De militair-fascistische opstand in Spanje was een zorgvuldig voorbereide zaak, een onderneming waaraan reeds maanden tevoren gewerkt werd, met medeweten van de republikeinse regering, die zich stellig aan verregaande zorgeloosheid heeft schuldig gemaakt. Deze zorgeloosheid moet zij thans duur betalen. En wanneer de arbeiders vandaag willen afrekenen met de politiek van het kleinste kwaad en met de ‘laisser-faire’-democratie, dan is het feit dat zulk een opstand met medeweten van allen zo degelijk kon worden voorbereid, een van hun sterkste argumenten. Men kan zich niet voorstellen hoezeer elke mogelijkheid tot afweer door de ‘Legalen’ werd verwaarloosd.
De Rebellen waren inmiddels in de leer gegaan bij de italiaanse en duitse fascisten, en hebben, van deze laatsten vooral, zeer veel opgestoken inzake propaganda-methoden. Zij weten, dank zij de ervaringen van de heren Goebbels en consorten, dat geen dwaasheid te dom en geen demagogie te grof kan zijn om onaanvaardbaar te wezen voor de massa. Hoofdzaak is dat men zo primitief mogelijk te werk gaat, niet aan het verstand, maar aan de ongecontroleerde instincten appelleert, en een en dezelfde frase lang genoeg en met stijgend aplomb herhaalt. Dat maakt altijd indruk, en er blijft altijd wat van hangen.
Van deze massa-psychologische ervaring profiteren de franquistische fascisten. En dat kùnnen zij ook, omdat zij va-banque spelen. Zij hebben tegenover niemand reken-
schap af te leggen. Immers, òfwel zij winnen, en dan wordt de vestiging van ‘meningen’ een gewelddadige staatsaangelegenheid, òfwel zij verliezen en verdwijnen tegelijkertijd met hun leugens van de aardbodem. Aangezien het fascisme niet op redelijkheid en overtuigingskracht berust, maar een ‘geloof in een leider’ is, die met geweld van wapenen zwakkeren dit geloof opdringt, kan en moet het fascisme zowel in de fase van zijn ontstaan als in die van zijn vestiging de leugen als machtigste bondgenoot aanwenden. In een fascistische constellatie is het een elementaire wet, dat wie het handigst en het brutaalst liegt, het meest bereikt. En het is lang niet zeker dat deze bondgenoot tenslotte toch door de waarheid achterhaald wordt. Dat hangt van de krijgskans af, en Duitsland levert alweer een duidelijk voorbeeld op van het feit, dat ook de georganiseerde leugen jarenlang de overhand behouden kan.
Zou de tegenpartij zich in deze omstandigheden dan niet van hetzelfde wapen kunnen bedienen? Is de politiek dan geen terrein waar ieder middel toelaatbaar geacht wordt?
Zelfs al zou men aan de zijde der legale Spaanse regering gebruik willen maken van de ‘contra-leugen’, - die natuurlijk ook een gesystematiseerde leugencampagne zou moeten zijn, precies zoals contra-spionnage ook doodgewone spionnage is, - doordat wij aan de legale zijde van Spanje tevens te doen hebben met een diep-ingrijpende en vèrstrekkende poging tot sociale revolutie, is het daar onmogelijk geworden dit middel zowel offensief als defensief te gebruiken. De politiek is in de loop der eeuwen een volledig amorele methode gebleven om bepaalde directe voordelen tegen zo gering mogelijke prijs te bereiken. Haar devies is steeds meer geworden: het doel heiligt de middelen. Een socialistische revolutie echter, is een ethischverwortelde aangelegenheid. Zij gaat uit van verontwaardiging over geleden onrecht, en van de ernstige wil een diep-doorleefde opvatting van recht te doen zegevieren.
Zij gaat uit naar een ideaal waarvoor men goed en bloed over heeft, en dat men zo hoog gesteld heeft, dat geen offer te groot wordt geacht om het te kunnen bereiken of zelfs te mogen benaderen. Zij is bovendien een collectieve onderneming van mensen die meestal behoren tot de bewonderenswaardige categorie der ‘eenvoudigen van geest’. Deze gaan uit van de waarneming der naakte feiten, en van hun eigen primitieve belevingen. Wat zij willen is juist, dat de waarachtigheid van hun gevoelens, van hun opvatting van recht en van zedelijke noodwendigheid zegeviert. Zij beschouwen de leugen dus juist als hun ergste vijand, en terecht. Want het is door de leugen, door de ‘mythen’, dat de bezitters en de Kerk het volk eeuwenlang bedrogen hebben. Met leugenachtige vertelsels en een leugenachtige ethiek hebben priesters en bonzen het geweten en de zuivere instincten der massa geterroriseerd. Iedere massa-revolutie begint juist bij een individuele revolte tegen de gesanctionneerde leugens waarop de macht van staat en kerk berust. Wie eenmaal deze innerlijke revolte tot in alle consequenties heeft doorgemaakt, weet wat dat betekent, en waartoe het leidt. Voor zulk een ‘opstandige’ bestaat er niets verfoeilijker dan de menselijke domheid en de menselijke gemakzucht, die de beide ouders van de Leugen zijn.
Met dat zuivere instinct waarvan de proletarische klasse altijd blijk geeft wanneer zij de volle verantwoordelijkheid draagt, hebben de spaanse antifascisten begrepen, dat zij slechts open kaart kunnen spelen. Er valt niets te verbergen; ook waar er fouten begaan worden, ook waar er verliezen geleden worden, blijft de generale lijn recht en eerlijk voeren naar een ideaal dat tot elke prijs onbezoedeld moet blijven. Deze generale lijn mag nooit verloochend worden. Een zaak waarvoor men leven en welzijn over heeft, behoeft men niet met leugens te verdedigen. Zij kan het felle licht der waarheid verdragen omdat zij gerecht is, en boven iedere verdenking verheven.
Zij, die in Spanje alles ingezet hebben voor de socialis-
tische revolutie, zijn der mensheid verantwoording schuldig, hoe de loop der dingen ook mag zijn. Winnen zij, dan kan de nieuwe maatschappelijke orde slechts door waarheid en eerlijkheid in stand blijven, want zij is juist begónnen om de gerechtigheid ten opzichte van de massa te doen zegevieren, en te organiseren. Verliezen zij, dan blijven zij ten eeuwigen dage rekenschap daarover schuldig tegenover alle klasse-broeders, tegenover heel het internationale proletariaat, dat op slot van zaken éénzelfde wil en éénzelfde ideaal heeft. Ook de Spanjaarden hebben van Duitsland geleerd, en voelen nog steeds een verwijt rusten op de Duitse arbeidersklasse en op de leiders die de moderne legioenen niet terug kunnen geven, welke in het Teutoburgerwoud verloren zijn gegaan...
Dit is de psychologische verklaring waarom de berichten van de zijde der ‘legalen’ zo bescheiden en zonder lyriek zijn. Waarom er tegenover de groots opgezette propaganda der rebellen maar weinig staat dat met effect de vergiftiging der openbare mening kan tegengaan. Er is behalve het gebrek aan voorbereiding van de propaganda en de onverbiddelijke noodzaak om waarheidslievend te zijn, nog een derde reden. En wel een, die zeker niet langer mag blijven bestaan. Namelijk een verregaande onderschatting van het vermogen om dwaasheden te slikken bij de bewoners van het buitenland, en een onderschatting van het crediet dat ‘een gunstige openbare mening’ de oorlogvoerenden opent. Eerst langzamerhand wordt men dat in Spanje gewaar.
Tot nu toe heeft men er de berichtgeving der rebellen bijna als een humoristische aangelegenheid opgevat. Men spoorde elkaar aan om ‘eventjes te lachen’ door het aanhoren van de baarlijke dronkenmanspraat die generaal Queipo de Llano avond aan avond uit Sevilla uitzendt. Men heeft de schouders opgehaald over de klakkeloze publicatie in het buitenland van zulke canards als ‘de gevangenneming der regering in Madrid’ of ‘de moord op President Companys in Barcelona.’ Men heeft niet eens de moeite geno-
men ophitsende leugens als die omtrent de zogenaamde ‘wreedheden der rode benden’ met documenten te weerleggen, en op éclatante wijze aan te tonen dat het juist tot de allerchristelijkste zeden van de fascisten en hun marokkaanse huurlingen behoort, gevangen arbeiders bij honderdtallen tegelijk af te slachten, zich achter vrouwen en kinderen te verschuilen en weerloze wezens te schenden en te verminken. Men denkt: later, als eerst maar de strijd gewonnen is, dan zal de waarheid ook zegevieren. Dit getuigt van àl te kinderlijk optimisme. De vijandige stemming en de verwarring die door de leugen-berichten gekweekt wordt, benadeelt op talloze wijzen de rechtvaardige zaak van het spaanse volk.
Men lette eens op de herkomst van de berichten die in de pers buiten Spanje circuleren. Negen tienden komen uit Lissabon, uit Burgos of uit Sevilla. Eensdeels omdat de meeste neutrale dagbladen toch fascistophiel zijn, daar de bezittende klasse die de dagbladpers beheerst, tenslotte toch nog liever een fascistische dictatuur dan een socialistische her-ordening aanvaardt. Anderdeels, omdat de dagbladen vóór alles op sensatie belust zijn, en terwille van het sensationele ook de meest ongeloofwaardige berichten brengen, welke de opstandige generaals en hun goedbetaalde propagandastaf maar al te zeer bereid zijn te leveren. Zij schrikken er niet voor terug, op hun correspondenten druk uit te oefenen om slechts datgene te melden wat de directie graag leest.
Aan propaganda van spaanse regeringszijde wordt, gemeten naar de reclame der rebellen, slechts weinig gedaan. De officiële communiqués zijn droog en uiterst beknopt gehouden. Schriftelijke mededelingen en drukwerk, - tijdens de Wereldoorlog zulke machtige propaganda- en inlichtingsmiddelen, - worden schaars verstrekt.
Verschillende politieke organisaties trachten enigermate in dit tekort te voorzien, door het publiceren van geregelde bulletins in vreemde talen, en door regelmatige radiouitzendingen. Maar uiteraard is deze on-officiële propa-
ganda meer op partij-politiek gericht dan op het verstrekken van inlichtingen en het critiseren van de tendentieuze berichten der tegenpartij.
Het is niet gemakkelijk in deze tijd de waarheid te vervalsen voor mensen die er dicht genoeg met hun neus bovenop staan, om haar te kunnen controleren. Maar de onbezorgdheid die in dit opzicht in het legale deel van Spanje heerst, waar ieder zich van de feiten overtuigen kan, en waar de locale radio's geen minuut van de dag zwijgen, mag niet gelden ten opzichte van het buitenland, waar de fascisten een luidere en verlokkendere stem laten horen dan de anti-fascisten. Wellicht dient de laksheid die in dit opzicht bij de spaanse regering heerst, ook al ertoe om Frankrijk en Engeland niet te verschrikken, en Russische orders op te volgen?
Overigens zal de verrassing voor Europa en heel de wereld des te groter wezen, wanneer de afloop van de burgeroorlog dan toch anders zal zijn dan men op grond van de leugenachtige berichtgeving algemeen aanneemt. Het is al een spreekwoord geworden: ‘Tot zelfs de stenen zullen opstaan, aleer de fascisten Spanje beheersen.’ En het zijn immers de spreekwoorden die de volkswaarheid behelzen, op de lange duur...