[p. 38]
De biefstuk
Kennen jullie Pommellien?
Pommellien de kat?
Hij wou vandaag z'n eten niet zien,
en dan
ís
er wat.
Pommellien, heb je pijn in je buik?
Kom, vertel eens gauw.
Pommellien schudt z'n witte pruik
en zegt zacht: ‘miauw.’
Stilletjes loopt hij maar wat rond,
vreselijk bedeesd.
Is hij ziek, is hij gezond
Waar is hij geweest?
Later zit hij, wit en stil,
in een kamerhoek.
Als moeder 's avonds bakken wil
is de biefstuk zoek ...
Pommellientje, daarom doet
dus je buikje zeer.
Daarom zit je dus zo zoet,
lust je dus niet meer!
Pommellien, 't is eigen schuld,
beloof nu maar gauw,
dat je nooit meer stelen zult.
Heus niet, baas!
Miauw!