terug  begin  verderprepost

7. Het stadskind

Het valt te beproeven, al is het twijfelachtig of het goed lukt: uit vele momentopnamen gedurende lange jaren van intieme omgang met kinderen in Paramaribo, te trachten een ietwat synthetisch beeld samen te stellen, zonder te vervallen in algemeenheden, maar wèl te komen tot een algemeengeldende en tevens typerende karakteristiek van dat ongetwijfeld nogal verwaarloosde, en stellig veel tekortkomende kind.

Zijn eigenaardigheden zijn natuurlijk allereerst een gevolg van het milieu waarin het opgroeit, - een milieu van volwassenen. Deze hebben geen op-

[p. 287]

voedingsideaal dat algemeen is, al hoort men dikwijls genoeg allerlei vage uitingen hierover. Maar heeft men een dergelijke ideaal-voorstelling elders wel? Wat opvalt is het gebrek aan het algemene wensbeeld, hoe het kind moet zijn en zelf volwassen worden; gebrek aan gezond idealisme dus. En dit valt in de eerste plaats te wijten aan het ‘ongebonden’ naast elkaar bestaan van allerlei ethnische groeperingen, die ieder op zichzelf intern misschien alleen gebonden zijn door religie en materiële groepsbelangen. De kinderen wordt dan wel, zoals overal, voorgehouden dat zij hun best moeten doen, naar volwassenen moeten luisteren, en nog allerlei moralistisch getinte vermaningen meer, maar de volwassenen doen niet wat zij de kinderen voorhouden. Hun meest opvallende levensles is dan ook: ‘Luister naar mijn woorden, maar zie met naar mijn daden.’

Zij stellen zich doorgaans te autoritair op tegenover het kind en onderdrukken teveel van zijn natuurrijke gevoelens. Vandaar dat zoveel kinderen zich uitermate geremd gedragen, vooral wanneer zij in een voor hen nietalledaags milieu terechtkomen. Hierbij komen nog andere ernstige belemmeringen, zoals: alcoholisme en buitenechtelijke betrekkingen, meestal van de zijde van de vader; een nog veel te rudimentair begrip van het gezinsleven; financiële en economische benardheid of misstanden, en allerlei meer. Invloeden die de kinderlijke spontaniteit in de weg staan.

Maar al te veel schort het dus aan een verzorgend milieu. Bij dit tekort speelt gebrek aan besef mee. Menigmaal is er geen hulp thuis aanwezig, zodat het kind met talloze leerproblemen zit; ontvangt het niet het juiste onderwijs, zodat zwak-ontwikkelde verstandelijke en leervermogens verwaarloosd blijven. Met tot gevolg: dat er betrekkelijk veel kinderen met onvoldoende of rondweg slechte schoolresultaten opgescheept zitten. Dit is één kant van de zaak.

Een tweede kant is, dat een relatief veel te groot aantal kinderen met gedragsproblemen zich dientengevolge buitengewoon agressief tonen. Maar ze worden thuis en elders dan ook bij voorkeur agressief benaderd, - krijgen enorm veel slaag! Zij tonen zich dikwijls onverdraagzaam en ruw, wat gewoonlijk alweer een gevolg is van milieuproblemen. Gebrek aan regelmaat in hun leven brengt gebrek aan discipline met zich mee. De hoofdoorzaak hiervan is te zoeken in het feit, dat de moeder er menigmaal alléén voorstaat, voor alles moet opdraaien, en de vader zo vaak ‘onzichtbaar’ is, onbekend of afwezig, en onvervangen. De inheemse sociologe van een gelijksoortig West-Indisch milieu, die sprak van ‘My mother who fathered me,’ had groot gelijk; talloze kinderen in Paramaribo kunnen hetzelfde zeggen, en deze zijn er niet eens het slechtst aan toe. De vaderrol, maar ook even dikwijls de moederrol, wordt bij velen ingenomen door... de

[p. 288]

maternale grootmoeder, - uiteraard een oudere vrouw, van wie eigenlijk teveel gevergd wordt. De ‘generation gap’ is dan dubbel zo groot als normaal.

Van huis uit is het Surinaamse stadskind vrolijk van aard, heeft veel zin voor humor, blijkt gevoelig voor een compliment en coöperatief als men het rustig, stabiel benadert. Vooral als het merkt dat er iets van de opvoedster uitgaat, in die zin dat deze konsekwent is en het goed bedoelt met het kind, vooral door voldoende aandacht te schenken aan zijn uitingen, zijn doen en laten, zijn relaas van belevenissen en fantasietje. ‘Je liegt!’ is een te vaak gehoorde dooddoener, wanneer er al eens een keer door de volwassenen geluisterd wordt. Zo wordt de leugen ‘gewoon’ gemaakt.

Ook bij de jongere tieners zet de vroegere defensieve, c.q. agressieve houding zich door, en manifesteert deze zich, als in een vicieuze cirkel, ook bij het onderwijspersoneel, - een klein aantal uitzonderingen niet te na gesproken. Defensieve en offensieve tactieken zijn bij teveel van deze opvoeders meer in gebruik dan opvang en openheid van begrip voor hetgeen omgaat in het jeugdige individu.

Het stadskind, klein en groot, wordt over het algemeen wel goed aangekleed naar school, feestjes, kerk en dergelijke toegestuurd. Alles hebben de verzorgers er voor over, dat ze er uiterlijk netjes uitzien. Vaak leggen zij hieraan veel te veel ten koste. Het oude gebruik, dat op de eerste schooldag ‘alles nieuw’ moet zijn, is er nog steeds niet uit. Maar in alle lagen van de bevolking zijn de gezinnen zeldzaam, waar geluisterd wordt naar de verhalen van het kind, waar het leert spelen en waar het getraind wordt in behoorlijke omgangsvormen en eetgewoonten.

Al heel vroeg worden de kleintjes erg ‘zelfstandig’, en worden de meisjes vooral als half-moedertjes aan het werk gezet wanneer ze thuis komen. De zorg voor jongere broertjes en zusjes drukt op menige Lagere-school-leerling al heel duidelijk. In hun huisje of kamertje gedragen ze zich zelfverzekerd genoeg, maar des te groter is dan hun onzekerheid en achterdocht daarbuiten. En ontmoeten zij eindelijk iemand die naar ze luistert, dan zijn en blijven zij maar al te vaak wantrouwig.

Bij de ouder-wordende meisjes komt de agressiviteit al gauw tot uiting in een brutaal uitdagende kleding, met opzettelijke, maar snel door henzelf belachelijk gemaakte erotische provocatie. Bij de opgroeiende jongens gaat het agressieve gedrag gemakkelijk over in jeugdcriminaliteit, - en de gestadige toename hiervan, ook elders aantoonbaar, is in Paramaribo al sinds een aantal jaren bepaald zorgwekkend.

Het Surinaamse kind hoort ook weinig over datgene wat zich buiten zijn milieu en zijn land afspeelt. Het is een uiterst smalle wereld waarin hij

[p. t.o. 288]



illustratie



illustratie
Onderwijs. - Foto's van Willem Diepraam en Chris Schriks.

[p. t.o. 289]



illustratie
Matrifocaal gezin van twee zusters. - Fora: W.F.L. Buschkens.

[p. 289]

leeft en daardoor stagneert zijn algemene ontwikkeling méér dan die van de meeste kinderen in ‘opener’ landen. Ook is het opmerkelijk dat op de scholen weinig of totaal niets gedaan wordt aan de expressie-vakken, terwijl er nog onvoldoende gebruik gemaakt wordt van de bestaande centra waar de jongeren op verschillend gebied begeleid kunnen worden, ook wat de creatieve expressie betreft. Zij worden sterk aangetrokken door muziek, en een sterk ritme-gevoel manifesteert zich al tijdens de kleuterjaren. De vele grote feesten voor jonge kinderen zijn dan ook altijd een succes, evenals die voor de oudere, die ook meestal wel enthousiast zijn wanneer zij de opleidingscursussen en scholen voor muziek, ballet, spelleiding en knutselen volgen.

Tenslotte is er - overheersend, maar gelukkig niet alles-overheersend - de sport, die even gretig door jongens als door meisjes beoefend wordt, op elke denkbare wijze. Misschien juist omdat er op de Lagere School in het geheel niet, en op de Middelbare slechts weinig aan gymnastiek gedaan wordt. Hoe het ook zij, de lichamelijke ontwikkeling van het stadskind in Paramaribo komt heel wat beter tot zijn recht, dan zijn geestelijke; en het minst van alles zijn karakterontwikkeling.

‘Het misdeelde kind’ is een groot, ernstig woord, niettemin gemakkelijk zonder veel zin te gebruiken. Maar als het ergens terecht kan worden aangewend voor het merendeel der nog-niet-volwassenen, dan is Suriname's hoofdstad met zijn uitgestrekte volkswijken toch wel een van de plaatsen die hiervoor in aanmerking komen.

E.A.H.

prepostterug  begin  verder