[p. 25]
Annebetje staat vroeg op
Je denkt: ik sta eens vroeg op vandaag,
vroeger dan iedereen,
en je steekt eerst je rechterbeen uit bed,
en dan je linkerbeen.
Vader en moeder slapen nog,
en in zijn ledikantje
ligt Joost, met zijn mondje open en
met zijn negerpop hand in handje.
De woele-wasbeer van oom Lex
houdt in zijn stoel de wacht.
Buiten hoor je geen tram of fiets.
Is het nog grote nacht?
Zou niemand nog wakker zijn? Je loopt
naar het raam in je hansop.
Dan doe je de dikke gordijnen opzij
en - de zon! De zon is al op!!