terug  begin  prepost

§4. Slotsom

Als slotsom van onze beschouwingen kunnen wij, geloof ik, met eenige zekerheid het volgende vaststellen:

Voor de ontwikkeling van het Afrikaansch is geen taal van meer beteekenis geweest dan het Maleisch-Portugeesch, waaraan niet slechts vele woorden zijn ontleend, maar dat ook op syntaxis en vormleer een zeer ingrijpenden invloed heeft geoefend.

De talen der inboorlingen hebben wel met nieuwe begrippen nieuwe woorden geleverd, maar tot heden is niet aangetoond, dat door haar het Afrikaansch ook wijzigingen in zijn vormleer of zinbouw heeft ondergaan. De geschiedenis en de op andere wijze verkregen verklaringen der Afrikaansche eigenaardigheden maken het onwaarschijnlijk dat het Hottentotsch of het Kaffersch de taal der kolonisten heeft doen verworden.

Het Duitsch heeft met eenige woorden het vocabularium der kolonisten vermeerderd.

Het Fransch, de taal der Hugenoten, heeft zoo goed als geen sporen nagelaten.

[p. 154]

Uit de hier getrokken conclusies moet men niet afleiden dat ik de mogelijkheid ontken van zekeren invloed door andere talen dan het Maleisch-Portugeesch op den bouw van 't Nederlandsch der kolonisten geoefend. Wel heeft de blanke bevolking ook in de 17de eeuw het Hottentotsch nimmer in grooten getale gesproken, doch 't is zeker dat het Maleisch-Portugeesch en 't van de blanken geleerde Hollandsch in den mond der inboorlingen de nationaliteit der sprekers niet heeft verloochend; op die wijze kan van zijdelingschen invloed sprake zijn. Hottentotsche woorden door kinderen in hun eerste levensjaren van hun ayas overgenomen, doch later vergeten, kunnen niettemin op klankvorming en spreekwijze rechtstreekschen invloed gehad hebben. Doch men vergete niet dat men in dien zin ook kan denken aan den invloed van 't idioom der negers uit Angola, van 't Madagascarsch, 't Malabaarsch en hoe verder de talen mogen heeten der bonte slavenbevolking. 't Woord Maleisch-Portugeesch duidt een veel minder scherp omschreven begrip aan dan b.v. Fransch of Duitsch, daar 't de gemeenschappelijke taal was van zeer verschillende, tot onderscheiden rassen behoorende volken. Den graad te bepalen waarin 't aan de Kaap gesproken Maleisch-Portugeesch, Hottentotsche, Madagascarsche of Malabaarsche elementen bevatte, zal wel steeds

[p. 155]

buiten 't bereik der wetenschap blijven; geheel ondenkbaar is 't niet dat een nauwkeurige studie der Hollandsch-Afrikaansche klanken nog eens overeenstemming met het een of andere klankverschijnsel uit de taal der inboorlingen aantoont, doch tot heden is niets van dien aard geschied.

Ook 't Duitsch en 't Fransch kunnen van eenigen niet nader te bepalen, doch altijd geringen, invloed geweest zijn. Bij 't oplossen van een vraagstuk als 't hier boven behandelde heeft men echter 't recht het vijfde of zesde cijfer achter de komma te verwaarloozen.

Het Engelsch, thans de mededingster van het Afrikaansch, blijft hier buiten beschouwing, daar eerst sedert een eeuw die taal in Afrika gesproken wordt.

Verschillende omstandigheden hebben gemaakt dat het Hollandsch der 17de eeuw, - door aanraking met talen van geheel anderen aard reeds spoedig in zinswendingen, woordenschat en vormleer gewijzigd, - niet in dezelfde richting zich heeft ontwikkeld, dat het Afrikaansch halverwege is blijven staan op den weg om Kreoolsch te worden. Onder de lezers wier belangstelling in taalkwesties groot genoeg is om er het geduld uit te putten deze bladzijden ten einde te lezen, zal er wel geen enkele gevonden worden die van het woord

[p. 156]

Kreoolsch zal scrikken. Hun vast vertrouwen in de mogelijkheid dat ook een taal die niet op het voorrecht eener zuivere geboorte (voor zoover die term te begrijpen is) kan bogen, zich in den loop der tijden ontwikkelen kan tot het voertuig van de verhevenste gedachten, zal er niet door worden geschokt; zij zullen blijven hopen dat niet de taal van Rhodes en Jameson maar die onzer stamgenooten in Afrika zal winnen in aanzien en toenemen in macht. Zij weten dat al wat men het Afrikaansch om zijn ‘onzuiverheid’ mocht willen verwijten, in dezelfde mate geldt van ‘het kreoliseerende Engelsch’ (de uitdrukking is van Schuchardt), dat de taal is geworden van Shakespeare en Shelley, van Darwin en Ruskin.

prepostterug  begin