De belangstelling voor het fenomeen vertalen in het algemeen is de jongste jaren sterk toegenomen. Die verhoogde interesse geldt ook de geschiedenis van het literaire vertalen in het Nederlands. Naarmate de historisch gerichte literatuurstudie zich intensiever met het literaire bedrijf in zijn geheel en in al zijn geledingen bezig houdt, groeit het besef dat vertaalde literatuur een essentieel deel uitmaakt van het complexe communicatiesysteem dat wij literatuur noemen.
Met de volgehouden en geïntegreerde studie van de geschiedenis van het literaire vertalen in het Nederlands is echter nog nauwelijks een begin gemaakt. Over de socio-culturele functie van vertalingen in bepaalde periodes, over de normen, modellen en methodes van het vertalen door de eeuwen heen, over historische vertaalopvattingen en vertaalkritiek, over de intellectuele en maatschappelijke context waarin het werk van de vertalers zich afspeelde, weten wij nog veel te weinig.
Dat wil niet zeggen dat wij helemaal niets weten. Literair-historische studies over vertalers en vertalingen en over allerlei grotere en kleinere deelaspecten van het literaire vertaalbedrijf in de Nederlanden zijn wel degelijk voorhanden. Maar niet alleen lopen deze studies onderling sterk uiteen wat omvang en opzet betreft, door het ontbreken van een geëigend bibliografisch instrument werd tot dusver het gericht zoeken naar reeds verschenen werk in hoge mate bemoeilijkt. De hier voorliggende bibliografie wil dat probleem verhelpen.
Het doel dat bij het samenstellen van deze lijst van studies over Nederlandse vertalingen voorop stond, was het inventariseren van de bestaande secundaire literatuur over de Nederlandse vertaalhistorie. De lijst is in eerste instantie bedoeld als gebruiksapparaat bij het onderzoek. Hij bestaat uit twee delen: een alfabetisch geordende lijst van auteurs van studies over Nederlandse vertalingen, gevolgd door een gecombineerd register op vertaalde auteurs, vertalers en brontalen. Inhoudelijk is ernaar gestreefd de hele Nederlandse vertaalgeschiedenis te bestrijken, van de Middeleeuwen tot vandaag, ongeacht de brontaal. Uitputtende bibliografische beschrijvingen worden echter niet gegeven. Tevens moet de gebruiker met een aantal beperkingen en schemergebieden rekening houden.
Hoewel de bibliografie op studies over literaire vertaling toegespitst is, laat het begrip ‘vertaling’ zich net zomin als het begrip ‘literatuur’ eenduidig afbakenen. In de regel is gekozen voor een ruime interpretatie van de categorie ‘vertaling’, zonder evenwel systematisch bijdragen op te nemen die nadrukkelijk over ‘imitatie’, ‘navolging’, ‘adaptatie’ e.d. gaan. De categorie ‘literatuur’ is eveneens ruim opgevat, met inbegrip van verscheidene randgebieden, al is van studies over bij voorbeeld godsdienstige en wijsgerige geschriften slechts een heel beperkte selectie opgenomen. In tal van specifieke gevallen, vooral met betrekking tot oudere literatuur, schoten deze algemene selectiecriteria in de praktijk overigens lelijk te kort en moesten beslissingen over opname ad hoc genomen worden.
Wat de formele afbakening betreft, is in principe gekozen voor studies met een
wetenschappelijk of op zijn minst literair-kritisch karakter. Hieronder vallen zowel boeken als essays en artikelen, maar geen recensies, op een enkele uitzondering na, ook al omdat met name in de negentiende eeuw het onderscheid tussen boekbespreking en essay niet altijd duidelijk is. Inleidingen bij tekstuitgaven zijn evenmin opgenomen, enkele uitzonderingen alweer niet te na gesproken. De concentratie op bestaande Nederlandse vertalingen betekent ook dat algemene en theoretische werken over de problematiek van het vertalen alleen werden opgenomen als zij een redelijk aantal Nederlandse voorbeelden vermeldden.
Het bronnenmateriaal voor de bibliografie bestond uit naslagwerken, handboeken, tekstuitgaven, studies en - vooral - tijdschriften. Een brede waaier van periodieken uit de negentiende en twintigste eeuw op het gebied van neerlandistiek, filologie, cultuurgeschiedenis, comparatistiek en de studie van verscheidene vreemde talen werd zo volledig mogelijk nagekeken. Voor zover daarbij wegen bewandeld moesten worden die ver buiten het vakgebied van de samensteller leidden, werd allicht veel relevant materiaal over het hoofd gezien. Het zoekwerk vond voor het merendeel plaats in Londen, Leuven, Leiden, Den Haag en Antwerpen. Door deze geografische versnippering, en door het feit dat over de samenstelling van de lijst verscheidene jaren heengingen, zullen ongetwijfeld gaten zijn ontstaan. Ook konden lang niet alle titels individueel geraadpleegd worden, wat weer andere tekortkomingen voor gevolg heeft. Anderzijds is het wellicht goed te signaleren dat de lijst, behalve gedrukte studies, ook een vrij groot aantal ongepubliceerde (Nederlandse) doctoraalscripties en (Belgische) licentiaatsverhandelingen bevat. Dat tenslotte deze bibliografie niet het werk van een professioneel bibliograaf is, zal de meer ervaren onderzoeker spoedig ondervinden.
*
De gedachte aan een bibliografische lijst van studies over Nederlandse vertalingen is gegroeid in de schoot van de ‘Contactgroep Vertaalwetenschap’ van het (Belgische) Nationaal Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek. Het basisbestand werd bij wijze van collectieve inspanning door een groot aantal leden van deze Contactgroep geleverd. Voor hun rechtstreekse medewerking, in de vorm van nieuwe gegevens en kritische opmerkingen in diverse stadia van het project, dank ik graag Raymond van den Broeck (Antwerpen), Dirk Delabastita (Namur), Diederik Grit (Maastricht), José Lambert (Leuven), Kitty van Leuven-Zwart (Amsterdam) en C.W. Schoneveld (Leiden). De altijd waakzame belangstelling van Luc Korpel (Amsterdam) betekende tegelijk een steun en een stimulans. Een speciaal woord van dank ben ik verschuldigd aan Patrick de Rynck (Leuven), die bereid was in een laat stadium nog een lange lijst aanvullingen te leveren en vergissingen recht te zetten; de gastvrije Gulden Librije bleek voor dit type werk de ideale omgeving. Alle resterende onvolkomenheden neem ik uiteraard voor mijn rekening.
Een bibliografie is nooit af en zij is reeds bij verschijnen verouderd. Haar nut moet blijken uit de mate waarin zij wordt geplunderd. Voor alle op- en aanmerkingen, aanvullingen en verbeteringen, houd ik mij warm aanbevolen.
Londen, voorjaar 1991