volk is al herenigd. Donderdagavond hebben we op de televisie kunnen zien hoe honderdduizenden Oostduitsers door Westduitsers in de armen werden gesloten, nadat de ddr de toegang naar West-Berlijn had vrijgegeven. (Dat wil zeggen: op de Nederlandse televisie hebben we het toen niet kunnen zien, want die vond andere zaken belangrijker dan deze historische gebeurtenis.)

Sindsdien heeft dit feit zich herhaald, niet alleen in West-Berlijn, maar ook in andere Westduitse steden en dorpen bij de vrijwel ondoordringbare grens die sinds 1945 Oost- van West-Duitsland scheidt (behalve in Berlijn, waar die grens in 1961, met de bouw van die ‘Muur’, ondoordringbaar werd gemaakt). Overal tranen en gejuich over de hervonden eenheid.

Terecht zei, in de uitzending van Het Capitool op zondag, de communist Marcus Bakker - uitgerekend hij, die altijd de ddr en haar Muur verdedigd had! - dat die beelden toonden dat de Oostduitsers zich voelden te behoren tot één volk met de Westduitsers. Zulke verbroederingsscènes zouden zich niet voordoen als, bijvoorbeeld, Hongaren en masse Wenen zouden overstromen of Tsjechen Parijs.

Welnu, wanneer twee delen van één volk niet langer gescheiden zijn, zal de staatkundige eenheid niet lang op zich laten wachten, al is het opmerkelijk dat weinig Duitsers - van Oost en van West - op dit ogenblik het woord Wiedervereinigung in de mond nemen. De Oostduitsers hebben voorlopig andere prioriteiten: vrijheid, betere levensomstandigheden. De Westduitsers willen hun buren - in Oost en West - niet onnodig ongerust maken.

Daarom zal de scheiding in twee staten nog wel even duren

[p. 39]

of zullen ze misschien een losse band, een confederatie, vormen. Maar zulke confederaties zijn kunstmatig - (con)federaties van twee zijn trouwens nooit levensvatbaar gebleken -, dus een lang leven kan ze niet beschoren zijn.

De wereld doet er dus goed aan zich voor te bereiden op het ontstaan van één Duitsland binnen afzienbare termijn. Maar ze moet zich er ook op voorbereiden dat de Duitse euforie van vandaag niet eeuwig zal blijven bestaan. Er komt een dag dat de honderdduizenden Oostduitsers die in de Bondsrepubliek willen blijven, minder welkom zullen zijn - al was het slechts omdat zij beslag leggen op goederen die zelfs in dat rijke land hier en daar schaars zijn, zoals werkgelegenheid en huizen.

Ook is het bijna onvermijdelijk dat, naarmate de Westduitse industrie meer het herstel van de Oostduitse economie in de hand neemt - en wie zou dat anders kunnen doen? - het gevoel bij de Oostduitsers zal groeien bevoogden, tweederangsburgers te zijn. Dat het proces van eenwording zonder spanningen zal verlopen, is haast ondenkbaar, en die spanningen zullen zeker ook een politieke ontlading zoeken.

En de spanningen die dit proces in en met de buitenwereld zal veroorzaken? Kan de Europese gemeenschap, die nu al feitelijk onder de Duitse hegemonie staat, een nog groter Duitsland aan of een Duitsland dat de eerstkomende jaren volstrekt geconcentreerd zal zijn op de eigen problematiek?

En de Sovjet-Unie? Waar ligt de grens van haar lankmoedigheid? Op dit ogenblik - maar dit kan, zoals alles, elk ogenblik veranderen - luidt de these dat zij geen principiële bezwaren tegen een Duitse hereniging heeft, mits haar strategische belangen geen gevaar lopen.

Wat betekent dit laatste: dat de ddr lid van het Warschaupact moet blijven (dat zou moeilijk kunnen, als zij niet meer zou bestaan) of dat de Russische troepen in het verenigde Duitsland gelegerd moeten blijven (dat is eerder denkbaar: per slot van rekening hebben de Amerikanen ook nog steeds een basis in het vijandige Cuba; bovendien zou het Amerika noodzaken een militair contingent in Europa te handhaven) of dat het oosten van Duitsland gedemilitariseerd wordt?

We weten het niet. Reden te meer om het proces van de

[p. 40]

eenwording, met zijn onvermijdelijke spanningen, beheerst te laten verlopen, zodat het geen ongewenste en gevaarlijke gevolgen ontketent. Kortom, er is behoefte aan een ordeningsmacht, die kan voorkomen dat de ontwikkelingen uit de hand lopen.

Is de Europese Gemeenschap daartoe het geschikte instrument? Nee, want in dit orgaan is het moeilijk consensus te bereiken op een punt dat de belangen van zovelen op zo verschillende manier raakt. Weliswaar is de Bondsrepubliek, zoals gezegd, in feite al de ordeningsmacht in de eg, maar de anderen zullen de beheersing van het proces niet graag overlaten aan degeen die, in hun ogen, juist beheerst moet worden.

Dan komt de navo er meer voor in aanmerking. Weliswaar is dit een gezelschap van liefst zestien soevereine staten, waarin consensus nog moeilijker te bereiken zou moeten zijn, maar er is tenminste een duidelijke en, ondanks alle bezwaren, ten slotte toch geaccepteerde ordeningsmacht: de Verenigde Staten.

Aan Westelijke kant is dus president Bush de enige die het proces van de Duitse eenwording, met al zijn riskante aspecten, nog in enige mate zou kunnen beheersen. Tot nu toe heeft hij niet laten merken dat hij daar enige denkbeelden over heeft, laat staan dat hij daarbij kan rekenen op steun in eigen huis. Maar hij heeft de wereld al eens eerder verrast door vindingrijkheid en vastberadenheid.

prepostterug  begin  verder