++Alle de woorden worden in zesderleye (14) soorten gedeelt / en worden genaemt ledekens, Namen, of Naem-woorden, voor-namen, werk-woorden, deel-woorden en Help-woorden, welke benamingen den woorden gegeven worden / om van elc onderscheydelic te konnen spreken: gelijc als het zelve geschiet in het onderscheyt der waren / werk-tuygen / munte en gewicht / etc.
gevraegt zijnde / wat is dat? men antwoort een mensch, een man, een boom, +een beest, hier en kan men het woordeken Een niet naelaten / en zeggen +Het is mensch, het is man, het is boom, het is beest.
Ziet hier af vorder in de Samenvouginge.1)
Dit gebruyc der Ledekens / is mede den Grieken gemeyn / welke ooc volgens onze wijze zeggen ὁ ἄνϑρωπος, ὁ άνὴρ, τὸ δενδρὸν τὸ ζώον,
De Namen zijn eygen of gemeyn.
+Een eygen Naem is / welke alleenelic een dinc toekomt / als Petrus, Keulen, Rijn.
+Een gemeyne Naem / is velen dingen gemeyn / als Mensch, Stat, Revier.
Een gemeyne Naem is Zelfstandich of By-vougelic.
+Zelf-standige Namen zijn / die alleen staende / volkomelic bedieden / het gene datmen naemt / als Man, Vrouwe, Wijf, Berg, Stat, Hof, etc.
+By-vougelicke Namen zijn2) / die de gedaente of het ghestalt / eenes dinx / maer geen dinc zelve en uytbeelden / als goed, schoon, sterc, deze konnen altijt den zelf-standigen woorden toegevoucht worden / als Goet +lant, Schone stat, Sterc huys.
Opmerkinge om de By-woorden van Zelfstandige te onderscheyden.
+Alle namen der dingen die wezen hebben / zijn zelf-standige woorden.
Ooc konnen de woorden op eene andere wijze3) onderscheyden worden / als tot voorbeelt / men begeert te weten of Goet een zelf-standich of een By-woort is / stelt nu het woordeken Goet, by eenich bekent zelf standich woort / genomen Man, zo is het te zamen Goet man, deze woorden nu eenigen stant van reden5) makende / geven te kennen dat Goet een By-woort is / want twee zelf-standighe woorden / en konnen malkander / in eene Reden niet lijden / ten zy datter een woort van gemaakt werde.6)
+Vergroot / Rijker, Armer, Jonger, ouder, bequamer, moediger, ende deze zijn
+Wtnemende / als Rijcxt, armst, Jong,1) outst, bequaemst en moedigst, Dusdanige vergrotinge / worden ooc trappen der vergelijkinge2) of vergrotinge genaemt /
Deze vergrotelicke woorden nemen gemeynelic vergrotende / eene R op het eynde / en in de grootste vergelijkinge / nemen zy St aen / als
| Sterc, sterker, sterkst. | Zoet, zoeter, zoetst. |
| Kranc, kranker, krankst. | Wijs, wijzer, wijst. |
+De By-woorden welke volgens deze order niet vergroot en worden / die worden byzondere vergrotende genaemt / als
+
Alle By-woorden die in L, N en R eyndigen / nemen in de vergrotinge Der op het eynde / als Snel, snelder, Schoon, schoonder, Swaer, swaerder, dit is ooc buyten den Regel der gemeyne vergrotinge.
+De onvergrotelicke By-woorden / zijn genaempt Deelwoorden, die in En eyndigen / als Gehouden, gekomen, geroepen, etc.
+Ooc zijn alle de namen der getallen on-(19)vergrotelic / als Een, Twee Drie, Vier, etc.
Alle namen die den mannen Goden, Engelen en Geesten, gegeven worden / die behoren tot het Mannelic geslacht / als Petrus, Paulus, Timmerman, werker, Jupiter, Gabriel, Beelzebub.
Alle namen die alleenelic den Vrouwen toekomen / behoren tot het vrouwelic geslacht / als Maria, Moeder, Venus, Zuster, Naester1), Breyster.
+Het woordeken Wijf, welc tot het generley geslacht behoort.
+Alle werc-woorden der onbepaelde wijze / wanneer zy voor zelf-standige +genomen worden / behoren tot het Generley geslacht / als Het werken, het lopen, het rusten, het lijden. Hier in volgen wy de Grieken welke zeggen τὸ εργάζεσϑαι, τὸ τρέχειν, τὸ(20)λοφεῖν2). τὸ παϑεῖν. De Francoyzen gebruyken mede / die zelve Tael-wijze / zeggende le labourer, le courir, le roposer3), le souffrir.
+Alle Werc-achtige woorden / die met Ge, be of ver beginnen / behoren tot het Generley geslacht / als het gewerc, het begrijp, het verloop, het verhael.
+Tot het Generley geslacht / behoren alle Verkleynde woorden / als Het manneken, het wijfken, het boomken, het huysken.
Ooc behooren tot het Generley geslacht / deze woorden der tellinge / als Het paer, Het dozijn, Het twintich, Het hondert, Het duyzent.
+Ooc behoren tot het Generley geslacht de Help-woorden / welke voor zelf-standige woorden gebruykt worden / als het buyten, τὸ ἔξω, het binnen, τὸ ἐντὸς, het ja, τὸ ναι, Het neen, τὸ οὔ, Het onder, τὸ νέρϑεν, Het boven τὸ ὑπὲρ.
De namen der Revieren / behoren tot het Vrouwelic geslacht5) / als De Maze, De Jordaen, De Schelde, De Isel.
De Rijn, welc tot het Mannelic geslacht behoort.
+Alle Naem-achtige woorden / die in heyt eyndigen / behoren tot het Vrouwelic geslacht / als Wijsheyt, Schoonheyt, goetheyt.
Getuygenisse, welc tot het Generley geslacht behoort.
Ooc behoren tot het Vrouwelic geslacht / de Latijnsche of Francoysche woorden / welke in ie of ij6), eyndigen / als de gratie, de blamatie, de executie, de harmonije, de valeye.
Rijcdom welc tot het Mannelic geslacht behoort / gelijc ooc mede het woordeken Dom, de name eener Kerke.
Blijschap en vrienschap2), welke tot het Vroulic geslacht behoren.
Ooc behoren tot het Generley geslacht / de namen der Steden / als het Jeruzalem, Het Romen, Het Athenen, doch weynige namen der Steden +mogen de Ledekens by haer lijden.
Ooc behoren tot het Generley geslacht / de Griexsche en Latijnsche woorden / die in Us3), um of on eyndigen / als Het Hymnus, Het Articulus 3), Het Genitivus, Het Dativus, Het Euangelium, Het Encomion.
Demoet5), welc behoort tot het Vroulic / en moet behoort tot het Mannelic geslacht alzo is.
Booswicht Mannelic / en Wicht Generley Kleynoot, geenerley / en Noot Mann.
Lit-maet geenerley / en Maet Vroulic.
Vrou-persoon geenerley / en Persoon Mannelic.
Vrou-mensch geenerley / en Mensch Mannelic.
+Ooc worden hier uytgenomen / alle werc-achtige / die met ge, be, of ver, beginnen / als geval, bedwang, verstant, welke tot het generley geslacht behoren / alhoewel val, stant en dwang, tot het Mannelic geslacht behoort.
+Tot de kennisse van het onderscheyt der geslachten / zo is deze opmerkinge vorderlic / doch geen zekere wet / Dat de woorden des Vrouwelicken geslachts / gemeynelic in E, eyndigen / als Hope, Kerke, Lere, Heyde, etc.
Doch / Deucht, hant, Jeucht, kracht, etc. verwerpen de E.
+De woorden des Mannelicken en Generleyen geslachts / verwerpen +gemeynelic de E op het eynde / als Man, Boom (24) Berg, etc. doch deze Mannelicke woorden / behouden eene E, op het eynde / als name, zone, reuze, neuze.
Deze woorden des Generleyen geslachts behouden de E, bequamelic / op het eynde / als Eynde, geloove, herte, bedde.
Dit zy nu gezeyt van de geslachten der zelf-standige / volcht nu
Alle By-woorden worden na de drie geslachten onderscheyden / welke onderscheydinge wy hier met exempelen / (in plaetse van regelen) voor ogen stellen.
Het natuyrelic eenvoudich3) onderscheyt der geslachten onzer Bywoorden / +eyndicht in het Mannelic geslacht in N, de Vrouwelicke woorden eyndigen in E, de woorden des Generleyen geslachts / verworpen beyde de N, ende de E, als hier vervolgens gezien wort /
| +Mann. | Vrouw. | Gener. |
|---|---|---|
| Sterken, | Sterke | Sterc. |
| Heyligen, | Heylige, | Heylich, |
| Hogen, | Hoge, | Hooch, |
| Goeden, | Goede, | Goet. |
| Schonen | Schone, | Schoon, |
| Eenen | Eene | Een |
De volgende exempelen / stellen wy dan volgens de meeste volkomenheyt des gebruyx / ende deze1) hebben wy tot aenwijzinge des onbesnoeyden naturelicken stants / aengewezen.
+Zo dat dan / de gemeyne By-woorden / in het Mannelic en Vrouwelic geslacht / eene E, op het eynde hebben / welke E, van het generley geslacht verworpen wort.
+Daer zijn ooc eenige woorden / die Deel-woorden genaemt worden2) / die zonder veranderinge by de drie geslachten / konnen gebruykt worden / als
| De lopende Man, | Currens vir. | |
| De lopende Vrouwe, | Currens foemina. | |
| Het lopende Dier, | Currens animal. | |
| Ooc | De minnende Man, | Amans vir. |
| De minnende Vrouwe, | Amans mulier. | |
| Het minnende Dier, | Amans animal. |
Als de Ledekens De of Het3) voor de Deel-woorden komen / zo vallen die zoeter in het Generley geslacht met eene E, op het eynde / als het +minnende Dier, is wel zo cierlic gezeyt / als het minnend Dier, maer wederom +is een lopend Wilt, zoeter / dan een lopende Wilt, daerom zoude ic (26) achten / dat wy van zulke woorden in het Generley geslacht / de E beter zouden mogen naer-laten / als-er het Ledeken Een voorstaet / (dit wort ooc by de Hoogduytschen voor eenen regel gehouden) zo dat wy dan achten / datmen na de meeste bevallikheyt des gehoors / zoude behoren te zeggen Het groeyende Boomken, ende een groeyent Boomken, Het knagende Muysken ende een knagent Muysken.
+Jacop van der Schure / oordeelt de laetste E, in de Deel-woorden des generleyen geslachts heel overtollich / ic en zoude het zelve niet wel durven tegen-spreken.
Ooc en veranderen de op tellende woorden in de geslachten niet / als de eerste Man Primus vir. De eerste Vrouwe, Prima foemina. het eerste Dier, Primum animal.
| Alzo ooc | De tweede Man. |
| De tweede Vrouwe. | |
| Het tweede Dier, etc. |
+Ooc en veranderen de vergrote worden5) / na de geslachten niet / als
| Een wijzer Man, | Sapientior vir. |
| Eene wijzer Vrouwe, | Foemina sapientior. |
| Een wijzer Dier, | Animal sapientius. |
| Alzo ooc | De wijste Man, |
| De wijste Vrouwe, | |
| Het wijste Dier. |
+Van de Geslachten der Deel-woorden1) / die in En, eyndigen / wort de N, +in de (27) Vrouwelicke woorden naergelaten / en het Mannelic en Generley geslacht behout eene N, op het eynde / als
| man. | Gebonden | vinctus. |
| vrou. | Gebonde of Gebondene | vincta. |
| gene. | Gebonden | vinctum |
| man. | Bedwongen | Coactus. |
| vrou. | Bedwonge of Bedwongene | Coacta. |
| gene. | Bedwongen | Coactum. |
| man. | Verscheyden | diversus. |
| vrou. | Verscheyde of Verscheydene | diversa. |
| gene. | Verscheyden | diversum |
Daer zijn ooc eenige materiale By-woorden2) / welke in het Mannelic en Generley geslacht / eene N, behouden / als
| man. | Aerden | terrenus | Vochten3) | Humidus, | Tinnen | stanneus |
| vrou. | Aerde | terrena | Vochte | Humida, | Tinne | stannea |
| gene. | Aerden | terrenum | Vochten | Humidum, | Tinnen | stanneum |
| man. | Gulden | Aureus, | Koperen | AEreus | Wollen | Laneus, |
| vrou. | Gulde | Aurea, | Kopere | AErea | Wolle | Lanea, |
| gene. | Gulden | Aureum, | Koperen | AEreum | Wollen | Laneum. |
+Deze opmerkingen heeft zeer wel waer genomen / onze Tael-bezorger Kilianus, worden ooc zeer zuyverlic van Cats in het Houwelic / tot vele plaetsen ingebrocht.
++De verscheydenheyt van het geslacht der Voornamen5) is hier wat breder gestelt om dat die scheydinge / door het gemeyn gebruyc zeer bedorven en vermengelt is
| man. | Onze | noster | Mijn | meus, |
| vrou. | Onze | nostra | Mijne | mea, |
| gene. | Ons | nostrum | Mijn | meum, |
| man. | Deze | Hic | Die | iste, |
| vrou. | Deze | haec | Die | ista, |
| gene. | Dit | hoc | Dat | istud, |
| man. | Wie | quis | Welke | qui, |
| vrou. | Wie | quae | Welke | quae, |
| gene. | Wat | quod | Welk | quod, |
| man. | Gene | iste | Uw | tuus, |
| vrou. | Gene | ista | Uwe | tua, |
| gene. | Geen | istud | Uw | tuum, |
| man. | Zulken1) | Zodanigen1) | talis, | |
| vrou. | Zulken | of | Zodanigen | talis, |
| gene. | Zulken | Zodanigen | tale. |
+Daer zijn eenige mannelicke woorden als Man en mensch, welke twederleye By-woorden / by haer konnen lijden / want als men zegt een goet Man, ende goede Man, dit is beyde wel gezeyt / alzo mede een goet Mensch, ende een goede Mensch.
Ooc zo zijnder noch eenige weynige als Meester, Koning, Knecht, Dienaer, +Propheet, Navolger, Priester, en Vrient die de-(29)zen aert schijnen te hebben / doch niet zo volkomelic / zo dat men zeggen mach.
| { +Meester | { Meester, | ||
| { Koninc, | { Koninc, | ||
| Een goet | { Knecht, | of Een goede | { Knecht, |
| { Dienaer, | { Dienaer, | ||
| { Vrient. | { Vrient. |
De oorzake van dezer woorden eygenschap / schijnt te wezen / om dat het van de gemeynste woorden zijn / die wy gebruyken / en het meeste gebruyc / veroorzaekt de meeste inwickelinge3) / van de verkortinge der woorden.
Daer zijn ooc eenige Vrouwelicke by-woorden / die op het eynde eene R, aennemen / als De zuyder Zee, de rechterhant, de slinkerhant, de rechter zijde, Eene enkhuyser Vrouwe. Ziet hier af vorder.4)
Eenige Mannelicke woorden / worden in Vrouwelicke verandert / nemende op het eynde (int gemeyn) Inne, of Ster, zo komt van Koninc, Koninginne, van Keyzer, Keyzerinne, van Graef komt Gravinne, van Boer, Vryer, Loper, Leeu, Wolf, Ezel, komt Boerinne, Vryster, Loopster, Leewinne, Wolvinne, en Ezelinne.
Daer zijn ooc eenige Vrouwelicke woorden / welke in esse eyndigen / als +Princesse, (30) Meestresse, Toveresse, deze worden1) schijnen vreemt te wezen / (alhoewel niet verwerpelic /) Dewijle wy geen woorden2) en hebben / die in Esse eyndigen.
Van deze3) Ampt-namen / zo der Mannen als der Vrouwen / en konnen niet wel niewe woorden in het gebruyc gebrocht worden / daerom4) in dezen dele / een scherp oordeel van node is.
+Eenige geleerde achten dat de By-woorden van het Mannelic geslacht5) / in N behoren te eyndigen / als daer woorden naer volgen / die met eene H R D of eenige Vocael beginnen / stellende in plaetse van de Hemel, de Dach, de Raet, de Avont, de Oven, den Hemel, den Dach, den Raet, den Avont, den Oven.6)
+En als-er verscheyde By-woorden voor de zelf-standige staen / zo heeft het laetste By-woort eene N op het eynde / als de Hoge en heyligen Outaer, de schone helderen Hemel, deze maniere is den Grieken in vele woorden / eene zekere wet / verzoet ooc zeer bevallic / veler woorden uytsprake / maer overmits deze order het onderscheyt der geslachten / in onze sprake zeer vermengt / zo achten wy voor nodichst datmen eerst het onderscheyt der geslachten / met eene zekere order lere gebruyken.
++Hier af zegt Ampsingius, het Ledeken (31) De, wort in den Noemer vant eenvoudt des Mannelicken en Vrouwelicken geslachts / voor alle Letteren zonder onderscheyt / ooc voor de Klinkers / ende de letter H gestelt / om dat onze Tale van de ontmoetinge der Klinc-letteren geen afkeer en heeft / of schoon zommige geleerde / zich dat zonder reden inbeelden / zo spelle ic / de Arent, de Autaer, de Hemel, zo wel als de Man, de Vrouwe, want zo mosten wy anders / na dezen Regel deze ontmoetinge der Klink-letteren over al mijden / zeggende / den Aerde, den Eewe, den Olije, en diergelijke.
Dit zy van het onderscheyt der geslachten gezeyt / Doch dit onderscheyt / en behouft in den Rijm1) / altijt niet nagevolgt te worden / om dat de Rijmers al te nau / zouden gebonden zijn / in het waernemen der veirzen / maer dewijle dat zulke benoude wetten / de Rijm-konste meer zoude verbreken +dan verbeteren / zo wort den Rijmers toegelaten / de By-woorden in het geslacht / te verkorten of te verlangen / om de zoetvloeyentheyt2) des te beter te bekomen.
Hier voren is gezeyt dat alle Mannelicke en Vrouwelicke By-woorden / eene E, op het eynde hebben / als Goede, Schone, Vrome, Wijze, zijn Bywoorden +van het (32) Mannelic en Vrouwelic geslacht / maer de E op het eynde geweirt zijnde / zo heeftmen woorden van het Generley geslacht namelic / Goet, Schoon, Vroom, Wijs.
Deze order der geslacht-scheydinge / is wel van de geachtste Schrijvers onzer Eewe naer-gevolcht / maer zomwijlen ooc overtreden / misschien wel te meer / overmits alle onze geachtste Auteuren Rijmers zijn / welken de vermeerderinge of verminderinge der Silben / zeer groten dienst doet: +Daerom men in hare Schriften menichmael zal vinden / Het kleyne kint, voor het kleyn kint, ooc het het3) zoete Dier, voor het zoet Dier, in welke Tael-spreuken4) het mis-bruyc / boven de naturelicke wetten / schijnt lief-tallich te wezen.
Alzo valt het mede onzen oren bevallicker / als men zegt Het gantsche volc, dan het gansch volc, ooc het gemeyne beste, schijnt zoeter te wezen +dan / Het gemeyn beste. De oorzake waerom deze onvolmaekte Tael-spreuken / ons bevallic schijnen in hare onvolkomenheyt / achten wy / het gemeyn Spreec-gebruyc / welc alle hardicheyt zeer kan verzoeten / ooc zoo5) scheyt het de ontmoetinge der Consonanten6) / twelc de uytsprake der woorden / mede grotelicx verzacht:
Hier uyt hebben verscheyde Tael-kenders geoordeelt / dat de E, op +het eynde der By-woorden des generleyen geslachts / eene vaste plaetse ++behoort te hebben / (33) ende dat noch te meer /dewijle ooc volgens onze beschrijvinge / vele Deel-woordrn7) in het generley geslacht eene E op het eynde mogen hebben / als Het lopende wilt, Het groeyende kint.
Dewijle noch daerenboven / de optellende woorden / in alle geslachten / eene E op het eynde hebben / als Het eerste, Het tweede, Het honderste.
Ooc zo hebben de woorden des Generleyen geslacht1) eene E op het +eynde / als de By-woorden zelf-standichlic gestelt worden / als Het hemelsche coelestia, Het geestelicke Spiritualia, Het begeerde Desiderata, deze manieren van spreken / zijn volmaekter / en van meerder uytbeeldinge / dan of men zeyde / Het hemelsch, Het geestelic, Het begeert: doch die voorgaende manieren van spreken2) oordelen wy / byzondere Tael-spreuken3) te zijn / die het onderscheyt der geslachten niet en raken.
Ende deze bedenkingen4) achten wy / het onderscheyt der geslachten zeer verduystert te hebben.
Om welke twijfelachticheyt te weren / stellen wy deze redenen5) tot eene zekere6) betoninge / des generleyen geslachts.
Het is by de Grieken en Latijnen / gelijc ooc in onze Tale gebruykelic / als +men By-woorden voor Help-woorden ghebruykt / dat-men die in het Generley gheslacht stelt / als Hy heeft daer eerst gheweest, ille fuit illic +prius, Hier blijkt ontwijfelic dat het woordeken Eerst, tot (34) het Generley geslacht behoort / gelijc ooc Prius.
Alzo hoort-men in deze woorden Het is gantsch gedaen, Hy is laetst gekomen, Zy heeft schoon gesproken, dat de woorden Gantsch, laetst en schoon, van het Generley geslacht zy7) / en datse ooc alle de E op het eynde verwerpen.
De woorden welke een twijfelachtich geslacht hebben / zijn zulke welke by verscheyde geslachten gevoucht worden / als Lof, Bouc9), Hof, welke behoren tot het Mannelic / of tot het Generley geslacht / alzo ooc Tijt en Dach, welke tot het Mannelick of Vrouwelic geslacht behoren / dusdanige twijfelachtige woorden / zijn in onze sprake zeer weynich.10)
++De Af-komstige woorden zijn / welke (35) van de Gront-woorden komen / of gemaekt worden / als Steenachtich, yzerachtich, Kalken, Zouten, Waterich, Gaende en Lopende, etc.
+Van deze Namen spruyten vierderleye1) woorden / als Volc-namen / Ervelicke / Naem-achtige / Werk-achtige en Verkleynde woorden.
Van Levijt, Rubeniter, Cananiter, komen ooc Levijtsche, Rubenijtsche ooc Israelijtsche, Iootsche, welke van zommige Geleerde / na den aert der Latijnsche woorden geschreven worden Levitische, Rubenitische, Cananitische, Israelitische, Iodische4), welke deze Latijnsche woorden naer-volgen / als Levitica, Rubenitica, Cananitica, Israelitica, Iudaica, maer al hoewel deze maniere / niet geheel hart en valt / zo wijkt het nochtans van den aert onzer sprake.
De benamingen der Volkeren / die in Er eyndigen / als Edammer, Medenblicker, +(36) Enkhuyzer, Amsterdammer etc. vallen in het gehoor zoeter als die gene / welke in Aer eyndigen / als Leyenaer, Delvenaer, Gouwenaer, Hagenaer. etc.
Sprekende van Volc-namen / zo vougen wy hier mede in eene opmerkinge / der Latijnsche en Griexsche Lant-namen / welke gemeynelic / in A, Us of Os eyndigen / deze woorden zijn by onze Voor-vaderen tijden / na den aert onzer sprake / met EN op het eynde uytgesproken / zo dat wy Roma, Cicilia, Antiochia, Syria, Asia, Galilaea, Muscovia, Cyprus, Corinthos, zeer bequamelic schrijven Romen, Cicilien, Antiochien, Syrien, Asien, Galilaeen, Muscovien, Cypren en Corinthen, etc.
+De Afkomstige woorden / die in Sche (37) eyndigen / beteykenen eene eygenschap / of eenich Volc of Vaderlant / of Secte als Roomsche, Poolsche, Saxsche, Keyzersche, Luytersche, Evangelische, Doopsche.1)
+De Afkomstige woorden die in IC2) of icH, Rijc, zaem en Baer eyndigen / beteykenen gemeynelic prijzelicke eygenschappen / als Barmhertich, Eewich, Almachtich, Levendich, vlijtich, Volc-rijc, zin-rijc, lijtzaem, raetzaem, vruchtbaer.
+De Afkomstige woorden / welke in Achtich, en lic, eyndigen / volgen hare Gront-woorden / 't zy prijzende of lakende / als Waerachtich en Leugenachtich, zoetachtich en zuerachtich, vriendelic, vyandelic, zoetelic en Bitterlic, etc.
+De Afkomstige woorden die in EN eyndigen / beteykenen gemeynelic eenige stoffe / als Tinnen, Koperen, Gouden, Gulden, Silveren, Stroyen, Iseren.
+Alle Zelf-standige woorden die van de (38) Werk-woorden komen / worden Werkachtige woorden genaemt / als Lezinge, Lopinge, Bereydinge, Getuygenisse zijn Werc-achtige woorden / welke komen van Lezen, Lopen en Bereyden.
+Ooc behoren onder de Werk-achtige Het gelees, Het beloop, Het gezeg6), Het verhael, en diergelijke.
Het verschil van Naem-achtige en Werk-achtige woorden is alleenelic / dat het een woort van een Naem-woort / en het ander van een Werk-woort af komt.
Deze verminderinge geschiet / door het byvougen van eenige letteren / waer af wy hier de byzonderste veranderingen voor oogen stellen.
+Gemeynelic wort by een woort Ken op het eynde ghestelt in het verkleynen der woorden / als Steenken1), Boomken, Beddeken, maer by de woorden die hare laetste Letters verdobbelen2) in het Meer-voudich getal / by die woorden vougtmen Eken om te verminderen3) / als
Eyndigende in
| { Al, Gal, bal | Galleken, balleken |
| { Il, Bril, wil | Brilleken, willeken |
| { Ol, Tol, hol | Tolleken, holleken |
| { +Ul, Bul | Bulleken |
| { Am, Lam, dam | Lammeken, Dammeken |
| { Em, Stem | Stemmeken |
| { Im, Sim | Simmeken |
| { An, Man, pan | Manneken, panneken |
| { EN Pen, | Penneken |
| { On, Ton, | Tonneken |
| { Ond Hond, mond | Hondeken, mondeken. |
| { C, K, zac, balc | Zacxken, balcsken |
| { G, ganc, berg | Gancxken, bergsken, |
| { gge, Vlagge, brugge, | Vlagsken, brugsken. |
De woorden die in het veelvoudich veranderen / worden verkleynende uyt het Veelvoudich genomen / als Pat heeft Padeken van Paden, Schip heeft Scheepken, van Scheepen, kleet, kledeken, loof, loverken, Stat, Stedeken, etc.
Het getal welc in de woorden gade geslagen wort / is Enkel of Veelvoudich / want wy spreken altijt van eene zake of van vele zaken.
+Het enkel of Eenvoudich getal is / met welc men van een dinc spreekt / als Mijn Vader, Het Huys.
+Het Veelvoudich getal is / welc van vele dingen spreekt / als Mijne Vaders, De Huyzen.
In onze sprake hebben wy vele woorden1) die in het Meervoud niet uytgesproken en worden / als
| d. | Douw2), deeg, deesem, donder, dronc. Draf, drec, droesem, dwang. |
| e. | Echt, edic, eere, eirde, etter, ernst. |
| f. | Fluweel. |
| g. | Galm, garen, gehoor, Gelt, gist, glas, gom, gruys. |
| h. | Heyl, honger, huysraet, hagel, handel, haver, helle, hemel-rijc, herfst, hinder. |
| i. | Ioc3), inkt, ijs, ijzer, jeucht. |
| k. | Kley, koude, kaf, klanc, koorn, koper. |
| l. | Leed, lijt4), leder, leem, lever, locht, looge5), lood, looc. |
| m. | Maegdom, Merg, melaetsheyt, midden, moet, mout, mul6), moes. |
| o. | Oeft7), olie, ondanc, onkruyt, ontsicht8), oorlof, oorboor, ouderdom, overschot, overspel, onrecht, onwille. |
| p. | Palm9), pec, pekel, peper, poeder, pracht. |
| q. | Qualic-vaert. |
| r. | Ramp10), rattekruyt, regen, ried.11) |
| s. | Satijn, slijc, slijm, snee, spec, speeksel, stael, stand, stof, pulvis. |
| t. | Tin, toevlucht. |
| v. | Vaek, vee, vier12), vleesch, voorraed, venijn, vorst, frigus. |
| w. | Waen, waerheyt, wasdom, wezen, wouker, wreetheyt. |
| z. | Zout, zemel.13) |
++Hier by behoren ooc alle Werc-achtige woorden14) / die met GE, BE, en Ver beginnen / als Geklap, bedrog, verhael, en diergelijke.
Hier by behooren ooc de namen der metalen / als Gout, Silver, Loot, Tin, Stael, etc.
Ooc vele namen der vruchten / als Rogge, Gerst, Haver, Linden, Hoy, Riet, Gras, Stro, Vlas, Hyzoop, Peper.
+Ooc vele namen der vochtige waren / als Water, Melc, Honich, Azijn, Boter, Pec, Olie, Wijn, Bier.
Ooc alle woorden die in het Meervoud een werc-woort zouden beteykenen / als Bloed, sweet, mest, raet, zouden in het meervoud hebben Bloeden, +sweten, mesten, raeden, welke alle Werk-woorden zijn / ende niet toegelaten en worden / in plaetse des Meer-vouds te gebruyken.
De namen der Steden / Landen en Revieren / en mogen niet wel / in het Meervoud uytgesproken worden / als Romen, Rijn, Leyden, Amsterdam, Vrankrijc.
Alzo ooc vele vreemde namen / als Paulus, Petrus, Christus, Barnabas.
+Daer zijn ooc eenige woorden / die het Meer-voud beteykenen / ende in het Eenvoud uytgesproken worden / aldus
| Een zac Broot, } | { Zeven Broden, | |
| Eene tonne Haring, } | { Een Haring, | |
| Eene mande Turf, } | en | { Twee Turven, |
| Eene winkel vol laken, } | ooc | { Vijftich Lakens |
| Eene benne Visch, } | { Zes Visschen, | |
| Duyzent pont Kaes, } | { Vijf Kazen. |
++Daer zijn eenige woorden / welke allenelic in het Meervoud uytgesproken worden / als Hersenen, Ouders, Voor-ouders, Lieden of Luyden, De Lenten1), boxens2), De Staten Ordines, Versenen, Lenten.
In alle woorden zijn twee Gedaenten aen te merken / dat is de Enkele ende de Dobbele.
+Een enkel woort is / welc van geen twee / of drie woorden te zamen gekoppelt en is / als Moet, Zalich, Lief, Werker, Arm.
+Een Dobbel woort is / welc van twee of drie woorden tsamengevoucht is / als Groot-moedich, God-zalich, Lief-hebber, On-her-varen, On-ver-winnelic.
In deze Hecht-woorden schijnen de Grieken / alle andere Talen te overtreffen: +hier van onstaet ooc die grote overvloedicheyt harer Konstwoorden4) / die de Latijnen in grooten getale van haer ontlenen / ende dewijle onze sprake in dezen dele / de Griexsche uyter nature na-volgt / zo zullen wy de kennisse der Samen gevougde woorden / wat breder aenroeren:
Daer worden vele woorden te zamen gevoucht / door of met deze Hechtwoorden / als daer zijn / Aen, af, of, be, by, ramp, Door, Her, ge, in, om, on, ont, op, me, mede, mis, naer, nae, toe, ver, onver, onvoor, uyt, wan. Deze +woordekens komen altijt / voor de Dobbele woorden.
++De naer-volgende Hecht-woordekens zijn / Heyt, Baer, Ingschap1), Achtich, Lic, likheyt, Lijc, lijkheyt, zaem, saem, zaemheyt, dom, loos, ich, icheyt, sel.
Alle deze woordekens / kanmen uyt de volgende woorden afnemen / als
| Aen-zien | By-zien | Door-zien | Nae-zien | Ver-zien | Mede-zien |
| Af-zien | Door-zien | Her-zien | Om-zien | Ont-zien | Mis-zien |
| Of-zien | Onver-zien | Ge-zien | On-gezien | Op-zien | Wan-trou |
| Be-zien | Uyt-zien | In-zien | Toe-zien | Me-zien | Ramp-zalich. |
Wat Letter-ontmoetingen2) gebruykelic of verwerpelic zijn / wort in de Prosodia beschreven.
+De naer-volghende Hecht-woorden / kanmen in de volgende woorden afnemen / als
| Zienelic-heyt | Vrien-schap | Ziene-likheyt | Gehoor-zaemheyt | Voorzich-tich |
| Zicht-baer | Waer-achtich | Gehoor-zaem | Rijc-dom | Bereyt-sel.4) |
| Voorzien-inge | Ziene-lic | Vreed-saem3) | God-loos |
++Daer worden oocdobbele woorden / van (44) van5) twee Zelfstandige woorden gemaekt / als van Molen en Water komt Water-molen, en Molen-water, van Regen en Water, komt Regen-water.
Van alle gehechte woorden / is het laetste woort het gene welc iet uyt beelt / als tot exempel / als men van eenen Watermolen spreekt / zo spreektmen aleenelic van eenen Molen, en niet van eenich water, alzo ooc als men van Rege-water6) spreekt / zo roert men het woort Water aen / zonder aenzien van regen.
+In het tsamen-vougen der woorden / worden dicwils eenige Letteren uytgelaten7) / om der zoet-vloeyentheyt8) wille / als Burgemeesters voor Burgeren-meesters, Blyschap voor blijdschap, Jonk-vrou en Joffrou, voor Jonge-vrouwe, Jonker voor Jongen-heer.
Het gebeurt ooc in het verdobbelen der woorden / dat het voorste woort / +de eerste buyginge aen neemt / als Schaeps-vel, Oorloochs-man, Krijchs-macht.
Ooc worden de woorden des Vrouwelicken geslachts / wel in het Meer-voud by de gekoppelde woorden genomen / als Herten-leet, Hoeren-loon.
+In de dobbele woorden onzer sprake / worden de By-woorden by allerleye woorden gekoppelt / nae de Griexsche wijze / als
| Wel-doen, | ἐυποιε̃ιν, | Zoet-vloeyentheyt, | ἐνφωνία. |
| +Heel-sacht. | πάναβρος, | Wel-wassende, | ἐυαλδὴς. |
| Nieu-wassende, | νεαλδης. | Almachtigh, almogende, | παντοκράτω.1) |
Diergelijke woorden en pleegtmen voor geen Samen-gevougde woorden +te houden / twelc nochtans ontwijfelic blijkt / uyt de Griexsche tsamenvouginge:
Tot eene verlustinge2) dezer opmerkingen / zo stellen wy hier de gemeynste griexsche worden3) / die van het woordeken God, te zamen gevoucht en gesproten zijn / als
| +ϑεογένητος, ϑεογενὴς, | Godsgebooren. |
| ϑεογονία, | Godengeboorte. |
| ϑεοδίδακτος, | God geleerde. |
| ϑεοδόσιος, | Gode-giftigh. |
| ϑεοβλαβὴς, | Gods-straffelic. |
| ϑεοσεβὴς, | God-zalig God-eerende |
| ϑεοσοφος, | God-wetich. |
| ϑεόστοργος, | God-lustende. |
| ϑεόφαντος, | God-schijnigh. |
| ϑεοπρεπὴς, | God betamende. |
| ϑεοπύρος, | God-vlammigh. |
| ϑεόφοβος, | God-vrezende. |
| ϑεολόγος, | God-sprakigh. |
| τιμόϑεος, | God-eerende. |
| ϑεόφιλος, | God-lievigh. |
| φιλόϑεος, | Godlievende. |
| ὁμόϑεος, | mede-godigh. |
| μισόϑος, | God-hatig, Godhatende |
| ἡμιϑεος, | Half-godich. |
| ϑεοείκελος, | God-gelijckende. |
| ἰσόϑεος, | Even-godich. |
| +ἔνϑεος, | Ver-godicht. |
| δύσϑεος, | pijn-godich. |
| Α῎ϑεος, άπόϑεος, | God-loos. |
| Η᾿ϑεῖος,4) | God weirdigh. |
Hier zijn noch bygevoucht de benamingen der Afgoden / volgens de Hebreeusche sprake /
| Velt-Goden | Berch-Goden | Leem-Goden | Drec-goden, | Zee-goden, |
| Dal-Goden | Bloc-Goden | Schric-goden, | Bos-goden, | Water-goden,1) |
Hier zoude tot nae-spooringe onzer tale / van node zijn / alle de Griexsche woorden te doorlopen / waer door onze sprake eene wonderlicke kracht +zoude konnen ontfangen volgens Horatius oordeel / welke zegt /
De Nieu-verdichte woorden hebben eene Aenzienelikheyt / indiense uyt de Griexsche fonteyne spruyten /
Deze tsamen gevouchde woorden zijn geluckelic waergenomen vande Amsterdamsche Letter-konstenaers / ooc van den Tael-beminnenden Koorenhert, ooc van Heynsius, Grotius, Cats, Ian de Brune, maer byzonderlick van Simon Stevijn, in de Wiskonstige wetenschappen3) / waerin hy alle de Griexsche woorden zeer grondelic / boven alle bekende voorgaende tijden uytdrukt:
Het ware wel te wenschen / dat de geachste Auteuren deze zake in hare schriften bevorderden.
Inde Dobbele woorden / worden de By-woorden gemeynelic verkort als Snel-voet Levipes komt van Snellen voet, Groot-vader, komt van Grooten Vader, Baer-moeder komt van Barende moeder etc.
De woorden zijn in de Latijnsche sprake zes gevallen onderworpen / welke wy in het Nederduytsch in onze eerste exemplaren / onzen voorgangeren +volgende genaemt hebben 1. Noemer, 2. Barer, 3. Gever, 4. Aenklager, 5. Rouper en 6. Ofnemer, maer alzoo deze woorden vreemt zijn / en daerenboven zeer hart5) vallen / zo hebben wy alle hardicheyt mijdende / de Gevallen der woorden / aldus beschreven.
De Gevallen der woorden / zijn de veranderingen of Buygingen der woorden: als Het velt, Des velts ende Den velde, zijn verscheyde benamingen / en nochtans een zelf6) woort / deze veranderingen worden buygingen of gevallen genaemt.
+Het eerste geval is de benaminge der Naem-woorden zonder veranderinge / als De man, De vrouwe, Het velt, ende De mans, De Vrouwen, De velden.
+Het tweede geval / of de eerste buyginge1) / is als men in plaetse van De man, De vrouwe en Het velt, zegt Des mans, Der vrouwe, Des velts, ende Der mannen, Der vrouwen, Der velden.
++Het derde geval / of de tweede buyginge is / als men in plaetse van De man, De vrouwe en Het velt zegt Den man, Der of De vrouwe, Den velde, ende in het Meervoud Den Mannen, Den vrouwen, ende Den velden.
+Het vierde geval / of de derde buyginge is / alsmen in plaetse van De man, De vrouwe, ende Het veltzeyt Den man, De vrouwe, Het velt, en in het meervoud De mans of mannen, De vrouwen, De velden.
Het ledeken De des mannelicken geslachts / wort aldus gebogen /
| Eenvoud. | Meervoud. | ||
|---|---|---|---|
| +1 Geval De Nominativus | Hic | 1 Ge. De | Hi |
| 2 Geval Des Genitivus | Hujus | 2 Ge. Der | Horum |
| 3 Geval Den Dativus | Huic | 3 Ge. Den of Denn4) | His |
| 4 Geval Den Accusativus | Hunc. | 4 Ge. De | Hos. |
+Dat wy hier maer drie veranderingen5) (49) aen en teykenen / daer in hebben wy de Griexsche Declinatien, meer dan de Latijnsche gevolcht / alhoewel wy de Latijnsche als meest bekent / tot meerder verstant / daer +by voegen: Het geval nu van den Rouper en Ofnemer gaen wy voorby / om dat onze sprake in die gevallen / by na geen veranderinge en lijt.
Wy stellen in het Meervoud Denn6) met eene dobbele N, om Den in het Eenvoud / van Denn des Meervouds te onderscheyden / Hier in de Grieken naer-volgende / welke tot onderscheydinge der gevallen een Iota
subscripta1) gebruyken / Schrijvende in Dativo τῇ μούσῇ τῃ τιμῇ tot meerder onderscheyt der buygingen.
Het Ledeken De des Vrouwelicken geslachts2) / wort aldus gebogen.
| Eenvoud. | Meervoud. | |||
|---|---|---|---|---|
| 1 Gev. De | Nom. | Haec | De | Hae |
| 2 Gev. Der | Gen. | Hujus | Der | harum |
| 3 Gev. Der of De | Dat. | Huic | den of Denn3) | his |
| 4 Gev. De | Accu. | Hanc | de | has. |
Het Meervoud is in het Mannelic Vrouwelic en Generley geslacht gelijc / als volcht
| 1 Gev. De | Nom. | Hi, hae, haec |
| 2 gev. Der | Gen. | Horum, Harum, horum |
| 3 gev. Den of Denn5) | Dat. | his |
| 4 gev. De | Accu. | Hos, has, haec. |
Tot meerder verstant dezer buygingen / hebben wy hier de buygingen der Hoogduytschen gestelt / welker loffelicke Tael-order / ons in velen een gewichtich naerbedenken weirdich is.
| Eenvoud. | Eenvoud. | ||
|---|---|---|---|
| 1 Gev. | Der Hic | Die Haec | Das Hoc |
| 2 gev. | Desz hujus | Der hujus | desz hujus |
| 3 gev. | Dem huic | Der huic | Dem huic |
| 4 gev. | Den hunc | die hanc | das. hanc.6) |
natie de woorden des Generleyen geslachts / maer wy zullen hier alleenelic met exempelen het onderscheydelic buygen der geslachten / voor oogen stellen.
+De Mannelicke woorden nemen in het tweede Geval / eene S op het eynde / als De man, De vader, De boom heeft in de eerste buyginge Des mans, Des Vaders, Des booms, voort is de veranderlikheyt / der buygingen / uyt de volgende exempelen / lichtelic af te nemen.
| Eenvoud. | Meervoud. | |
|---|---|---|
| N | 1 Gev. De man | De mans |
| G | 2 gev. Des mans | Der mannen |
| D | 3 gev. Den man of manne | Den mannen |
| A | 4 gev. Den man | De mans. |
| Eenvoud. | Meervoud. | |
|---|---|---|
| Nom. | 1 Gev. God | De goden |
| Gen. | 2 gev. Gods of Godes | Der goden |
| Dati. | 3 gev. God of Gode | Den goden |
| Accu. | 4 gev. God | de goden. |
| Eenvoud. | Meervoud. | |
|---|---|---|
| Nom. | 1 Gev. De meester | De meesters |
| +Gen. | 2 gev. Des meesters | Der meesteren |
| Dat. | 3 gev. Den meester | Den meesteren |
| Accu. | 4 gev. Den meester | De meesters. |
Daer wort in het derde Geval gezeyt Den manne, alzo ooc Den monde, den boome, maer dit en mach aldus niet altijt uyt gesproken worden / dan met een voorzichtich oordeel / gelijc hier naer vorder2) te zien is.
+Ooc is aenmerkens weirdich3) / het verscheyden gebruyc van Mans en Mannen, Meesters en Meesteren Wijfs, en Wijven, want dewijle vele woorden in het Meer-voud / in S en N eyndigen / zo konnen die tot onderscheyt der Gevallen dienen / gelijc ooc zulx van De Hubert5), en Ampsingius6) aen-gemerkt is.
De woorden des Vrouwelicken gheslachts / en worden in het buygen by na niet verandert / ende de meeste veranderinge geschiet in de Ledekens / als volcht
| Eenvoud. | Meervoud. |
|---|---|
| 1 Gev. De Wet | De Wetten |
| 2 gev. Der wet | Der wetten |
| 3 gev. Derr2) of De wet | De3) wetten |
| 4 gev. de wet | De wetten. |
++Hier stellen wy Derr of De in het derde Geval / volgens het lof-weirdich gebruyc der oude tijden / is mede by de Hoochduytschen gebruykelic / ende wort in deze Tael-spreuken gebruykt: als Hy is derr zake toegedaen, Op dat ic derr waerheyt getuygenisse gave, Iohan. 18, ende Rom. 6. Wy zijn derr wet4) gestorven.
Door gewoonte is tegen order gebruykelic in plaetse van Der weirelt te zeggen Des weirelts: Ooc zo worden deze woorden als / Vrouwe, Dochter, +Moeder, Zuster, Nichte, etc. in het tweede Geval gebogen / Vrouws, Dochters, Moeders, Zusters en Nichts. Maer de Ledekens of By-woorden / blijven evenwel by die woorden gestelt zijnde onverandert9) / als tot exempel / Mijne moeder, Mater mea, gebogen zijnde is / Mijne moeders, Matris +meae, hier en mach men niet zeggen Mijner moe-(54)ders nochte Mijnes moeders, maer wel Mijner moeder, maer dan blijft het woort Moeder onverandert / alzo ooc Eene beleefde Dochter is in het twede Geval Eene beleefde Dochters, of Eener beleefde Dochter, etc.
+In het derde Geval des generleyen geslachts heeftmen Den velde, Den huyze, Den hove, Den zade, etc. Doch en mach evenwel niet altijt zonder opmerkinge2) gebruykt werden.
Ooc en konnen eenige woorden des Generleyen geslachts / deze buyginge niet lijden / als Water, Zout, Hert, etc. ooc alle verkleynde woorden / als Boomken, Kindeken.
| Herte } | { Herten | |
| God } | { Godes en Gods | |
| Heere } | { Heeren | |
| Mensche } | { Mensches of menschs of menschen | |
| Nicht } | Heeft in | { Nichts en Nichten5) |
| Propheet } | het twede | { Propheets en Propheten |
| Grave } | geval | { Graven |
| Hertooch } | { Hertoochs en Hertogen | |
| Borg6) } | { Borgs en Borgen | |
| Getuych } | { Getuychs en Getuygen. |
+De woorden die in het twede Geval in N eyndigen / en konnen by haer geen By-woorden lijden / want men zegt in het twede geval Des Heeren, niet Des groten Heeren, alzo ooc niet Des swacken menschen, Des leerenden
Propheten, uyt de zelve reden schijnt het datmen niet zegghen en mach Des goeden godes.1)
Men bevint dat deze namen / als Ian, Pieter, Frederic, Koenraet, etc. ooc in het twede geval hebben Iannen2), Pieteren, Fredericken, Koenraden, etc. Doch het en schijnt geen aen-nemelicke gewoonte.
Maer noch af-sienelicker3) is het dus-danige Tael-spreuken in plaetse +van het twede geval te gebruyken / als Mijn oom Zijn kint, Mijn Vader zijn Broeder, Der vrouwen Haer dochter, etc.
De Hebreeuse / Griexse en Latijnse namen welcke in S eyndigen / en veranderen in geen geval / als Esaias, Christus, Paulus, etc. Want wy zeggen Esaias Prophetije, Christus lijden, Paulus brieven, also zegt ooc Grotius,
Zo konde nergens toe,
+Dit goddelic opwecken,
Dan tot een vast bewijs,
Van Iesus lering strecken.6)
+De vreemde namen die in A eyndigen7) / nemen in het twede geval Es op het eynde / als Iuda heeft Iudaes, Diana, Dianaes.
+De vreemde namen / welke in E eyndigen / nemen in het twede getal8) S op het eynde als Brederode heeft Brederodes, Duyvenvoorde heeft Duyvenvoordes, deze konnen veeltijts eene Verkortinghe lijden / als Brederoos, +Duyvenvoorts.
+De vreemde namen die in I eyndigen / nemen in het twede geval IS op
het eynde / als Nimsi, Nimsijs 2. Koningen 9. Levi, Levijs, Montagni, Montagnijs.
Beroë1) Actor. v. 17. heeft Beroees, om dat laetste2) silbe lang is.3)
De Nederlantse woorden des Mannelicken geslachts / welke in E eyndigen / worden ooc also gebogen / als Reuze heeft Reuzes, Neuze heeft Neuzes, maer Name en Zone hebben Naems en Zoons.
+De vreemde namen die in O eyndigen4) / nemen in het twede geval OS op het eynde als Apollo heeft Apolloos, Pharao, Pharaoos, Plato heeft Platoos.
Alzo zegt ooc Grotius,
++De vreemde namen die in U eyndigen / nemen in het twede geval Us of ijs op het eynde / als Iehu heeft Iehuus of Iehuys6), alzo ooc Uw7) Uwes en Uijs.
De vreemde namen die in eene Consonant eyndigen / nemen in het twede geval eene S op het eynde / als Canaan heeft Canaans, Goliath heeft Goliaths, Caesar heeft Caesars, Alexander heeft Alexanders, alzo zegt ooc Grotius.
Al warent Caesars8) ooc,
Al waren t'Alexanders,9)
Vele geleerde onzer tegenwoordige eewe / als Heynsius, Cats, Grotius, De Hubert, Ampsingius en Stevijn, gebruyken deze aengewezene buygingen der vreemde namen / maer wort ooc van vele wedersproken.
+De reden onzer Tegen-strijders is allenelic de gewoonte / maer wat nut geeft zulken gewoonte welke eene gansche natie in onwetenheyt op-hout10)? want het is een merckelic deel van kennisse / eygene namen in eene vreemde +Tale te konnen / buygen.
Wij bevinden ooc wel dat de Latijnse declinatien1) dezer woorden als Christus, Petrus, Paulus, voor de gemeyne ooren niet hart en vallen / doch en wort van geen ongeleerde gevaet.2)
Zodanich gebruyc en schijnt ooc byna geen volkeren gemeyn te zijn: +daerom wy (59) zodanighen vreemdicheyt verwerpende / de buygingen der vreemde namen / na den aert onzer sprake gestelt hebben.
Alle zelfstandige woorden / hebben in het Meer-voud EN of S op het eynde / als Man heeft Mans en Mannen, Wijf, heeft Wijfs en Wijven.4)
Alle een-silbige woorden / eyndigen in het Meer-voud in EN, als Voet heeft Voeten, Dier Dieren, Velt Velden, etc.
Hier moeten uytgenomen werden Man, Wijf, Maet, Koc, en Knecht, welke in het Meer-voud hebben Mans, Wijfs, Maets, Kocx en Knechts.
Alle zelf-standige woorden / die in E eyndigen / nemen eene N tot hun in het Meer-voud / als Eynde heeft Eynden, Vrage heeft Vragen, Zonde heeft Zonden.
+De zelf-standige woorden die in F, L, N, en R, eyndigen5) / die hebben in het Meer-voud S en N op het eynde / als Man heeft Mans en Mannen, Wijf heeft Wijfs, en Wijven, Meester heeft Meesters en Meesteren, Keuken heeft Keukens, en Keukenen, etc. Hier worden de verkleynde woorden uytgenomen / als Manneken, Boomken, Kindeken, welke in het Meer-voud allenelic in S eyndigen.
Doch dit onderscheyt ware zeer dienstich om de gevallen in het Meer-voud verscheydelic uyt te beelden / gelijck hier af Folio 52. iet gezeyt is.
Alle woorden welke op het eynde twe of meer Consonanten hebben / die en verdobbelen hare laetste Letters niet / als Bant heeft Banden, Hant Handen, Vlecht, Vlechten, etc.
Alle woorden welcke twee vocalen7) in de laetste silbe hebben / of ooc eensilbich zijn8) / die en verdobbelen de leste letters niet / als Peert heeft Peerden, Dwael Dwalen Schaer, Scharen.
Alle woorden die op het eynde eene korte9) silbe hebben / die en verdobbelen hare leste letters niet / als Tafel heeft Tafels en Tafelen, Wortel heeft Wortels en Wortelen.
Als de leste silbe in IC of IK eyndicht zo wort die in het Meer-voud der +By-woorden verdobbelt als Vriendelic, heeft Vriendelicke, Blijdelic heeft Blijdelicke, etc.
Hier kanmen ooc mercken1) het onnodich gebruyc / als men CK altijt in plaetse van eene K stelt.
Alle een-silbige woorden / in de welke maer eene2) Vocael en is / ende die op het eynde maer eene Consonant en hebben die verdobbelen hare leste Letters / als Lip heeft Lippen, zin zinnen, wit, witte, dul dulle, etc.
Deze volgende Een-silbige woorden en verdobbelen de leste Letters niet3) / als
| Dag } | { Dagen | Hof | Hoven | Slach | Slagen | |
| Dac } | heeft | { Daken | Lot | Loten | Spit | Speten |
| Gebet } | { Gebeden | Pat | Paden | Vat | Vaten | |
| Graf } | { Graven. | Staf | Staven | God | Goden |
| Trec | Treken | Stat | Steden | Gebot | Geboden |
| Vlot | Vloten | Schip | Schepen | Glas | Glazen |
| Holl | Holen, Hollen | Slot | Sloten | Schof4) | Schoven. |
| Lit | Leden | Wech | Wegen | Kot | Koten. |
Deze zijn wel meest de navolgende / als
| Kint, Kinders en Kinderen | Kleet, Kleders en Klederen, Kleren |
| Bert, Berders en Berderen | Lam, Lammers en Lammeren |
| Blat, Bladers en Bladeren | Gemoet, Gemoederen6) |
| Rat, Raders en Raderen |
| +Been, Beenders en Beenderen | Ey heeft Eyers en Eyeren |
| Runt, Runders en Runderen | Hoen, Hoenders en Hoenderen |
| Lof, Lovers en Loveren | Spaen, Spaenders en Spaenderen |
| Kalf, Kalvers en Kalveren | Kindeken heeft Kinderkens |
| Meyt, Meysens.7) | Rabout, Rabouwen, etc. |
| Koe, Koejen, zoch, zeugen |
Pharizeer of Pharizeus, heeft Pharizeers en Pharizeen, alzo ooc Hebreer, Nazareer en Philisteer.
Alle woorden die in C, F, CH, S, C2) en U, eyndigen veranderen gemeynelic de leste letters / als Rijc heeft Rijke, Sweec,3) Sweken, Lijf Lijven, Zeef Zeven, Dach Dagen, wijs wijze, Leeu Leewen, Hant Handen, deucht deuchden.
Ooc verandert de K somtijts in eene G, als Koninc, Koningen,4) Ganc Gangen, etc.
Welcke Letter-wisselinge de uytsprake der woorden zeer verzoet ziet vorder fol. 7.
In het buygen der By-woorden geschiet de veranderinge / op het eynde +met (63) E, N of R, de buyginge is in het Mannelic geslacht dusdanich.
| Een-voud. | Meer-voud. | ||
|---|---|---|---|
| 1 gev. De Goede | Bonus, | De Goede | Boni |
| 2 gev. Des goeden | Boni, | Der goede of Goeden, | Bonorum |
| 3 gev. Den goeden | Bono, | Denn6) goeden | Bonis |
| 4 gev. Den goeden | Bonum, | De goede of goeden | Bonos. |
| Een-voud. | |||
|---|---|---|---|
| +1 gev. De goede | Bona | 3 gev. Derr 6) goede | Bonae |
| 2 gev Der goede | Bonae | 4 gev. De goede | Bonam. |
Hier en veranderen de Vroulicke woorden in geen Geval / en in het Meer-voud worden de woorden van alle geslachten / even-eens gebogen.
+De buyginge des Generleyen geslachts.
| Een-voud. | |||
|---|---|---|---|
| 1 gev. Het goet | Bonum | 3 gev. Den goeden | Bono |
| 2 gev. Des goeden | Boni | 4 gev. Het goet | Bonum. |
+Vele Geleerde achten / dat als de By-woorden voor3) Goden / of redelicke schepselen gestelt werden / dat die in het Meer-voud in N behoren te eyndigen zeggende De doden, De levenden, De heyligen, De Edeelen4) etc.
De reden welke zulken na-denken6) geeft / is een nodich onderscheyt / want als men zegt De dode, De levende, De oude, zo is het onzeker of men +van eenen persoon / of van vele spreekt als men nu deze order volgde / zo ware zulken twijfel heel geweert / daerom is dat gebruyc zeer vorderlic / maer is ooc veeltijts hart7) / daerentegen is het ander gebruyc in alle woorden lijdelic.8)
Doch ic achte het dienstich / datmen alle woorden die nu alzo gebruykt worden behielde / ende datmen die het noch daerenboven lijden konden / onder dien regel poochden9) te brengen.
+De Noot-zakelikheyt van het onderscheyt dezer buyginghe is om verscheyde twijfelingen te vermijden / want als men zegt De volstandicheyt des Heyligen, zo worter van eenen Man gesproken / als men zeyt De volstandicheyt der heylige, zo worter van eene Vrouwe gesproken.
Als men zegt De volstandicheyt der heyligen, zo worter van vele Heylige gesproken / Als men zegt Der heylige volstandicheyt Sanctae perseverantiae, dan spreektmen alleenlic van Vol-standicheyt Als men zegt Der heyliger
volstandicheyt, Perseverantiae sanctioris, dat kanmen verstaen van eene heyliger vol-standicheyt / En alsmen zegt Der heyligen volstandicheyt dat is even gelijc als De volstandicheyt der Heyligen, Wt deze exempelen / kanmen klaerlic de nootzakelikheyt van het onderscheyt der gevallen in het Meervoud bemercken.
Alle vergrote woorden die in R eyndigen1) / konnen dic-wils een dienstich ++onderscheyt in het twede geval uytdrucken / als Der heyliger menschen behoudinge, drukt (66) het twede geval cierlicker uyt / dan of men zeyde Der heyliger2) menschen behoudinge,3) alzo worden dusdanige Tael-spreuken voor lijdelic geacht / als Vromer helden daden, Machtiger lieden rijc-dommen, etc.
Den goeden, Den vromen, Den gelovigen, wort van eenen persoon gezeyt6) / maer Denn goeden, Denn vromen, etc. van vele.
Is gelijc het eerste geval des Meer-vouds / als De goede, De vrome, De gelovige, etc.
Vele Oude hebben dit geval / het derde geval gelijc gestelt / welc geen verstandelikheyt7) en kan veroorsaken8) / ende en wort mede by geen der tegenwoordige Schrijvers gebruykt.
+Gelijc ooc in het Ablativus pluralis,9) verworpen10) wort / want te zegghen Van den Vaderen, Van den velden, Van den menschen, is hart / ende en bevorder