[p. IX]
[Nederduitse orthographie]
[p. 1]
+
Tbouc tot zijn Meester
.
Waerom zent ghij mij
Dezen tijt onvrij
1)
Wijt ende breet
2)
door des werelts plecken?
Men ziet t'alder zij
Van meest al die lij
3)
Dat klein is, beschimpen en begecken.
Die my zullen zien
Alleen oft gemien
4)
Haer verwonderende boven maten
Zullen laes mitsdien
5)
,
Zonder te verbien
6)
,
My willen bannen van tsheren
7)
straten.
Roupende wel stout
8)
,
Zeer fel ende bout
9)
,
Mosselen willen mede vis wezen
10)
,
Dit zijn leuren kout
11)
Zonder merh en smout
12)
Die zond non boosheit konen
13)
ghenezen
14)
.
Men behoort doh
15)
niet
Vit te gheven iet,
+
Noh onder die menschen laten komen
Dan dat stiht, en biet
Zalicheit zeer vliet
16)
En die mens helpt uit doinckerheits stromen.
Ja
17)
dat mah
18)
zeer zaen
Talder weh en paen
19)
D'afgoderien uitrouien mahtih
Door Goods woorts vermaen
En wisen touraen
20)
Die nu allesins
21)
wercken krahtih.
[p. 2]
Wil dees
1)
nu leren
Ons pen regeren
Schriven en spellen tegens d'oude ze
2)
?
Leert deuht vermeren
Daer in gheneren
3)
,
Wat bedijt
4)
doh dees nieuwen a, b, c?
Dus Meester neemt raet
Van diet hem verstaet
5)
,
Weert schande en opspraec van ons beiden,
Want dat van mij gaet
6)
Schijnt klein zijn van baet
En weinih hulps die school te bereiden.
+
3
1)
De Tachtigjarige Oorlog is in volle gang.
2)
overal heen
.
3)
lieden
.
4)
in gezelschap
.
5)
daarom
.
6)
zonder dat ertegen een verbod wordt uitgevaardigd
.
7)
des heren
.
8)
brutaal
.
9)
onbeschaamd
.
10)
hij wil ook meedoen; hij verbeeldt zich ook wat
.
11)
onbetekenende beuzelarijen
.
12)
zonder belang
.
13)
kunnen;
Vlaamse vorm.
14)
die geen geestelijk heil brengen
.
15)
toch
.
+
4
16)
vlijtig;
vgl.
WNT XXI
, kol. 2118.
17)
Vul aan: ‘Men behoort doh niet uit te geven iet dan’.
18)
kan
.
19)
overal
.
20)
raadgevingen
.
21)
overal
.
1)
T.w. dit boekje.
2)
zede, gewoonte
.
3)
bezig zijn
.
4)
beduidt, betekent
.
5)
van iemand die het in de gaten heeft
.
6)
uitgaat
.