terug  begin  verderprepost
[p. 114]

27
Jan Hendriksz. Glazemaker (vert.), Romainsche Historien van Titus Livius, Sedert de bouwing van Romen tot aan d'ondergang van 't Macedonische Rijk. Ten meestendeel van nieus vertaalt, en met een tweede Decade, voor de gene, die verloren is, verrijkt, en op ontellijke plaatsen vermeerdert. Met een Vervolg der Romainsche Historien [...]. Nieuwelijks uit de Romainsche Historie van M. Scipio Dupleix vertaalt [...]. Amsterdam: Jan Jacobsz. Schipper, 1646

Over Jan Hendriksz. Glazemaker (ca. 1620-1682), de zeventiende-eeuwse ‘aartsvertaler’, zijn weinig biografische gegevens bekend. Onder zijn meer dan zestig vertalingen uit het Fans, Latijn en Italiaans is werk van Homerus, Seneca, Montaigne, Spinoza, Athanasius Kircher, de Koran (via het Frans van André du Ryer) en het volledige oeuvre van Descartes. Wat de Livius-vertaling betreft was het aanvankelijke plan blijkbaar om een herziening te leveren van een bestaande versie, namelijk De Romeynsche historien ende gheschiedenissen (1614), die terugging op de vertaling van Jan Gymnick (Antwerpen, 1541) naar het Duits en die vervolgens door Maarten Everaert was bewerkt en aangevuld (1607 etc.). Glazemaker kende pas sinds kort Latijn; in 1643 had hij John Barclai's Argenis nog via het Frans vertaald (in 1680 zou hij het boek opnieuw vertalen, ditmaal uit het Latijn). Terwijl hij de bewerking van de oude Livius-vertaling al onder handen had, moet hij na enige tijd besloten hebben een geheel nieuwe vertaling te vervaardigen. In zijn voorwoord maakt hij de lezer hierop attent. De ‘Waarschuwing’ die volgt op het ‘Aan den lezer’ behelst scherpe kritiek op Glazemakers voorganger. [Exemplaar UB Leiden]

Waarschuwing, om 't onderscheyt tusschen d'oude overzetting van Titus Livius Histori in 't Neêrduits, en deze na te speuren.

Die enige lust tot lezen heeft, of begeerig is, om goede boeken te vergaren, zal altijt trachten, om die, zoo 't mooglijk zy, volkomen te hebben, en zulke, daer eenig blad, of woorden, in gebreeken, zoo haten, dat hy liever voor de volkomen meer guldens, dan voor de gebrekkelijke, stuyvers wil geven. Wat nu d'oude overzetting van Livius Histori belangt, 't gebrek daer van is, naer 't Latijns, met enige woorden of geen blad te helpen, maer naauwelijx met hondert bladen. De zonde van de jammerlijke mishandeling daer van, is eerst door de Hoogduytscher begaen, en van de Neerduytscher, 'k vertrou een Brabander, gevolgt, die licht geen andere taal dan Hoogduyts, om Livius t'overzetten, kon. Deze is, in zijn zonde, noch zo verwaant geweest, dat hy in plaats van 't gene, dat hy van Livius eygen schrijven daer uitsmeet, enige Fabulen en redenen voegde, die aen 't werk niet kleven, ja zomtijts in steê van Heydens, als de Romainen toen waren, Kristelijk zijn. Wy zelve zo jammerlijke mishandeling niet vermoedende, vernoegden ons eerst met de stijl te verbeteren, en d'ongevoegelijke redenen, die van Livius zelf niet geschreven zijn, daer uit te schrappen, gelijk gy, van voren af tot Foli 75, daer onze oogen eerst ter deegen geopent wierden, na kont speuren, en met een hoedanig 't gebrek

[p. 115]

daer zy; dat ons toen d'oude verduytste t'eenemaal, als onwaerdig, dee verwerpen. Van hier af hebt gy Livius eygen schriften, zo volkomen als zy zijn, op nieu vertaalt. Voor zijn tweede boek, of twede Decade, daer d'oude vertaalder iets geraapts achter aen d'eerste, en voor aen 't darde boek, dat hy 't twede noemt, heeft, hebt gy de naaukeurige opzoeking der geschiedenissen in die tijt, uyt verscheyde Schrijvers, door M. Scipio Dupleix getrokken.[1] Het darde boek of Decade, in d'oude vertaling 't twede boek, daer in van de wijtberoemste oorlog tusschen de Romainen, en die van Karthago gehandelt wort, en daer door Livius Histori meest vermaert is, is zo schrikkelijk van de brodder mishandelt, dat 'er doorgaens vry meer dan de helft, gelijk gy by deze na kont zien, aenhapert. In 't vierde boek, of vierde Decade, van Foli 380 tot 386 vint gy de slag tegen Philippus, Koning van Macedonien, by de Cynocephalen, d'oorzaak van d'oorlog der Romainen tegens d'Etoliers, Philippus verlies in Asia; en van Foli 502 tot 507 d'opkomst en uytroying der Bacchanalen, welke gedenkwaerdigheden gy in d'oude vertaling wel zoeken moogt, maer niet vinden zult. De geschiedenissen na d'overwinning van Perseus, tot de dood van Cesar, die t'eenemaal verlooren zijn, en welx kort inhoud, door eenen Lucius Florus,[2] achter d'oude vertolking gevoegt is, hebben wy t'enemael verworpen, en in steê van die gedaen, 't geen Dupleix voorsz. van die tijt, uyt alle Schrijvers, gezocht en geschreven heeft; 't welk dat werk wel achtmael groter maakt. Noch hebt gy zijn vlijtig Vertoog van de staet der oude Romeinen, en Bladwijzers, daer d'oude niet van voorzien is; om de lezer zo veel, als 't mooglijk is, te vernoegen, en grooter lust dan ooyt tot 'et lezen van Livius Historien te geven. De ***, die verlies van Livius schriften betekenen, hebben wy, daer 't is, gestelt, dat d'oude overzetting niet heeft, maer 't een aen 't ander, zonder verstant daer af te geven, als of'er niets aen haperde, fommelt:a uyt vreze dat 'et gezicht dier tekens de lezers enige afkeer mogt geven. Maer 't docht ons beter 't Latijn te volgen; mits men niet behoort te bedriegen, en 't niet past dat men 't geen, dat de Schrijver zelf van 't zijne verlooren heeft, met gissingen of ingevoegde redenen, zonder zulx aen te duyden, poogt goet te maken. Yder kan hem dan hier meê naer zijn believen dienen, terwijl wy ons bevlijtigen zullen, om de Romainsche Historie van Coeffeteau,[3] die, na Cesars doot, daer deze endigt, zijn aenvang neemt, en tot de heersing van Konstantijn de Groot vervolgt, in een bequaem boeck in Folio, daer ontrent de levens van drieenveertig Heydensche Keyzeren in begrepen zijn, op 't spoedigste in 't licht te brengen. Vaer wel.

[1]De verwijzing betreft de driedelige Histoire romaine depuis la fondation de Rome (1630) van de Fransman Scipion Dupleix (1569-1661).
[2]Lucius (ook: Julius, of Annaeus) Florus (2de eeuw na Chr.), auteur van Epitomae de T. Livio bellorum omnium annorum DCC libri duo, een overwegend op Livius steunende geschiedenis van Rome tot de tijd van keizer Augustus.
afommelen: opeenpakken, bij elkaar zetten
[3]De vertaling van het werk van Nicolas Coeffeteau verscheen in 1649 als Romainsche historien, sedert het begin van Augustus heerschappy [...] Uit de Fransche taal door I.H. Glazemaker vertaalt (Amsterdam: Nicolaas van Ravestein)
prepostterug  begin  verder