[p. 24]
[Jantje en Jannetje togen saâm]
J
ANTJE en Jannetje togen saâm
Vroeg naar de bron om water,
Ze rolden beiden naar beneê
Een oogenblikje later.
Ze lachten niet, ze huilden niet,
Ze deden heel verstandig,
De een verbond de ander's wond,
Dat deden ze heel handig.