terug  begin  verderprepost

Maandag

- Mijn benen blijven opgezet, zij het - naar mij voorkomt - zelfs een beetje meer dan gisteren, toen zij 's avonds wat ongewoon warm aanvoelden. Gelukkig geen gevoeligheid in de liesstreek; er is dus niets ernstigs aan de hand. Beter er verder maar niet aan te denken, je kunt er hier toch niets aan doen. Hoofdzaak is dat het niet erger en al te hinderlijk wordt.

[p. 78]

Niet te veel lopen, dat weet ik wel. Maar hoe kun je je daaraan houden terwijl wij voorttrekken, telkens boot-in, boot-uit met moeilijke stappen, klauteren, de bosrand langs over bobbels en bulten en glibberige paden die niet eens paden zijn? Over al dit gesteente bij de vallen... Alleen liggend in de hangmat, met mijn poten ter hoogte van mijn hoofd uitgestrekt - navolger van Okamé - vind ik enig soelaas. Maar dit is veel te opvallend overdag en zou de anderen maar alarmeren. De narigheid zit vooral bij mijn enkels, en die heb ik het meest nodig. Genoeg, - niet langer zeuren. Je kunt hier toch bezwaarlijk achterblijven, stel je voor!

Ik laat het maar hierbij voor vandaag. Alle schrijflust ontbreekt me. Het doet er ook niet toe. Avanti!

prepostterug  begin  verder