Constantijn Huygens (zie Tekst 21) vertaalde eerst in 1630 en vervolgens in 1633 een aantal gedichten van de Engelse deken van St Paul's en metaphysical poet John Donne (1572-1631). Het werden de eerste Donne-vertolkingen in een vreemde taal. De eerste reeks bestond uit vier gedichten die Huygens tussen 8 en 21 augustus 1630 in Nederlandse verzen omzette. In 1633, tussen 18 augustus en 7 oktober, vertaalde hij op verzoek van Maria Tesselschade Roemers Visscher, echtgenote van Allert Crombalch, nog eens vijftien gedichten, de meeste in alexandrijnen. Toen hij de vertalingen aan Tesselschade in Alkmaar stuurde voegde hij een gedicht bij dat bekend is gebleven om de virtuoze wijze waarop het met de gangbare metaforen van het vertaaldiscours speelt. Het volgt hier in zijn geheel. De vertalingen en het begeleidende gedicht verschenen in druk in Koren-bloemen (1658, met lichte wijzigingen 1672). [Editie Worp 1892-99, deel II, 267-68]
Dommelen in castris 24o. Sept.