[p. 19]
Wij in de zon
Ik ging een keer uit wandelen
met Annebet en Joost.
Zo met z'n drietjes dus? ... wel nee!
Er liepen er nog drie met ons mee,
die liepen net als wij,
te wandelen op een rij:
de schaduw van Annebet,
de schaduw van Joost en
de schaduw van mij;
soms waren we lang en dan - o schrik -
en dan weer alle drie kort en dik,
en soms zei Joost: ‘O nee maar, zeg,’
Want dan waren we alle drie ... ffft ...! weg,
Maar Annebet, die het weten kon,
zei: ‘
We lopen niet meer in de zon!
’