+
Iason de Heuiter
11)
tot den Lezer
.
Tot volkomenheit te komen in elx generen
12)
,
Zo moutmen beginnen in deerste leere
13)
Die konst der Philosophen vast
14)
om disputeren
En fondement te nemen om te vermeren
Tmenschen vernuft tot ziins geests regeren
15)
.
Naersticheit is die mouder van alle deuht
Die
16)
haer niet behoort te schamen die ionge ieuht;
Want zii stiht en breingt die zelven tot vreuht
Al die haer gehoor geven. Dus zo ghii meuht
17)
Maect wel
18)
te schriven en spellen dat thart verheuht
19)
.
[p. 5]
Bii alle geleerde heidens
1)
niet om vermonden
2)
Ziin eerst die konsten en geleertheit gevonden
Die zii zonder onderwiis bestonden
Te doorzouken en voorts te verkonden
Haer Discipels om voorts aen te doorgronden.
Dus die opreht wilt wel
3)
schriven verstaen
Ouffene hem in dit bouxken na miin vermaen,
Merke waer Consonanten en Vocalen staen,
Ooc waer ziin der Diphthongen en Triphthongen paen
4)
,
Zo mah hy in alle schrift ziin onbelaen
5)
.
+
8
11)
Pontus' halfbroer; vgl. D, p. 20.
12)
bezig zijn, werken
.
13)
onderwijs
.
14)
goed
.
15)
beheersen
.
16)
Waarover
.
17)
kunt
.
18)
goed
.
19)
‘dat.... verheuht’: object bij ‘schriven en spellen’ of zelfst. zin als conclusie t.o.v. het voorafgaande.
1)
niet-christenen
.
2)
opsommen
.
3)
goed
.
4)
wegen, paden
.
5)
onbekommerd
.