terug  begin  verderprepost
[p. 60]

4. Sport en spel

Er wordt in Suriname veel aan sport gedaan. De meest beoefende en populairste vorm is ook in dit land ontegenzeggelijk: voetbal. Dit zowel wat het aantal actieve beoefenaars, als wat de passieve kijkers (krakers) betreft. Het enthousiasme van laatstgenoemden doet niet onder voor dat van de toeschouwers in welk land dan ook. De Surinaamse jeugd, ongeacht van welke ethnische groep, voetbalt - dikwijls op blote voeten - zodra een paar jongens een rond voorwerp hebben (een sinaasappel, een bal gemaakt van een oude sok, opgevuld met lappen stof, of een echte bal) en wat vrije ruimte buiten. Een goal is zó gemaakt van een paar schoenen of pata's (gymschoenen), flessen, stokken of echte houten latten. De grote voetbalclubs, talrijk genoeg, hebben dan ook alle een jeugdafdeling en nemen bij tijd en wijle ook deel aan internationale competities.

Direct na voetbal komt basketball als de sport die het meest beoefend wordt en het grootste publiek trekt. Zowel de senioren, junioren, aspiranten, als de mini-basketballers zijn fanatieke spelers en meten hun technisch en tactisch kunnen jaarlijks in de door ‘de Bond’ georganiseerde competitiewedstrijden.

De laatste jaren is er een opbloei te constateren van volleybal, en samen met badminton komt volleybal op de derde plaats in de rij van de in Suriname beoefende sporten. Hierna zouden vrijwel alle andere takken van ‘zomersport’ genoemd kunnen worden, die immers alle in meerdere of mindere mate in dit tropenklimaat toegewijde beoefenaars vinden, zoals cricket en lawn-tennis, evenals de zwemsport.

Bijzondere vermelding verdienen echter:

1.Dammen. Op alle denkbare plaatsen en ogenblikken kan men verwoede dammers bezig zien; in de plaats van damschijven worden in dit arme land vaak de kroondoppen van bier- of frisdrank-flesjes gebruikt.
2.Judo en de Aziatische gevechtssporten, die steeds meer in de belangstelling komen. Boksen is minder geliefd, maar onder de Hindostanen wordt worstelen van oudsher graag gezien.
3.De enkele malen per jaar georganiseerde wandelmarsen. Militairen treden daarbij nogal eens op als gangmakers, hoewel niet steeds als winnaars.
4.Hengelsport. Aantrekkelijk is vooral het hengelen van kwie-kwie's in de zwampen (een geschubde vis, die in de moerassen leeft, en zich bij grote droogte ook over het land naar vochtiger plekken weet te verplaatsen). Hengelen als sport gebeurt voornamelijk in het drogere seizoen en
[p. 61]
liefst in speciale ‘visgaten’. Terwille van de voedselvoorziening gebeurt het wel het hele jaar door in de districten.

De meeste sportverenigingen zijn aaneengesloten in een Bond. De diverse bonden zijn, op een enkele uitzondering na, op hun beurt aangesloten bij de Surinaamse Sportfederatie. De ‘Stichting tot ontwikkeling van de sport in Suriname’, afgekort SOSIS, is een orgaan dat met inschakeling van enkele sportleiders haar in de naam vervatte doel tracht te bereiken.

Afhankelijk van de plaats en de aard van zijn bewoners wordt de sport beoefend op raciale basis - daar waar de populatie eenzijdig van samenstelling is - of interraciaal, wanneer de bevolking, zoals in Paramaribo, gemengd is. De sport werkt dan in hoge mate verbroederend, en waar grotere clubs naar buiten toe, dus in internationaal verband optreden, doen zij dit steeds op ‘nationale’ basis, als ‘Surinaamse’ clubs, en gedragen hun supporters zich ook, meer dan op welk ander gebied, als echte ‘landskinderen’, zonder aanziens des persoons. Daar heerst dan ook democratie in optima forma, gedragen door gerechtvaardigd chauvinisme.

 

Gezelschaps- en kinderspel. Van de gezelschapsspelen die het meest beoefend worden, dienen eenvoudige kaartspelen, en contract-bridge, canasta e.d. onder de meer gegoeden, genoemd te worden, terwijl het van de Chinezen afkomstige mah-jong en mah-tjokook door veel Creolen, vooral in hun sociëteiten en clubs gespeeld wordt.

Van de talrijke oude Creoolse kinderspelen, die nog een generatie geleden druk beoefend werden, zijn er steeds meer op de achtergrond geraakt en onvervangen gebleven. Dit valt vermoedelijk te wijten aan de maatschappelijke ontwikkeling en aan gebrekkige overlevering. Maar dit verschijnsel valt ook elders waar te nemen. Kinderspelletjes die nog wel eens gedaan worden, ook door de jeugd van andere ethnische groepen, zijn:

1.Vliegeren. Dit gebeurt door grotere en ook wel kleinere jongens, in de grote droge tijd. De vliegers van allerhande vorm worden vaak prachtig opgetuigd en van een ‘brommer’ en een lange staart voorzien, waarmee men bij wedstrijden probeert de tegenstanders te ‘snijden’ of anders zo hoog mogelijk te komen. Het stijgen en steigeren van een vlieger is ten dele afhankelijk van de wijze waarop de ‘toom’, de uit drie draden bestaande bevestiging van het leidsel aan de vlieger, is aangebracht.
2.Knikkeren. Er zijn tal van manieren om het spel te spelen. Het laten wegschieten van de knikker wordt tjoppen genoemd. Een grote, zware knikker heet boegroe.
3.Djoel, een overloopspel; djompo-foetoe, hinkelen; elle, een verlos-
[p. 62]
spelletjes, en piki-ston of féfi-ston, bikkelen, dat bij de Hindostanen goeti genoemd wordt.
4.Wat men algemeen-gangbare of internationaal bekende spelletjes zou kunnen noemen, zoals touwtjespringen, hoepelen en krijgertje.

zelden ziet men nog wel ‘ouderwetse’ spelletjes als tiki-paw, een slagspel met twee stokjes, bij de Hindostanen goeli danda genoemd; batem-bal, een cricket-achtig slagspel met slaghout en bal; gongote, spel van een grijpvogel; tjoetjoetjoe redi-kaka, een hurkend tikspel; pokopaw, een vorm van doelschieten met een holle bamboestok en natte papieren proppen; tin-koko, een wedstrijd in steltlopen. De Hindostanen kennen nog een aftelspelletje, ikka bokka en een verkennerspel kabaddi, waarbij gezongen wordt door de verkenner.

Dankbare spelletjes op feestjes, tijdens het kamperen of in de vakantiecentra zijn zitspelletjes, waarbij door allen een liedje wordt gezongen, zoals peroen-peroen, een aftelspelletje met tikken op de op de grond uitgestrekte benen; pingipingi kasi, voor de heel kleintjes; faja-ston, een doorgeefspel met een warm te wrijven keisteentje; en drai-batra, een kringspel, waarbij door een van de zittenden een fles in het midden van de kring rondgedraaid wordt.

Andere kinderspelletjes van uitheemse herkomst, al of niet met een Surinaamse benaming of aangepast aan de locale omstandigheden, ontbreken niet aan het speelarsenaal van de jeugd, ongeacht haar ethnische afkomst. Veel meer dan de ouderen is deze jeugd immers al geïntegreerd en spelen de kinderen van allerlei slag onbevooroordeeld met elkaar.

In het binnenland treft men nog wel de awari-bangi aan, een uit West-Afrika afkomstig tric-trac-spel, gespeeld met een houten plank, van twee reeksen uitgeholde bakjes voorzien, waarbij de twee spelers een aantal pitten volgens bepaalde regels van het ene uiteinde van de plank naar het andere moeten zien over te brengen. Het is een verre van eenvoudig spel, en raakt hierom blijkbaar meer en meer in onbruik. Onder de negerbevolking van de West-Indische eilanden is het echter nog steeds, zij het onder andere benamingen, in zwang gebleven.

A.B.M.

prepostterug  begin  verder