terug  begin  verderprepost
[p. XIII]

Afkortingen.

A: De Nederduytsche Grammatica, door Christiaen van Heule, Leiden 1625/1626.
Ä.d.G.: Ältere deutsche Grammatiken in Neudrucken, herausgegeben von John Meier.
Albertus: Die deutsche Grammatik des Laurentius Albertus, herausgegeben von Carl Müller-Fraureuth, Ä.d.G. III, Strassburg 1895.
Ampzing: S. Ampzing, Nederlandsch Tael-bericht. Zwaan 133-191.
B: De Nederduytsche Spraec-konst, door Christiaen van Heule, Leiden 16332.
De Bo: L. De Bo, Westvlaamsch Idioticon, Brugge 1873.
Caron: W.J.H. Caron, Klank en teken bij Erasmus en onze oudste grammatici, Groningen 1947.
Cauc.: Ant. Caucius, Syntaxis Dilucido Compendio Scripta, Leiden 1598.
Clajus: Die deutsche Grammatik des Johannes Clajus, herausgegeben von Friedrich Weidling, Ä.d.G. II, Strassburg 1894.
Funke: Otto Funke, Die Frühzeit der englischen Grammatik, Bern 1941. V(an) H.: Christiaen van Heule.
Halma: Woordenboek der Nederduitsche en Fransche Taalen door Francois Halma, Leiden-Utrecht 17593.
Van Halteren: B. van Halteren, Het pronomen in het Nederlandsch der zestiende Eeuw, Wildervank 1906.
Heinsius: J. Heinsius, Klank- en buigingsleer van de taal des Statenbijbels, Groningen 1897.
Hellinga: W. Gs. Hellinga, De opbouw van de algemeen beschaafde uitspraak van het Nederlands, Amsterdam 1938.
Van Helten: Vondels taal door Dr W.L. van Helten, Groningen 1883.
De Heuiter: Pontus de Heuiter, Nederduitse Orthographie, Antwerpen 1581.
Hooft W.: P.C. Hooft, Waernemingen op de Hollandsche Tael. Zwaan 235-256.
Van Hoogstr.: Lijst der gebruikelijkste Zelfstandige Naemwoorden, door D. van Hoogstraten. Zesde druk. Aangevuld uit de bijvoegselen van G. Outhof. Aanmerkelijk vermeerderd en opgehelderd door Adriaan Kluit, Amsterdam 1783.
De Hubert: A. de Hubert, Noodige waarschouwinge aan alle liefhebbers der Nederduijtze tale. Zwaan 121-131.
Jeep: Ludwig Jeep, Zur Geschichte der Lehre von den Redetheilen bei den lateinischen Grammatikern, Leipzig 1893.
[p. XIV]
Jellinek: Geschichte der neuhochdeutschen Grammatik von Dr M.H. Jellinek, I Heidelberg 1913, II Heidelberg 1914.
K.B.: Koninklijke Bibliotheek, exemplaar A met geschreven aantekeningen.
Kil.: Corn. Kiliaen, Etymologicum Teutonicae Linguae, Antw. 1574; heruitgegeven door G. van Hasselt, Utrecht 1777.
Kluit: zie Van Hoogstr.
Kolthoff: Het Substantief in het Nederlandsch der 16e Eeuw door I.B. Kolthoff, Groningen 1894.
Kooiman: zie Tw.
Kuiper: G. Kuiper, Orbis Artium en Renaissance, Harderwijk 1941.
Leid. ex. 2: Geschreven aantekeningen in een tweede Leids exemplaar A.
L: Lithocomus' Grammatica Latina, Leiden 1592.
Lubach: Over de verbuiging van het werkwoord in het Nederlandsch der 16e Eeuw door A.E. Lubach, Groningen 1891.
Livet: La grammaire française et les grammariens du XVIe siècle par Ch. - L. Livet, Paris 1859.
V.d.M.: Abr. van der Mijle, Lingua Belgica, Leiden 1612.
Melanchthon: M's Grammatica Latina, Corpus Reformatorum XX Brunsvigae 1854.
Mnl. W(b): Middelnederlandsch Woordenboek.
Nederd. Sp.: Nederduydsche Spellinge, Haarlem 1612.
NTg.: De Nieuwe Taalgids.
Outhof: zie Van Hoogstr.
Plemp: Geschreven aantekeningen van C.G. Plemp in een exemplaar A van de Maatschappij der Ned. Letterk.
Sewel: Volkomen Woordenboek der Nederduitsche en Engelsche Taalen door Willem Sewel, Amsterdam 1766.
Spiegel: zie Tw.
Teuth.: G. van der Schueren's Teuthonista of Duytschlender, uitgeg. door J. Verdam, Leiden 1896.
Ts.: Tijdschrift voor Nederlandsche Taal- en Letterkunde.
Tw.: Twe-spraack vande Nederduitsche Letterkunde, Leiden 1584; heruitgave van dit aan H.L. Spiegel toegeschreven werk door K. Kooiman, Groningen 1913.
De Vooys Verz. Opst.: Verzamelde Taalkundige Opstellen van Dr C.G.N. de Vooys, Groningen 1924.
WNT.: Woordenboek der Nederlandsche Taal.
Zwaan: Uit de geschiedenis der Nederlandsche spraakkunst. Grammatische stukken van De Hubert, Ampzing, Statenvertalers en Reviseurs, en Hooft, uitgeg. door F.L. Zwaan, Groningen 1939.
prepostterug  begin  verder