[p. 89]
+
Iason de Heuiter
1)
Als een werc met arbeit
2)
eens
3)
is volbraht
Hou laing ooc den tiit
Loopt
4)
met piin en striit,
Des arbeiders krainc
Met, of zonder dwainc
Hii is verheuht, ooc van wiet wart veraht
5)
.
Hii peist als een mouder zonder storen
6)
,
Ic zie nu miin kint,
Dat miin hart bemint,
Ic hebt gedragen
Veel lainge dagen,
Door Goods gracii ist van mii geboren.
Den lantman zuirlic
7)
arbeit naht en dah,
Om eens vercrigen
Door swaerlic higen
8)
,
Vruhten veel en schoon,
Vit des hemels throon,
Daer hii met ziin kinders af leven mah.
Den koopman ooc allesins onbevreest,
Zietmen stout
9)
ziin liif
10)
,
Ja kinders met t'wiif,
Stellen in genai
Van fortuins
11)
gedrai,
Om eens
12)
te vercrigen, dat hii zouct meest.
Is tmenschen verstant alleen verboden,
Voorts te breingen zaen
+
Dat het heeft gelaen
13)
?
Maht niet ziin gemait
Dat het heeft gezait?
Van waer komen ons dees straffe boden
14)
?
[p. 90]
Mah tmenschen verstant voor quaet en gout
1)
Niet laten bliken
In alle wiken,
Riuiere en stroom,
Ziin komenschap vroom
2)
,
Ziin woukere
3)
groot, en winnijnge zout?
Waert om horen, is hem niet gegeven
4)
?
Ist al tegen wint
5)
Dat tverstant begint?
Alle gezelschap,
Schout het verstants klap
6)
?
Neen, neen, het dooht
7)
ooc hier wat int leven.
Dus weh, weh al ghii quade
8)
klappers boos,
Men aht doh op u
Niet een hair meer nu,
Men wil u niet meer,
Ghii ziit zonder eer,
Ghii ontdect
9)
doh zelve u valsheit loos.
+
110
1)
Vgl. p. 8.
2)
inspanning, moeite
.
3)
eenmaal
.
4)
duurt
.
5)
van wie het ook wordt veracht
.
6)
onophoudelijk
.
7)
zwaar
.
8)
zwoegen
.
9)
zonder aarzelen
.
10)
leven
.
11)
lots
.
12)
eenmaal
.
+
111
13)
‘heeft gelaen’:
bezit, draagt
.
14)
geboden, bevelen
.
1)
voor iedereen
.
2)
zijn uitstekende waar
.
3)
winst
.
4)
Is hem niets gegeven dat het horen waard is
.
5)
Heeft het de wind niet mee
.
6)
taal, woorden
.
7)
is goed
.
8)
slechte
.
9)
legt bloot
.