[Was al het water één zee,]
W
AS al het water één zee,
Wat een groote zee zou dat zijn!
Waren alle boomen één boom,
Wat een groote boom zou dat zijn!
Waren alle bijlen één bijl,
Wat een groote bijl zou dat zijn!
Waren alle mannen één man,
Wat een groote man zou dat zijn!
Nam de groote man de groote bijl
En velde den grooten boom
En liet hem vallen in de groote zee,
Wat een water spatte dan mee!