terug  begin  verderprepost
[p. 4]

+Michiel Oortwijns1) tot den Lezer.

 
Die wil weten van waer ons letters komen
 
Leren hair oirsproinc en begin opreht
 
Houmen die mout deilen / zonder te schromen2) /
 
En scheiden van een / ider in zijn eht3):
 
Die mede begeert te kennen niet als sleht4)
 
Der Consonanten verscheide natuir /
 
Die Vocalen alleen / oft tsamen geheht
 
Diemen nomt Diphthongen tot alder uir5) /
 
Wil oock jmant anzien met harte niet stuir6)
 
Wat Triphthongen in ons Tael bedriven
 
En eens voor al weten / tis beuzel noh kuir7)
 
Waer wy letters overvloudih schriven /
 
Lees naerstih dit bouxken / ziet houmen hier spelt /
 
Doorknaut8) wel die redens9) / tis klein van gelt10).
+7
1)Over Oortwijns heb ik geen gegevens kunnen vinden.
2)angst.
3)soort, categorie?
4)‘niet als sleht’: goed.
5)overal.
6)boos, onwelwillend.
7)‘tis.... kuir’: het is geen dwaasheid, geen zotte inval.
8)bestudeer door en door.
9)redeneringen.
10)Het boek kostte in 1581 2 stuiver; vgl. D, p. 41.
prepostterug  begin  verder