terug  begin  verderprepost
[p. 57]

Korea 1950, Irak 1990
14 september 1990

Op 25 juni 1950 vielen Noordkoreaanse troepen plotseling Zuid-Korea binnen. Dezelfde dag nog eiste de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties het terugtrekken van die troepen, en twee dagen later verzocht hij de leden van de vn Zuid-Korea ‘alle hulp te verstrekken die nodig is om de aanvallers terug te slaan’. (Aangezien de Sovjet-Unie al een half jaar de vergaderingen van de raad boycotte, verzuimde zij daarmee de kans deze besluiten met haar veto te treffen.)

Op 4 juli besloot de Nederlandse regering, uitvoering gevend aan het verzoek van de Veiligheidsraad, de torpedobootjager Jan Evertsen naar de Koreaanse wateren te sturen. Intussen echter werden de Zuidkoreaanse troepen en de inderhaast uit Japan overgevlogen Amerikaanse eenheden steeds verder teruggedrongen, zodat er ten slotte slechts een klein bruggehoofd om de havenstad Poesan overbleef.

In de loop van juli verscheen in de Nieuwe Rotterdamse Courant een brief van een in Amerika woonachtige Nederlander, waarin hij betoogde dat die prompte hulp van Nederland natuurlijk prachtig was, maar dat de Amerikaanse openbare mening verwachtte dat de Europese bondgenoten dezelfde risico's in Korea op zich zouden nemen als de benarde Amerikaanse soldaten. Met andere woorden: ze verwachtte dat er ook Europees bloed vergoten zou worden. Anders zou Amerika's steun aan Europa's verdediging (de Sovjet-Unie werd toen nog als een agressieve mogendheid gezien) in gevaar kunnen komen.

Op 11 augustus besloot de Nederlandse regering tot het uitzenden van een detachement militairen naar Korea. Dat vertrok op 23 november. En, inderdaad, al spoedig werd Nederlands bloed vergoten: begin 1951 raakte een Nederlandse eenheid in gevecht met de Chinezen, die zich inmiddels in de oorlog had-

[p. 58]

den gemengd. In dat gevecht sneuvelde een aantal Nederlanders, onder wie de commandant. Nederland had, in de ogen van de Amerikanen, zijn aandeel geleverd.

Ik wil niet beweren (en zou trouwens niet kunnen bewijzen) dat die brief in de NRC de regering bewogen heeft tot haar besluit van 11 augustus. Er zullen ook in Nederland zelf wel mensen zijn geweest die het nauwe verband zagen tussen de veiligheid van West-Europa, die toen nog bijna volledig van de Amerikanen afhing, en de oorlog in Korea, waarin de Amerikanen, naast de Zuidkoreanen zelf, het leeuwendeel voor hun rekening namen.

Waarom deze oude geschiedenis opgehaald? Omdat de Amerikanen opnieuw van hun Europese (en nu ook Japanse) bondgenoten verwachten dat zij een deel van de risico's op zich nemen, die de Amerikanen opnieuw in een ver land, in dit geval Saoedi-Arabië, op zich hebben genomen. Het sturen van een paar oorlogsschepen en antigaspakken of het overmaken van een paar miljard wordt niet voldoende geacht. Ze willen, alweer, van de Europeanen bloed zien of althans de bereidheid eigen levens op het spel te zetten.

Natuurlijk, de verschillen zijn groot tussen Korea 1950 en Saoedi-Arabië 1990. In de eerste plaats woedt daar nog geen oorlog, wordt er nog geen bloed vergoten. In de tweede plaats is er nog geen besluit van de Veiligheidsraad dat tot het gebruik van geweld, anders dan ter eerbiediging van het embargo tegen Irak, machtigt; en voor dat doel zijn niet in de eerste plaats grondtroepen nodig.

De grondtroepen die Amerika nu in Saoedi-Arabië heeft staan, zijn er om een aanval van Irak op Saoedi-Arabië te voorkomen (dat doel lijkt vrijwel bereikt) en eventueel om Irak te dwingen zich uit het geannexeerde Koeweit terug te trekken. En wie weet hebben de Amerikanen nog wel verdere doelen in het achterhoofd. Hun troepen staan in elk geval, anders dan in Korea, niet (nog niet?) onder de vlag van de vn. Een ander verschil is dat het verband tussen de veiligheid van West-Europa en de toestand in het Midden-Oosten niet zo onmiddellijk is als het verband met de oorlog in Korea in 1950 was. Intussen immers is de Sovjet-Unie van vijand vriend geworden. Althans:

[p. 59]

West-Europa ducht nu geen aanval meer van de Sovjet-Unie. De behoefte aan een Amerikaanse aanwezigheid in Europa is navenant minder, evenals de behoefte daar een prijs, in de vorm van troepen in Korea of Saoedi-Arabië, voor te betalen.

Niettemin blijft de anomalie bestaan dat Europa veel afhankelijker is van de olie uit het Midden-Oosten dan Amerika (wat dat betreft wordt Europa meer door Irak bedreigd dan destijds door Noord-Korea), terwijl Amerika troepen naar het Midden-Oosten stuurt en Europa niet. Reken maar dat deze anomalie uitgebreid punt is in de Amerikaanse politieke discussie. Of nee, het is helemaal geen punt: iedereen is het erover eens dat dat niet geduld kan worden.

Ook zijn er proportioneel waarschijnlijk niet veel minder Europese dan Amerikaanse gijzelaars in Irak. Ook wat dat betreft is Saddam Hussein geen groter gevaar voor de Amerikanen dan voor de Europeanen, terwijl de eventuele bevrijding van de gijzelaars, hoe ook tot stand gebracht, vooral resultaat van Amerikaanse inspanningen zal zijn.

De laatste weken, sinds de overval van Irak op Koeweit, hebben getoond dat het einde van de Koude Oorlog de wereld niet veiliger heeft gemaakt; dat er, met andere woorden, nog behoefte is aan een wereldorde. Zij hebben ook getoond dat de Verenigde Staten voorlopig de enige mogendheid zijn die bereid en in staat is op te treden tegen landen die willen profiteren van de afwezigheid van enige orde.

Om die mogendheid heen, en met de zegen van de Verenigde Naties, zou een instrument kunnen ontstaan dat een begin van wereldorde zou kunnen afdwingen. Als we Gorbatsjov mogen geloven, zou hij zo'n ontwikkeling op z'n minst niet tegenwerken. De kern van dat instrument is al aanwezig in de navo, met haar commandostructuur, politieke begeleiding en veertigjarige ervaring. Het zou dwaas zijn niet van die kern gebruik te maken, nu het doel waarvoor de navo werd opgericht, de veiligheid in Europa, vrijwel is bereikt. Het zou flauw zijn zich te verschuilen achter de letter van het Noordatlantisch verdrag, dat het werkingsgebied nauwkeurig omschrijft, om niets te doen en de Amerikanen alleen te laten doormodderen.

Als we vinden dat de Amerikanen nog een onmisbare taak in

[p. 60]

de wereld te vervullen hebben of althans een taak die niet iemand anders wil of kan vervullen - en zelfs de PvdA huivert tegenwoordig weer bij de gedachte dat zij Europa helemaal zouden verlaten - dan zullen we daar een prijs voor moeten betalen, een prijs die hoger is naarmate hun schuldenlast zwaarder is. Anders zouden wel eens kansen verkeken kunnen worden die veel verder strekken dan het tot de orde roepen van Saddam Hussein - hoe belangrijk dat op zichzelf ook is.

prepostterug  begin  verder